Premium

LEESTIP: Ongeluk met zwart randje in speeltuin Santpoort-Noord

LEESTIP: Ongeluk met zwart randje in speeltuin Santpoort-Noord
De teraardebestelling van Patricia’s broertje Gertjan.
© Eigen foto
Santpoort-Noord

Als kinderen, door een stommiteit of laakbaar gedrag, de oorzaak zijn van een tragische gebeurtenis, dan oordeelt de maatschappij vaak hard. Journalist Patricia Jimmink ziet parallellen tussen het Arnhemse vuurwerkdrama en de tragische dood van haar broertje Gertjan. Een persoonlijk verhaal van haar hand over daders, slachtoffers en hoop.

Begin januari zette ik een oude foto op Facebook van ons gezin aan het vers gedolven graf van mijn vijfjarige broertje Gertjan. Een hartverscheurend beeld dat veel reacties opriep. Gertjan verongelukte in 1971 in de speeltuin in Santpoort-Noord en mijn 12-jarige broertje Richard was erbij betrokken.

Ik schreef een stukje over de toedracht en vergeleek de rol van Richard met die van de twee pubers in Arnhem. Zij veroorzaakten nieuwjaarsnacht met vuurwerk brand in een portiek. Een vader en zijn zoontje verloren door de rookontwikkeling het leven. Zijn vrouw en dochtertje raakten zwaar gewond. Er werd flink gereageerd op Facebook, ook kritisch. Ik mocht de omstandigheden van Richard niet vergelijken met die van deze twee ’ettertjes’.

Met Richard is het slecht afgelopen. Hoe kan voorkomen worden dat die twee Arnhemse pubers net als hij gevangenen worden van hun verleden?

Onstuimig

Op Goede Vrijdag 9 april 1971 gingen Richard en een vriendje helemaal op in hun iets te onstuimige spel met de wipwap. Gertjan rende enthousiast om hen heen. Hij struikelde net op het moment dat mijn broer de wip losliet en kreeg het speeltoestel op zijn buik. Een leverperforatie maakte een einde aan zijn leven. Ik was die middag naar de bioscoop geweest met een vriendinnetje. ’Love Story’ met Ryan O’Neil en Ali McGraw, deze film is onlosmakelijk verbonden aan die Goede Vrijdag in ’71. Een buurman rende me tegemoet toen ik mijn sleutel net in de portiekdeur stak en zei dat Gertjan een ongeluk had gehad. Hij nam me mee naar zijn vrouw die mij vertelde dat mijn broertje dood was. Ik was dertien jaar.

In shock

De inwoners van het dorp waren in shock. De speeltuin was immers de plek waar kinderen vrijuit konden spelen. Er kwam geen verkeer en de hekken er omheen garandeerden nog meer veiligheid. Dat beeld kantelde ruw.

Voor bijna iedereen in het dorp was Richard de grote schuldige. Veel ouders konden niet met de situatie omgaan en wisten zich geen houding te geven. Hij werd volkomen genegeerd. Als hij in hun buurt kwam, keken ze nadrukkelijk de andere kant op.

Kinderen riepen hem na: ’Moordenaar’. Mijn broer werd buitengesloten. Op zijn beurt wist Richard ook niet om te gaan met de situatie.

Niet op school, niet op de voetbalclub en ook op straat niet. Zelfs thuis niet. Mijn moeder ’verstopte’ zich in een baan als nachtverpleegkundige en bracht al haar vrije tijd aan het graf van Gertjan door. Over het ongeluk werd gezwegen waar Richard en ik bij waren. Eén keer hoorden wij mijn moeder aan de telefoon zeggen dat ze geen inzage in de politierapporten kreeg, maar dat wel graag wilde. Ook zij bleef op zoek naar een verklaring.

Schuldenaars

De omgeving heeft na ernstige incidenten er behoefte aan om schuldenaars aan te wijzen, zo is bekend uit de sociale psychologie. Dan pas kan iedereen verder. Om voor mijzelf inzicht te krijgen in de overeenkomsten tussen mijn broer en de twee pubers in Arnhem ga ik te rade bij twee experts. „Mensen zijn altijd op zoek naar oorzaak en gevolg”, zegt sociaal psycholoog Hans van de Sande. Hij was tot zijn pensioen verbonden aan de Rijks Universiteit Groningen. De dood van Gertjan is in zijn ogen ’toeval’, geen opzet. „Dan nog willen mensen bijna wanhopig begrijpen wat er gebeurd is. In de sociale psychologie noemen we dat de attributietheorie: aangeven aan wie of wat het ligt als er iets mis gaat.”

Wat had er moeten gebeuren om te voorkomen dat Richard na de dood van Gertjan met zichzelf in de knoop raakte? Van de Sande meent dat een sanctie voor Richard een bijdrage had kunnen leveren om er mee om te gaan. „Als het in de gemeenschap duidelijk wordt dat er gestraft is, is het klaar. Er moet sprake zijn van schuld en boete. Als kinderen onvoldoende straf hebben gekregen, gaan ze zichzelf straffen. Richard kon blijkbaar geen kant op met zijn schuldgevoel.”

Verdriet verdoven

Twee jaar na het noodlottige drama kreeg Richard problemen met bedplassen. Hij raakte steeds vaker betrokken bij vechtpartijen en gooide er op school met de pet naar. Op zijn 14de begon hij bier te drinken om zijn verdriet en onmacht te verdoven. ’Richard dronk opmerkelijk veel’, vertelt een vriendinnetje van vroeger, ’hij was vaak bij mij thuis waar hij begrip vond bij mijn moeder.’

Het was een lieve druppel op een gloeiende plaat. Op zijn 17de verliet hij het huis. Hij kon nergens aarden en niemand kon nog tot hem doordringen. Mijn broer eindigde op straat. Jarenlang hoorden we niets meer van hem. In het voorjaar van 1991 werd mijn moeder gebeld door het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis met de vraag of zij Richard Jimmink kende. Mijn broer was volslagen in de war opgenomen. Diagnose: de ziekte van Korsakov. Hij was 34 jaar en zou nooit meer in de maatschappij terugkeren.

Denkend aan het drama van Richard en Gertjan, vroeg ik mij af hoe het nu verder moest met die knapen van de ’vuurwerkramp’ in Arnhem. Zouden zij net als Richard ’levenslang’ krijgen? De omgeving, sterker nog de hele samenleving, houdt hen verantwoordelijk voor de dood van de vader en zijn zoontje. Ook deze tragedie ziet Van de Sande als ’toeval’. Hij vindt een stevige (taak)straf op zijn plaats: „Dan is er toch iets van de ’onrechtvaardigheid’ hersteld. Oorzaak en gevolg moeten in evenwicht zijn.’’

Jongens van twaalf of dertien jaar anno 1971 kun je volgens Van de Sande moeiteloos vergelijken met leeftijdgenoten in 2020. „De aard van de mens die in miljoenen jaren is ontwikkeld, is in vijftig jaar nauwelijks veranderd. Maar er is wel een ander fundamenteel verschil: waar Richard alleen werd nageroepen in het dorp, worden de Arnhemse pubers vaak anoniem aan de schandpaal genageld op de sociale media.”

Angsten bezweren

De dorpspomp van vroeger is een nationale pomp geworden. Het lijkt erop dat sommigen hun eigen angsten bezweren door mensen na te roepen of te wijzen met hun (digitale) wijsvinger. Zijn we niet allemaal wel eens de fout in gegaan, waarbij het gelukkig goed afliep?

Anders dan Van der Sande ziet bijzonder hoogleraar reclassering Peter van der Laan van de VU in Amsterdam dan ook niets in straffen van jonge kinderen. „Minderjarigen zijn in allerlei opzichten – fysiek, geestelijk, tegenwoordig zeggen we ook neurobiologisch – nog niet voldoende ontwikkeld. Dat betekent dat we op een andere manier moeten kijken naar schuld en verwijtbaarheid. Ik ben er ook niet van overtuigd dat straffen zou helpen bij de verwerking. Toch is een reactie wel nodig voor wat je kunt noemen een ongeluk met een zwart randje. Niet straffen om het straffen, maar voorkomen dat zoiets nog een keer gebeurt en om de mogelijk bedreigde ontwikkeling van die jongens bij te sturen. In zo’n geval legt de kinderrechter doorgaans een beschermingsmaatregel op in de vorm van bijvoorbeeld een ondertoezichtstelling.’’

Verhuizen

Van der Laan hoopt dat de kinderrechter ook in het geval van ’Arnhem’ een verstandige beslissing neemt. „Overigens maakt dat de situatie voor de gezinnen van de twee pubers er niet eenvoudiger op. Hoe ingrijpend ook, misschien moeten ze het advies krijgen elders te gaan wonen. Dat is op zich al een straf.”

Mijn broer Richard werd aan zijn lot overgelaten en bleef de rest van zijn leven gebrandmerkt. Hij overleed op 58-jarige leeftijd na een groot hartinfarct. Ook mijn moeder en stiefvader zijn inmiddels overleden. Beiden hadden de laatste tien jaar alzheimer waarbij de herinneringen net als bij Richard langzaam vervaagden.

Ik hoop dat er voor de twee Arnhemse pubers passende zorg is zodat zij nog wel een toekomst hebben. Normaal worden rechtszaken van minderjarigen achter gesloten deuren behandeld. Gezien de maatschappelijke commotie zou het in dit geval goed zijn als de uitspraak van de rechter met alle waarborg voor de privacy van de jongens wordt gedeeld met de maatschappij. Ik hoop dat mensen daardoor wat meer empathie krijgen voor jeugdige ’daders’ die in werkelijkheid ook slachtoffer zijn.

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.