Premium

Filmrecensie: Vervolg op ’The boy’ zit vol griezelclichés

Filmrecensie: Vervolg op ’The boy’ zit vol griezelclichés
Christopher Convery in ’The boy: Brahms’ curse’.
© Foto David Bukach

Het is een verschijnsel waar het horrorgenre graag mee aan de haal gaat. Pediofobie, oftewel de angst voor poppen.

De uitdrukkingsloze gezichtjes, de vrees dat ze zomaar tot leven kunnen komen… het jaagt veel mensen de stuipen op het lijf. Deze uitzonderlijke neurose leverde goede en minder goede poppenhorrors op als ’Child’s play’, ’Annabelle’ en ’The boy’.

In laatstgenoemd griezelwerkje uit 2016 zagen we hoe een Amerikaanse oppas werd ingehuurd om te zorgen voor de 8-jarige Brahms. Al snel bleek Brahms geen jongen, maar een levensechte, Victoriaanse pop van porselein te zijn die over duivelse krachten beschikte.

In het vervolg - ’Brahms’ curse’ - draait alles om Liza, Sean en hun zoontje Jude: een stadsgezin dat slachtoffer wordt van een brute roofoverval. Om deze schok te verwerken, besluiten ze naar het bosrijke platteland te verhuizen. Maar de zwaar getraumatiseerde en volledig dichtgeklapte Jude kan er maar niet aarden. Het ventje leeft op als hij op een naburig landgoed een porseleinen pop opgraaft die hij... Brahms noemt.

De onheilspellende vriendschap die ontstaat, zet een reeks gebeurtenissen in gang die de horrorfan eerder laat geeuwen dan schrikken. Jude die angstaanjagende tekeningen begint te schetsen, de ouders die hun kleine opeens met Brahms horen keuvelen, de pop die plotseling zijn kraaloogjes beweegt... Het zijn ongeïnspireerde griezelclichés die regisseur William Brent Bell in zijn luie en saaie herhalingsoefening gebruikt. Hoe zeggen ze dat ook alweer? Poppetje gezien, kastje dicht en snel weer vergeten.

Meer nieuws uit Cultuur

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.