Premium

Column Blikopener - Alle begin is moeilijk

Column Blikopener - Alle begin is moeilijk
Ate Vegter.
© Foto Ella Tilgenkamp

Het begin is makkelijk. Het gaat allemaal vanzelf. Mijn moeder is jong en ze heeft een goede vriendin. Die vriendin krijgt een vriendje en dat vriendje heeft een goede vriend. Laten we hem pa noemen. Mijn moeder en pa ontmoeten elkaar en kijken elkaar in de ogen. Pa ziet de schoonheid van mijn moeder en mijn moeder lacht om de grapjes van pa en zo is het gegaan.

Ze trouwen en worden ouders van kinderen. Ik ben de jongste zoon. Ik ben jong en oud, ontmoet mijn lieve vrouw. Laten we haar Lief noemen. We kijken elkaar in de ogen. Ik zie de schoonheid van Lief en Lief lacht om mijn grapjes. Zo is het gegaan. We trouwen en worden ouder van Piep, die is jong.

Lees ook: Columnist Ate Vegter schrijft iedere dag: ’Ik ben een kijker, zie mijn verhalen’

We wonen in Waterland op het land aan het water en ook in de stad. Het is een kleine stad, mooi en lieflijk. Er is altijd wat te doen en zo niet dan is het er heerlijk rustig, precies zoals je je dat voorstelt van een kleine stad. De mensen groeten elkaar tijdens het boodschappen doen en maken zich zorgen over het slinkende aantal winkels en ze zijn blij - we zijn blij - als er weer eens iets nieuws bijkomt. Maar we koesteren het oude, want dat is het hart van de stad.

Daaromheen ligt de streek die we allemaal kennen, waar de koeien grazen en de boeren boeren, waar de mest uitgereden wordt en de Friese vlag ondersteboven wappert, waar het land weerspiegelt in de lucht, waar de zon schijnt en de regen valt, waar de weidsheid de ogen troost. Waar ik soms ga rennen of wandelen, soms met een kind en soms met een vriend, maar toch meestal alleen met de zon in de rug of in regen en wind, dan loop ik wat vlugger. Ik haast mij naar huis en dan ga ik wat lezen of spelen of werken, want daar ben ik thuis.

Meer nieuws uit Waterland

Meest gelezen