Premium

Column Rob van Vuure: Rolstoel

Column Rob van Vuure: Rolstoel

Van A naar B, dan maak je wat mee. Ik zat ooit in een vliegtuig dat na een lange vlucht op Schiphol landde met langs de baan een escorte van twintig brandweerwagens. Iets met het landingsgestel.

Ik zat veertien dagen en nachten in een trein dwars door Siberië, de Trans Siberië Expres. Ik was duopassagier bij een wildwaterraft stroomopwaarts over de Nijl, verrek dat daar lijkt wel een krokodil. Maar geloof me: allemaal peanuts. Niks vergeleken bij laatst: ik begeleidde iemand in een rolstoel, een tochtje van 200 meter.

De route van het ziekenhuis naar het verpleeghuis is in mijn woonplaats een paar honderd meter over de openbare weg. Schoonmoeder (92) was te goed voor ziekenhuis en nog niet goed genoeg voor thuis, dus even een tijdje tussenstation. In rolstoel van vijfhoog ziekenhuis naar beneden, door de gang laverend naar buiten, 200 meter over de stoep kijk daar is het verpleeghuis al, klaar. Klaar? Ho ho ho.

Ik had op me genomen de klus te klaren. Per ambulance had ook gekund maar een ambulance kun je wel beter gebruiken. Gesubsidieerde taxi kon ook, maar om nou voor een sukkelritje van twee minuten een taxi te claimen. Eigen auto? Ook dat niet, kom er maar eens in en kom er maar eens uit, een rolstoel is niet van elastiek, oma van 92 ook niet. Oké, lopen, ’ik duw u erheen’.

Door wat je allemaal ziet nabij ziekenhuis en verpleeghuis, ga je je al snel Ironman voelen. De gips-, verband-, ligstoel-, hulpstukkendichtheid breekt in dit gebiedje elk record. Hé daar loopt iemand zonder rollator, zeker bezoek. Dus de jonge God, schoonzoon, in zijn verbeelding een mix van Epke Z. en Rico V. haalde diep adem en duwde routineus met één handje de rolstoel het ziekenhuis uit. Buiten eerst dat zebrapad over. Ging niet zomaar. Pal voor het ziekenhuis ligt een regenboogzebrapad. Mooi idee, maar zorgt voor verwarring: heb je wel écht wettelijk voorrang, en snappen vermoeide Poolse stucadoors in een busje dat ook?

Als je het bewuste pad googelt stuit je, niet echt geruststellend, ook op een advertentie van een letselschadeadvocaat. Tenslotte bereikten we de overkant, met gedoe maar voor een rolstoel wijkt iedereen. Nog 160 meter. Toen bleek: wind tegen, een snerpende oostenwind blies moeder recht in het gezicht. Dit moest geen 150 meter zo doorgaan, dan zou al het herstel van de laatste weken definitief teniet worden gedaan.

Goede raad was niet duur: ik draaide mij om en met mij de rolstoel. Achteruit verder, moeder met de vrieswind in de rug. Probeer het je voor te stellen: man op drukke stoep trekt al schuifelend een rolstoel mee, voetje voor voetje achteruit. Na elke twee meter pauze.

We hadden ongelooflijk veel bekijks, sommige passanten keken zorgelijk. Het verpleeghuis heeft ook een psychiatrische afdeling, maar dit had men nog nooit gezien. Voor de ramen van het ziekenhuis stootten mensen elkaar aan. ’Kijk, iemand die duidelijk de weg kwijt is’. Een vrouw sprak mij aan: ’Gaat het wel goed met u?’ Iemand anders: ’Gaat u wel de goede kant op?’

Een oude man met een wandelstok liep ons voorbij, hij was al acht jaar niemand meer voorbij gelopen. Twee dagen later sprak een caissière van Albert Heijn mij aan. ’Ik zag u op afstand’. En moeder? Het ging een tijdje vooruit, toen 200 meter achteruit, daarna weer een beetje vooruit. Een klein beetje.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.