Premium

Haarlemmer Frans van Duijn dook in leven van vergeten, jong gestorven kunstenaar: ’Siem van den Hoonaard verdient het om herontdekt te worden’

1/3

Veel musea hebben werken van hem in huis. Toch is Siem van den Hoonaard (1900-1938) nooit bekend geworden bij het grote publiek. De Haarlemse schrijver en journalist Frans van Duijn, nazaat van de kunstenaar, wil daarin verandering brengen.

De 56-jarige Haarlemmer voltooide onlangs een biografie over zijn oudoom, oftewel de broer van zijn opa. „Mijn biografie is tevens een oproep aan de museumwereld om de bijzondere kunstwerken van mijn oudoom de aandacht te geven die ze verdienen. Veel van zijn werken liggen in depots en komen er slechts af en toe uit voor exposities.”

Van Duijn lijkt het tij mee te hebben, want onlangs kocht het Rijksmuseum op een veiling een zogeheten dansmasker van Siem van den Hoonaard. In mei krijgt het een plekje in Nederlands bekendste museum. Eerst moet het koperen masker worden gerestaureerd.

Bombardement

Van Duijn, die zich ontfermt over de nalatenschap van zijn oudoom, keek verbaasd op toen het Rijksmuseum hem enige tijd geleden benaderde. Het museum wilde graag een masker kopen dat aan zijn oudoom werd toegeschreven, maar er was twijfel gerezen. Was het wel een echte Van den Hoonaard?

De Haarlemmer kon de echtheid van het dansmasker bevestigen, onder meer op grond van een foto uit 1933. Daarop draagt de destijds beroemde danseres Gerrie Folmer het masker op het podium. Dat het dansmasker is opgedoken, betekende voor Van Duijn een aangename verrassing. De nazaten van Van den Hoonaard gingen ervan uit dat het kunstwerk tijdens het bombardement op Rotterdam verloren was gegaan.

Het Rijks heeft Van Duijn gevraagd een artikel te schrijven over het dansmasker voor ’The Rijksmuseum Bulletin’, een kwartaalblad. Dikke kans dat dit de Haarlemmer zal helpen om zijn in vergetelheid geraakte oudoom weer in de schijnwerpers te krijgen. „Dit tijdschrift gaat de hele wereld over, naar alle grote musea. Dat kan een enorme boost geven.”

Picasso

Siem van den Hoonaard geldt als een van de grondleggers van de Nederlandse metaalplastiek. De Rotterdamse kunstenaar die in 1936 verhuist naar Noordwijk aan Zee, is de eerste Nederlandse beeldhouwer die zijn kunstwerken opbouwt uit aan elkaar gesmede platen en draden van koper. „Van den Hoonaard was zijn tijd ver vooruit”, zegt Van Duijn. „Zijn kunst werd dan ook niet door iedereen gepruimd.”

In de jaren dertig trekt het oeuvre van Van den Hoonaard volop aandacht. Vooruitstrevende kunstcritici noemen hem een voorloper en een pionier. Ze lopen weg met de Rotterdamse kunstenaar die zich laat inspireren door Picasso en Zadkine. Behoudende kunstrecensenten halen daarentegen hun neus op voor de koperen creaties van Van den Hoonaard. „Men was gewend aan keurig bronzen beeldhouwwerk”, aldus Van Duijn. „Expressionistische beelden en maskers van koper, een onedel metaal: dat was twee keer fout.”

Van den Hoonaard maakte deel uit van de Rotterdamse avantgardistische kunstenaarsclub R33. In 1937 exposeert de groep in Haarlem, bij kunsthandel Pictura in de Gierstraat. In Haarlems Dagblad, toen nog Haarlem’s Dagblad geheten, verschijnt een artikel over de expositie. Daarin wordt Van den Hoonaard geprezen en een ’opmerkelijk artist’ genoemd. Het verslag begint wel met de waarschuwing dat de tentoonstelling werken bevat ’waar de meer behoudsgezinde Haarlemmers soms nog wel vreemd tegenover zullen staan’.

Als edelsmid vervaardigt Siem van den Hoonaard aanvankelijk vooral gebruiksvoorwerpen en sieraden van metaal, maar vanaf 1931 concentreert hij zich op de vrije kunst, zijn grote passie. Van Duijn: „Toen hij daar eenmaal mee begon, wist hij van geen ophouden. Misschien ook omdat hij voorvoelde dat hij niet oud zou worden.” In 1938 wordt een schimmelinfectie van de longen de kunstenaar fataal. Hij sterft in het Academisch Ziekenhuis in Leiden, 37 jaar oud.

Zuiver en moedig

In 1939 vindt in museum Boijmans in Rotterdam een herdenkingstentoonstelling plaats voor Siem van den Hoonaard. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog blijft het lang stil rond de jong gestorven kunstenaar. Tot in 1955 het boek Beeldhouwkunst van deze eeuw verschijnt, geschreven door A.M. Hammacher, directeur van rijksmuseum Kröller-Müller en voormalig kunstcriticus, onder meer voor NRC. De museumdirecteur roemt in zijn boek en in een aanvullend artikel het ’zuivere en moedige’ oeuvre van Siem van den Hoonaard. ’Wie nagaat wat tussen 1930 en 1937 in Nederland plastisch werd gemaakt, zal moeten erkennen, dat Van den Hoonaard hier een voorloper is geweest met een gedurfde, vrijere, open vormgeving’, schrijft Hammacher, die in 1955 voor zijn museum een groot aantal kunstwerken aankoopt uit de nalatenschap van Siem.

Nog altijd bevindt zich een groot deel van het werk van Van den Hoonaard in het Kröller-Müller, maar ook andere musea hebben werk van hem in bezit, zoals Boijmans Van Beuningen.

Frans van Duijn bezit enkele sieraden van de hand van zijn oudoom en een aantal gebruiksvoorwerpen zoals een klok. Ook bewaart hij thuis in Haarlem een aantal tekeningen, waaronder enkele voorstudies van metaalplastieken. Voor zijn biografie over Siem van den Hoonaard kon Van Duijn putten uit (kranten)archieven, foto’s, brieven en aantekeningen van familieleden. De Haarlemse auteur, die een aantal jeugdboeken en spannende romans op zijn naam heeft staan, had nog niet eerder een biografie geschreven.

Speurwerk

Frans van Duijn werkte met veel plezier aan het boek over zijn oudoom dat onder meer bij bol.com verkrijgbaar is. Ook ligt de biografie in de museumwinkels van het Kröller-Müller en het Rijksmuseum. Enige weemoed overviel Van Duijn toen de biografie af was. „Speurwerk, waarbij je als een detective door de archieven heengaat, ligt mij zeer.”

Met het verschijnen van de biografie van zijn oudoom hoopt de Haarlemse schrijver niet alleen op hernieuwde belangstelling voor Van den Hoonaard. „Ik beschouw het ook als genoegdoening voor mijn opa, die Siem op zakelijk gebied bijstond. Hij heeft veel gedaan om het oeuvre van zijn broer, ook ver na diens dood, weer in the picture te krijgen. Dat is toen helaas niet gelukt.”

Judy Nihof

Lees hier de digitale editie



Volg ons