Premium

Lieve vrede, stout cabaret van Lonneke

Lieve vrede, stout cabaret van Lonneke
Lonneke Dort met onderkoelde en keiharde humor in De Verbeelding
© Foto Erik Rietman

In haar eerste programma ‘Na de lieve vrede’ – Lonneke Dort won in 2017 het Amsterdams Kleinkunst Festival– wil ze eerst nog wel even ruzie maken. Ze beweert dat ze dat van huis uit niet meegekregen heeft en wil dat nu als volwassene juist oefenen.

Dus wie in het publiek wil met haar ruzie maken? Voorlopig nog niemand, ze maakt er een notitie van om daar later in het programma op terug te komen.

Veel onderkoelde, soms keiharde en vaak humoristische thema’s in de show. Het publiek in Purmerend lijkt het onderkoelde eerst nog niet zo aansprekend te vinden, hardheid en humor scoren beter. Met een ongebruikelijke kijk op de grote en kleine levensthema’s en sterke liedteksten probeert Dort het publiek los te krijgen en voor zich te winnen.

Liedjes

Een groot deel van haar optreden bestaat uit liedjes. Bij sommige cabaretiers zijn die de onderbreking van het gesproken programma, bij Lonneke Dort is het net andersom. Ze begeleidt zichzelf met passende, niet al te ingewikkelde gitaarondersteuning.

Een van de geraffineerde, gemene liedjes, zet ze kabbelend op gitaar in, maar de tekst ‘In je haar zit een klein roze lintje, je bent en blijft een lelijk kindje’ sluit er niet er bij aan. Een opsomming van wat er aan het kindje niet zou kloppen, volgt.

Opsommingen komen ook voor in ‘Je weet niet wat eronder zit’ (de nagel). Daarin drukt Dort uit dat ‘er één soort mensen is dat ik niet vertrouw, de nagellak dragende vrouw’.Lieve vrede is ook een onderdeel van relaties. Daar heeft Dort ook een assortimentje voorbeelden van. Van open uitgesproken misstanden rond de geslachtsdaad tot tips om een relatie te redden: een paar besteedt geen geld aan therapie, maar koopt een camper om naar Syrië te gaan. Zo kun je een relatie ook weer op gang krijgen.

‘Publiek Purmerend’ heeft in eerste instantie moeite om mee te zingen met een lied over vluchtelingen: ‘Dit is van mij, mij, mij, mij’. Dort begint luchtig door ‘mij, mij, mij, mij,’ afwisselend steeds één helft van de zaal te laten zingen. Na korte tijd begint het publiek zich naar haar wens te gedragen en ontstaat een situatie die als toeschouwer achterin de zaal enigszins doet denken aan het Stanford-gevangenisexperiment. Daarin toonden onderzoekers de kracht van een sociale situatie aan in een sociaal-psychologisch experiment. Hier lijkt de cabaretière -in het experiment de bewaker- instructies te geven aan een groep vrijwilligers -het publiek- hoe met asielzoekers’- in het experiment gevangenen - om moet gaan.

Lonneke Dort vindt dat er een beetje een vrolijk einde moet komen aan het programma: ’We gaan eraan’ . In dit lied een gevarieerde opeenvolging hoe dat zou kunnen in wereld- en persoonlijke ontwikkelingen. Het klimaat komt voorbij, maar ook pesticiden en ‘Poetin is al onderweg en daarachter die Noord-Koreaan, en we gaan ’t niet hebben over die Amerikaan’.

Henk Zuurbier

Meer nieuws uit Waterland

Meest gelezen