Beverwijkse stadsdichter mijmert over ’niemandsland’

© Illustratie Wies Tesselaar

Van onze verslaggever
Beverwijk

Het eerste gedicht van de nieuwe Beverwijkse stadsdichter Nick Kolder gaat over het niemandsland tussen Meerestein en Oosterwijk. De plek waar hij is opgegroeid. Zeg maar: het oude Hofland. Kolder schrijft over zijn vriend de krokodil (van de kinderboerderij).

(Voor de krokodil en de buurt)

Een krokodil wacht op een eiland in een kinderboerderij

Wandel mee langs de getallen honderdtwee tot honderdtien

Garageboxen rood wit blauw één openstaand voorzien

Van wasmachines uitlaatpijpen misschien een boze man

Ietsje verder woont een krokodil naast een nieuwbouwplan

Een jochie weet wel waar hij woont en spelt dat slordig neer

Het vriendenboekje van zijn zus hoe moest dat ook alweer

Een lange ij was met een e zo wist dat blije ei

De krokodil zit ergens doodstil in een kinderboerderij

Nieuw verbouwd winkelcentrum nú met heel plafond

Naast de tweede ingang sipt een vrouw haar blik Kanon

Check even je bonnetje of het allemaal wel klopt

Vandaag wordt het appartement van de krokodil geschrobd

Op het eindexamenfeest rookt je leraar stiekem wiet

Halt! Stop! De Politie! Je lampje doet het niet!

Je hoort erbij, bent goedgekeurd; ’Deze fiets is oké’

Het geluk is voor de krokodil; hij krijgt nooit acne

We zijn een dierentuin, geen boerderij, strijkt de website trots

Een van Neerlands allerkleinsten - hier geen apenrots

Maar ik zit vast in vroeger en Farm zit in de naam

De krokodil vergeeft mij, mij treft zo geen blaam

Soms ruikt een flat naar tomatensaus of iets wat er op lijkt

Uit een raam geurt al dat leven wat er in zo’n toren prijkt

Grauwe lucht, dorre tak, gaspitten aangestoken

Denk ik aan de krokodil die in mijn hoofd blijft spoken

Lieve krokodil, Ik heb veel aan je gedacht

meermaals in mijn tijd

En al word je ooit vervangen

ik raak je nooit meer kwijt.

Meer nieuws uit NHD

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.