Premium

Carnaval: Iedereen gelijk... Of niet?

1/4

Carnaval, het feest waarbij ’om alles en iedereen kan worden gelachen’. Of toch niet? Er is de laatste jaren telkens weer een rel over liedjes of uitdossingen die racistisch, seksistisch of anderszins discriminerend opgevat kunnen worden. Worden grenzen overschreden of is er sprake van te lange tenen?

Carnaval is drie dagen leut, maar soms gaat de humor over de grens en betalen anderen daarvoor de rekening. Houden we genoeg rekening met elkaar?

Bernd Laan vindt eigenlijk dat er niet te zwaar aan moet worden getild als uitingen van carnaval op of over het randje gaan. „Het is een feest, beslist niet bedoeld om te beledigen. Door die bril moet je het bekijken”, zegt de voorzitter van carnavalsvereniging Het Masker in Zwaag.

„Je moet het met een knipoog zien, als je in de optocht een paar cowboys en indianen voorbij ziet komen. Zo’n groep wil echt niet de oorspronkelijke bewoners van Amerika belachelijk maken.” Nou is het in deze carnavalsenclave in West-Friesland nooit heel erg mis gegaan. „We monitoren op discrimineren, dat willen we niet hebben. Het kan best zijn dat er mensen zijn die ergens aanstoot aan nemen. Excuus, je kunt niet alles voor zijn”, zegt Laan. „We zijn met carnaval overigens groot geworden toen eind jaren zeventig ons tuindersdorpje werd ingelijfd door Hoorn. Daar heeft het hele volk zich tegen verzet en dat was in de optocht te zien. Die werd steeds groter.”

Precies die gedachte - verzet tegen de ’macht’ - past heel erg bij de oude functie van carnaval als omkeringsritueel. Het is van oorsprong een volks feest dat tot doel had om voor een paar dagen de bestaande machtsverhoudingen te doorbreken, zelfs om te keren. De door het volk gekozen Prins Carnaval regeert en de formele machthebbers zetten even een stap opzij. De mensen krijgen even de kans om stoom af te blazen en door middel van humor kritiek te uiten op de heersende normen.

Miskleunen

Maar die oorspronkelijke functie is anno 2020 grotendeels verloren gegaan, zeggen deskundigen. Het is ook niet meer nodig in een veranderde maatschappij waarin de machtsuitoefening is gedemocratiseerd. Eigenlijk is enkel het evenement overgebleven, niet de mores van vroeger. Regelmatig wordt niet de macht maar een minderheid op de hak genomen. En dat leidt steeds vaker tot ’bedrijfsongevallen’ en niet gewaardeerde ’miskleunen’. Wie even gaat zoeken, vindt een forse lijst stenen des aanstoots.

Radio 10-dj Lex Gaarthuis sloeg begin deze maand de plank volledig mis toen hij zijn alter ego Rotterdamse Toon het grappig bedoelde carnavalsliedje ’Volkomen (voorkomen) is beter dan Chinezen’ liet opvoeren op de radiozender. Bij het landelijk meldpunt voor discriminatie kwamen meer dan 3000 klachten binnen. De Chinese gemeenschap in Nederland heeft veel last van het coronavirus, niet vanwege de ziekte maar door de talrijke racistische en stigmatiserende opmerkingen die deze groep op straat, school of op het werk naar het hoofd krijgt geslingerd. Gaarthuis vond achteraf dat hij een grote fout had gemaakt. „Vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar houd ook rekening met de gevoelens van mensen. Ik had me dat moeten realiseren toen ik het lied maakte en ik heb dat helaas niet gedaan.”

Effe trekke

De Bredase zussen Esther en Monique - van carnavalsduo Sjansjee - haalden met hun dubbelzinnige ode aan de kroket uit de muur de toorn van Rob van de Laar van de Brabantse Carnavalsfederatie op de hals. De dames zingen ’Effe trekke en dan gaat ie in je mond. Een kroketje uit de muur is zo gezond’ en ’Wil je hem met mayo of wil je hem met friet of met pikke, pikke, pikke, piccalilly anders niet’. Van de Laar constateert de laatste jaren een trend in teksten die de fatsoensnormen overschrijden. Het heeft volgens hem niks meer met carnaval te maken. Omroep Brabant besloot het nummer te boycotten.

Het Belgische Aalst liet in december vorig jaar het eigen carnavalsfeest schrappen van de werelderfgoedlijst van Unesco. Het feest was in opspraak geraakt vanwege de praalwagen van ’De Vismooil’n’. Deze carnavalsgroep had in 2019 een ’sabbatjaar’: de leden wilden geld sparen voor 2020 en besloten oude poppen te recyclen. Die werden omgebouwd tot karikaturen van orthodoxe joden, met een kromme neus en koffers geld. De Belgische Joodse gemeenschap trok de vergelijking met beelden van praalwagens in 1939 in nazi-Duitsland en ook internationaal woedde er een storm van kritiek. De carnavalsgroep haastte zich te zeggen dat het nooit de bedoeling was om het geloof of de bevolkingsgroep belachelijk te maken. „Wij vonden dat komisch, als roze Joden de stoet in met een kluisje waar we ons opgespaarde geld in bewaren. Met andere religies wordt ook gelachen.”

In Eindhoven ging in 2018 het dispuut Aleph van het Eindhovens Studenten Corps over de schreef.

Uitglijder

’De wil van een vrouw doet er #nietoo’, schreef het dispuut op de uitnodiging voor een carnavalsfeest. Bestuurder Jan Menelers van de TU Eindhoven was ’vreselijk boos’. „Dat had niks met satire te maken. Ik was niet zo geïnteresseerd in de uitleg. Dit is gewoon een ongelooflijke maatschappelijke uitglijder”, liet hij zich ontvallen.

En in datzelfde jaar werd de Rossumse wagenbouwvereniging De Sjeesköttels beschuldigd van racisme. Deelnemers van de loopgroep hadden zich zwart geschminkt onder het motto ’Noa goa’j ’t beleaven, Afrika komt tor leave’n. „Welkom in beschaafd Nederland waar non stop de gevoelens van zwarte kinderen keihard worden genegeerd”, oordeelde Movement X. Het leidde tot discussie. „Alsjeblieft zeg. Handen af van carnaval. Niemand neemt zich serieus, die dagen. Dat is nou net de bedoeling van dit feest: we zijn dan allemaal gelijk”, schreef advocaat René Rorink - in Twente geboren en getogen - achteraf in een opinie.

Verbroedering

„Het is het feest van de verbroedering”, zegt ook voorzitter Frits Warmerdam van de Noordwijkerhoutse carnavalsvereniging De Kaninefaaten. „Vlak voor de vasten met zijn allen nog even een feest bouwen.”

In Noordwijkerhout, net als Zwaag een carnavalsenclave boven de rivieren, wordt scherp gelet op kwetsende uitingen. „De wagens worden voor het feest gekeurd. Als we dan kwetsende uitingen tegenkomen, krijgen ze de keuze: niet meerijden of zorgen dat de aanstootgevende uiting verdwijnt”, zegt Warmerdam. Hij denkt niet dat er iets fundamenteels mis is met carnaval. „Het is inherent aan de maatschappij. Als daar dingen spelen, dan zie je dat terug bij carnaval.”

Annet van Aarsen

Lees hier de digitale editie



Volg ons