Premium

Lerend bewegen is ook leren bewegen

Lerend bewegen is ook leren bewegen
Spelen, bewegen én leren op De Overhaal in Avenhorn.
© Foto Marcel Rob

Het weer wilde niet echt meewerken die ochtend, dat was misschien zelfs nog wat timide uitgedrukt, maar de regen zou de animo om de schooldag buiten te beginnen ongetwijfeld hebben ondermijnd. Maar zo gaat het dus elke ochtend op De Overhaal in Avenhorn - weer of geen weer.

De leerkracht zette ’s ochtends een klein parkoers uit, met hoepels en pylonen en verstopte een didactische opdracht in het spel zodat het mes aan twee kanten snijdt. Kinderen bewegen, en leren. Spelenderwijs.

Door de hele schooldag heen zijn de basisscholieren in beweging - alsof ze nooit meer hoeven stilzitten. Wat een zegen voor het kind zou zijn, maar een gruwel voor de juf of meester.

Begin

Maar zo is het ook weer niet, zeggen Myrthe Boven, directeur, en Irene Bakker, intern begeleider op de Noord-Hollandse school. Boven: „Door juist aan het begin van de schooldag al te bewegen, kunnen kinderen daarna geconcentreerd aan de slag.” Het werkt echt, verzekeren de twee. „Ze zijn meer gefocust. Kunnen beter hun werk doen”, aldus Boven. Bakker: „Je merkt dat leerlingen echt ’aan staan’.”

De directeur vervolgt: „We verzamelen ’s ochtends in de klas, met de jassen aan. Buiten wordt er het een en ander neergezet, al naar gelang wat de leerkracht wil. Dat kan een bepaalde werkvorm zijn, een estafette, een tikspel. Of een waslijn waar allemaal kaartjes met antwoorden hangen.”

Die miezerige ochtend waren het dus hoepels geweest. Met al die spellen of oefeningen en al die verschillende klassen kan het dus best onoverzichtelijk of een beetje een chaos worden, kun je denken, maar het liep best gesmeerd. Een schoolplein is natuurlijk ook berekend op spelende kinderen - met of zonder uitgezet parkoers.

„We spelen ook wel levend kwartet”, vertelt de intern begeleider. „De activiteit hoeft ook weer niet per se een leerdoel te hebben. En de kinderen vinden het allemaal ontzettend leuk.”

Lees ook: ’Pleister erop en doorrennen, dat is niet meer’

Gegeven

Het is een gegeven dat kinderen te weinig bewegen. Dat heeft onvermijdelijk gevolgen voor hun fitheid, motoriek maar ook, wordt wel gezegd, hun ontwikkeling. Bakker bevestigt dat: „Met een spelvorm kun je een hoger leerrendement halen. En de kinderen hebben duidelijk meer plezier in school.” Boven: „Ze hebben niet het gevoel dat ze aan het leren zijn.”

Er lopen meerdere initiatieven om kinderen actiever te krijgen, van oud-topschaatser Erben Wennemars tot (complete) overheidsprogramma’s. Er wordt in sportakkoorden rekening gehouden met extra beweegonderwijs - of er wordt aan gerefereerd, zoals nu in West-Friesland gebeurt met De Overhaal. Sportakkoorden zijn de plannen van de gemeente om de hele samenleving meer aan het bewegen (of sporten) te krijgen, waar ook subsidie voor beschikbaar is.

In Avenhorn begon het ’bewegend leren’ met een ambitieuze leerkracht. Boven: „Elk jaar houd ik gesprekken. Wat zijn je scholingswensen? Toen kwam dit tweeënhalf jaar geleden naar boven. Ik vind het wel belangrijk om dingen uit te proberen. En ik wilde het enthousiasme niet de kop indrukken. Eerst kwam de een, toen de ander, en vervolgens de derde.”

Bakker: „Inmiddels hebben we allemaal de training voor reken- en spellingbootcamp gedaan.”

Geïntensiveerd

Het programma is sinds de kerstvakantie ’geïntensiveerd’. Boven: „Het kabbelde een beetje voort.” Bakker: „We vinden dit heel belangrijk, heel gaaf. We wilden doorgroeien, en niet stil blijven staan.”

„We doen dit omdat kinderen van nature nieuwsgierig zijn”, legt de directeur uit. „Ze willen ook bewegen. Door onze lessen zijn ze nu meer betrokken.”

De schooldag op De Overhaal begint dus elke ochtend met(minimaal) vijftien minuten bewegen. Daarbovenop komen nog twee keer gym en het speelkwartier buiten. Verder wordt dat bewegen door de dag heen flink gestimuleerd. Met fietsen in de aula en stabureaus, waaronder weer een deskbike kan. En met soms heel eenvoudige oefeningen.

Voorbeeld. Boven doceert: „We hebben als opdracht de tafel van drie. Drie, zes, negen, en elke keer bij het opzeggen moet je één keer stuiten met de tennisbal.” Bakker: „Je hebt dictee, schrijft op een papiertje het woord, verfrommelt dat en gooit het door de klas. Een kind raapt het op en spelt het woord. En wat is er nou leuker dan propjes gooien in de klas?”

Toets

Of, gaat Bakker verder: „Ik was van de week een toets aan het afnemen. Je merkt dat het na vraag 7 inkakt. Dus liet ik de kinderen even tien keer van de tafel afspringen. Hun hartslag gaat omhoog en ze zijn weer gefocust.” Boven: „Zo simpel kan het zijn.”

Je kunt het ’bewegend leren’ als iets extra’s beschouwen - en dus een reden voor ouders om juist voor De Overhaal te kiezen. Maar tot extra aanwas heeft het actieve lesprogramma (nog) niet geleid. „Wat wij doen, vinden wel al heel gewoon. Dus het is niet zo dat we...”

„Het van de daken schreeuwen”, neemt Boven over. „We zijn daarin, denk ik, te bescheiden geweest tot nog toe.”

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.