Premium

Rob Stolker ging in de oorlog als broodmager ventje mee op hongertocht: ’Een man pikte een zakje tarwe van onze fiets. De wanhoop was onbeschrijflijk’ [video]

Rob Stolker ging in de oorlog als broodmager ventje mee op hongertocht: ’Een man pikte een zakje tarwe van onze fiets. De wanhoop was onbeschrijflijk’ [video]
Rob Stolker
© Foto Peter Schat
Hoofddorp

Rob Stolker was zes in de Hongerwinter. Als een bleek en broodmager ventje werd hij bij zijn vader achterop de fiets gezet, om vanuit Haarlem op voedseltocht te gaan naar ’de Noord’, het gebied boven Alkmaar.

Hij moest meelij wekken bij de boeren, die verder overgehaald werden voedsel te geven met ruilwaren zoals zeemleren lappen of zomerjurken uit moeders kast. In de Indische Buurt in Haarlem-Noord, wachtten zij en zijn broer en zus van twee en een jaar op wat ze mee zouden brengen.

,,Het was een avonturentocht tot en met, op een fiets met van die keiharde massieve banden door de kou. En als we niets te ruilen hadden, vroegen we gewoon om eten. We moesten toch wat, vijftig, zestig kilometer van huis en drie, vier dagen onderweg. We voelden ons bedelaars’’, vertelt Stolker in zijn woning in Hoofddorp.

Jong is hij bij de gemeente Haarlem gaan werken maar al snel werd hij beleidsambtenaar in Haarlemmermeer. Kort na zijn start daar kon hij met zijn gezin naar Hoofddorp verhuizen. Stolker is tien jaar weduwnaar.

Traumatisch

Een rampzalig moment dat Stolker een groot deel van zijn leven achtervolgde, voltrok zich in de buurt van Assendelft of Krommenie. Zijn vader moest een plasje doen en zei tegen de kleine Rob goed op de spullen te letten.

,,Ik werd medeverantwoordelijk gemaakt voor het zakje tarwe van acht pond op de fiets. En dat is toen meegenomen, ik denk meegepikt door een volwassen man. Niet dat mijn vader erg boos was, maar we kwamen natuurlijk wel thuis zonder die tarwe waar we zo blij mee waren. De wanhoop is onbeschrijflijk. Die ervaring is bijna traumatisch. Ook omdat in latere jaren dat verhaal in de familie keer op keer werd verteld.’’

Suikerbieten en tulpenbollen vormden de dagschotel. ,,Regelmatig gingen we ook naar de centrale gaarkeuken aan de Rijksstraatweg, de Openluchtschool. Met mijn oma sprokkelde ik hout in het Groenendaalse Bos in Heemstede.’’

Stolker herinnert zich dat het behalve een beroerde ook een spannende tijd was. Zijn vader, toen 29, liep doorlopend kans om opgepakt te worden om in Duitsland te werk te worden gesteld.

,,Een schuilplaats was dan bij een van de buren onder de vloer. Bij een razzia, ik denk die van 6 december 1944, de ’Sinterklaasrazzia’, stampte een Duitse soldaat ons huis binnen, Semarangstraat 17, je stond zo van de voordeur in de kamer, en vroeg mijn moeder naar mijn vader. Hij nam na een blik op de drie kleine kinderen genoegen met haar ontwijkende antwoord.’’

Lees ook: Na ’Sinterklaasrazzia’ in Haarlem sprong Dick Drijver uit de trein die naar de hel reed

Zijn vader moest altijd rommelen, voedsel zien te krijgen. Het lag hem en hij genoot er, ondanks de beroerde tijd die het was, ook van. ,,Mijn vader was een vrijbuiter.’’

Enkele maanden voor het einde van de oorlog ontdekten zijn vader en een buurman bij toeval een opslagplaats van zwarthandelaren in de duinen. ,,Toen hebben we een paar keer kunnen smullen van blikken geconserveerd voedsel, chocolade en andere lekkernijen.’’

Sensatie

En dan komt de bevrijding.

,,Dat is zo apart, dan is het eindelijk mei 1945 geworden. Dan komen de eerste vlaggen tevoorschijn en je ziet mensen uit de huizen komen die je eigenlijk nog nooit gezien hebt. In september hebben we de straatfeesten gehad. Dat was een enorme gebeurtenis voor je als kind. Want je zag dan voor het eerst eigenlijk je vader in een korte broek. En uitbundig. En je ziet je moeder met een lepel vol erwten hard door de straat hollen bij wedstrijden om te zien wie er het eerste was. En je vader liep hard tegen een andere buurman, die je wel van naam kende maar die je nooit eerder had gezien. En dan wordt je vader tweede, dat was een sensatie, want de hele straat deed mee. Hoe klein je ook was, dat bevrijdingsgevoel had je, dat was heel apart.’’

Lees ook: Bewegend Verleden: Bevrijdingsfeest Haarlem, 1945 [video]

Na de oorlog had zijn vader een bakkers- en melkwijk in Heemstede. Als hij vrij van school had, op zaterdagen bijvoorbeeld, hielp Rob mee.

,,Het was geen groter genoegen voor mijn vader, als dan de Duitsers met hun grote BMW’s de weg aan hem vroegen, ze te vertellen: ’Wie bitte, nach Zandvoort? Immer gerade aus’. Terwijl Zandvoort natuurlijk precies de andere kant op was. Dat vond die man zo prachtig. De spanning van de oorlog heeft hij later in zijn werkzame leven gewoon gemist.’’

,,Mijn kinderen zeggen: ’Pa, hou nou eens op over die oorlog’. Maar mijn kleinkinderen, de oudste is 28 en de jongste veertien, vijftien zeggen: ’Opa, vertel nog eens over die oorlog’. Die vinden het enorm spannend. En als ik er dan over vertel, dan hangen ze aan je lippen. Nu kan dat nog, ik ben inmiddels 81, en dan voel ik toch dat er, dat klinkt een beetje eigenwijs, dat er een zaadje geplant wordt van: dat moeten we nooit meer meemaken.’’

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Meer nieuws uit Haarlem

Meest gelezen