Hij kroop als joodse onderduiker drie keer door het oog van de naald: ’Ik ben nog nooit zo bang geweest als toen in die boerderij. Daar droom ik nog steeds over, en dan word ik gevonden door de Duitsers’

Hij kroop als joodse onderduiker drie keer door het oog van de naald: ’Ik ben nog nooit zo bang geweest als toen in die boerderij. Daar droom ik nog steeds over, en dan word ik gevonden door de Duitsers’
Jack Eljon voor zijn onderduikadres aan de Roerdompstraat 11.
© United Photos/Paul Vreeker
Haarlem

Drie maal kroop Jack Eljon in de Tweede Wereldoorlog als joodse onderduiker door het oog van de naald. Omdat het 75 jaar na de bevrijding is, plaatsen we nogmaals een artikel uit 2015. Eljon was toen 77 jaar.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

De eerste keer dat Jack Eljon als onderduiker ontsnapte aan de Duitsers, was in Haarlem. De datum staat nog in zijn hoofd gegrift: 25 augustus 1942.

Hij verbleef toen als vijfjarig jongetje al driekwart jaar bij zijn tante Greta in de Roerdompstraat 11. Daar was hij door zijn ouders naartoe gestuurd toen de situatie in zijn geboortestad Amsterdam te onveilig werd. Veel kan hij zich van zijn Haarlemse periode niet meer herinneren.

,,Ik herinner me nog een paar flarden. Ik zat niet verborgen op zolder, speelde gewoon op straat en trok op met mijn twee nichtjes Rietje en Paulien. Het voelde een beetje als logeren bij je tante. Henkie Mulder heette ik toen, dat was mijn onderduiknaam.”

,,De buren waren NSB'ers, foute Nederlanders dus, maar geen nare mensen. Het waren eigenlijk meelopers en ze waren niet anti-joods. Zij wisten dat er de volgende dag een huiszoeking zou worden gehouden door de Duitsers. Ze waarschuwden mijn tante: 'Dat jongetje bij jullie moet weg'. Maar waarheen wist niemand. Toen zeiden die foute buren: kom maar bij ons. In de nacht van 24 op 25 augustus ben ik over de schutting geduwd en belandde ik voor het eerst in mijn leven bij NSB'ers in huis. Die houten schutting is de belangrijkste herinnering die mij is bijgebleven.''

Hij bracht ongeveer twee weken door bij de buren, waarna ’Henkie’ naar een ander onderduikadres ging.

,,Die buren zijn na de oorlog opgepakt en ze hebben even vastgezeten. Maar ze werden vrijgesproken omdat ze mij in veiligheid hadden gebracht.''

Flashback

Eljon vertelt zijn verhaal op een bankje langs de Jan Gijzenvaart, vlakbij de Roerdompstraat. In 2014 was hij op 4 mei voor het eerst terug in zijn Haarlemse onderduikhuis. Hij vertelde daar toen voor belangstellenden zijn verhaal.

,,Het huis in de Roerdompstraat is helemaal verbouwd, maar toen ik daar de trap weer opliep kreeg ik opeens een flashback. Ik voelde me weer die jongen van vijf.''

Zolang er nog overlevenden, ooggetuigen zijn van die donkere jaren, moet het verhaal van de oorlog worden verteld, meent Eljon. ,,Over tien jaar bestaan we niet meer.''

Hij heeft dan ook een drukke agenda. De laatste jaren bezoekt hij onder meer tal van scholen om het verhaal te vertellen. In het begin kostte hem dat moeite, nu geeft het ook opluchting. ,,Het geeft waardering en voldoening.''

Engeltje

Hij heeft het overleefd, maar het heeft hem getekend. In Zeist - 'het allerergste adres waar ik gezeten heb' - ontsnapte hij aan een huiszoeking in de afgesloten kar van een bakkersknecht. In Friesland wist hij zich te verschuilen onder het dak van een boerderij, terwijl hij door een spleet de laarzen van Duitse soldaten kon zien.

,,Ik ben in de oorlog nog nooit zo bang geweest als toen in die boerderij. Daar droom ik nog steeds over. Dan word ik badend in het zweet wakker, omdat ik in mijn droom word gevonden door de Duitsers. Na de oorlog heb ik nog lange tijd gezegd dat ik Henkie Mulder heette, omdat ik had geleerd om niet mijn eigen naam te zeggen.”

,,Mijn tante Greta is in 1943 opgepakt bij een controle. Zij heeft het niet overleefd. Met Rietje heb ik nog lang, tot aan haar dood contact gehouden. Ik ben altijd gek op haar gebleven. Met haar dochter heb ik nu nog steeds contact.''

Onderduiken voelde ook alsof hij door zijn ouders in de steek was gelaten.

,,Ze hebben mij weggegeven, dat heb ik ze nooit kunnen vergeven. Tussen mij en mijn ouders, die de oorlog hebben overleefd, is het nooit meer goed gekomen. Het onderduiken heeft mijn leven nadelig beïnvloed. Het voelde alsof ik vier jaar gevangenisstraf heb gehad.”

,,Ik heb er dromen en angsten aan overgehouden en ik ben altijd erg argwanend tegenover mensen. De littekens van de oorlog zitten van binnen. Helen zullen ze nooit. Daar moet je mee leren leven. Maar ik heb ook een engeltje op mijn schouder gehad. Als ze me toen in die boerderij hadden gevonden, had ik nu echt niet meer geleefd.''

Meer nieuws uit Haarlem

Meest gelezen