Premium

Annelies ging als VN-militair naar Bosnië. Om te helpen, ’maar de kogels vlogen over je harses’. Weer thuis gaat het fout: ’Gescheiden, agressief, aan de drank, ik was totaal de weg kwijt’

Annelies ging als VN-militair naar Bosnië. Om te helpen, ’maar de kogels vlogen over je harses’. Weer thuis gaat het fout: ’Gescheiden, agressief, aan de drank, ik was totaal de weg kwijt’
Een pantservoertuig begeleidt een Nederlands VN-konvooi naar Lukavac, tijdens de oorlog in Bosnië. Annelies van Doorn uit Warmenhuizen rijdt niet mee in dit konvooi, maar bestuurde ook een tientonner.
© Archieffoto ANP/Ed Oudenaarden
Schagen

Twintig jaar is Annelies van Doorn uit Warmenhuizen, als ze als VN-militair naar de oorlog in Bosnië wordt gestuurd. Een humanitaire missie, om te helpen. Maar de kogels vliegen haar om de oren. Dik 25 jaar worstelt ze met een posttraumatische stressstoornis, haar leven is een puinhoop. Nu krabbelt ze weer op, mede door het veteranenhuis De Inloophaven in Schagen. Dit is haar verhaal.

Een grasveld oversteken? Liever niet. Ergens in het achterhoofd van Annelies van Doorn uit Warmenhuizen gaat dan toch altijd een luikje open. ’Je weet nooit of er landmijnen liggen’.

Landmijnen? Onder een plantsoen ergens in Nederland? Tuurlijk zijn die er niet. Weet zij ook wel. En inmiddels loopt ze echt wel over zo’n plantsoen. Maar die gevarenknop in haar hoofd, die ooit is geactiveerd tijdens een militaire missie in het buitenland, blijft te pas en te onpas signalen afgeven. ’Kijk uit, pas op, wees op je hoede’.

Burgeroorlog

Het is maart 1994, Annelies is amper twintig jaar oud. En in Bosnië is een bloedige burgeroorlog aan de gang. Als lid van een transportbataljon wordt Annelies uitgezonden. Onder de vlag van de Verenigde Naties (VN). Blauwe helmen, witte trucks.

(tekst loopt door onder afbeelding)

Annelies ging als VN-militair naar Bosnië. Om te helpen, ’maar de kogels vlogen over je harses’. Weer thuis gaat het fout: ’Gescheiden, agressief, aan de drank, ik was totaal de weg kwijt’
Annelies van Doorn tijdens haar missie.
© Privéfoto

Ze gaat niet om mee te vechten met een van de twee strijdende partijen. „Wij gingen om te helpen. Blauwe helmen op van de VN, dan verwacht je niet dat de kogels je om de oren vliegen.”

Nou, dat doen ze dus wel. Ruim een kwart eeuw na dato worstelt Annelies nog altijd met de gevolgen. Ze lijdt aan een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Het gaat inmiddels weer redelijk goed met haar. „Maar ik ben helemaal de weg kwijt geweest. Toen ik terug kwam van die missie heb ik het allemaal weggestopt. Ik dacht dat het allemaal wel goed ging. Was niet zo, ik leefde op de automatische piloot.”

Aan de drank

Ze vat haar leven na Bosnië in een paar zinnen samen. „Getrouwd, kinderen gekregen, gescheiden, aan de drank geweest, agressief geweest, constant ruzie met iedereen. Ik kon me enorm opwinden over mensen die van een heel klein ding een groot probleem maakten. Dan ging ik serieus ruzie maken. Veel vriendschappen verspeeld op die manier, mijn wereldje werd klein. Want het lag nooit aan mij. Ik dacht dat ik volledig normaal was.”

Ontladen

En dat allemaal door dat gevarenknopje in haar hoofd, zoals ze dat uitlegt. Het gaat al het eerste weekend in Bosnië aan.

„We gingen puur op een humanitaire missie, met dat idee gingen we op pad. Dan denk je dat je veilig bent. Nou, het eerste weekend was het al raak. Voor ons kamp was een groot busstation. Daar kwam de lokale bevolking zaterdagavond naar toe om zich te ontladen. Deden ze door alle munitie die ze hadden de lucht in te schieten. Je weet serieus niet wat je meemaakt. Zoiets hadden we absoluut niet verwacht. Het was ook zeer bedreigend. Wat als ze op jou gaan schieten?”

Alert

Het is op dat moment dat er een knopje in haar hoofd omgaat, zegt ze. „Ik noem dat de gevarenknop. Die zorgt er voor dat je constant alert bent. Constant op je hoede.”

(tekst loopt door onder afbeelding)

Annelies ging als VN-militair naar Bosnië. Om te helpen, ’maar de kogels vlogen over je harses’. Weer thuis gaat het fout: ’Gescheiden, agressief, aan de drank, ik was totaal de weg kwijt’
Bij de truck waarmee ze door de bergen reed.
© Privéfoto

Dat knopje is hard nodig, blijkt al snel als het transportbataljon van Annelies gaat doen waar voor het gekomen is: boterolie, meel, aardappelen en uien brengen naar de lokale bevolking in de dorpjes in de bergen. In die bergen zitten ook de strijdende partijen.

Gas, gas, gas

„De kogels vlogen over je harses heen. Letterlijk. Ze zaten aan weerskanten van de weg in de bergen en schoten op elkaar. En wij reden er letterlijk tussenin. Regelmatig kwam het commando ’gas, gas, gas’. Dan lagen we onder vuur en was het een kwestie van vol gas gaan. Kwamen de kogels vlak voor je langs, zag je ze dichtbij in de grond slaan. We zijn nooit echt rechtstreeks geraakt gelukkig.” Maar bloedlink is het natuurlijk wel. Al staat ze daar op het moment niet zo bij stil, zegt Annelies nu.

Tientonner

„Ik weet niet precies hoe dat werkt, maar op een of andere manier gaat je brein er op een bijzondere manier mee om. Je schiet als het ware in een veiligheidsmodus. Ik was chauffeur op een tientonner en het was eigenlijk gewoon een kwestie van gas geven en maar hopen dat je er goed uit komt. Je hebt eigenlijk geen tijd om na te denken.”

Het is ook maar goed dat het niet mis gaat, want heel veel kunnen Annelies en haar collega’s niet uitrichten. „We hadden twintig patronen de man, dat was het. Belachelijk weinig zeg je? Ja, dat denk ik nu ook, maar toen wist je niet beter. We gingen er vanuit dat er genoeg munitie was.”

Ravijn

Dan slaat op 22 juli 1994 het noodlot echt toe: Annelies krijgt een zwaar ongeluk met haar tientonner. „Zo ’t ravijn in gesodemieterd. Daar word je niet echt beter van hoor. Toen kreeg ik pas echt in de gaten hoe dichtbij ze zaten. Je zag nooit een mens in die bergen, maar toen wij daar met die vrachtwagen op de kop in een rivier lagen was de lokale bevolking er in no time bij. Hele wagen leeg, alles weg. Ook onze wapens. Dan besef je pas: je ziet ze niet, maar ze zitten echt heel dichtbij. Beangstigend ja.”

Weggestopt

En al die ervaringen zetten zich ergens vast in het hoofd van de jonge militair. Daar moet je dus iets mee, weet ze nu. „Toen niet. Terug in Nederland heb ik alles weggestopt. Ik dacht serieus dat ik normaal was, maar dat bleek dus niet zo te zijn.” Later realiseert ze zich dat een legerpsycholoog al kort na haar thuiskomst heeft vastgesteld dat ze PTSS heeft.

„Maar ja, toen stond ik zelf nog niet open voor hulp. En dat is een voorwaarde, anders gaat het niks worden. Je kunt iemand niet dwingen om hulp te zoeken.” En dus moddert Annelies zo’n 25 jaar aan. Ze is altijd alert, slaapt slecht, is onrustig.

Een moeder met PTSS, dat drukt op het gezin. Vakanties? Liever niet, want ver buiten de comfortzone van Annelies. Een druk café binnenlopen? Alleen met grote tegenzin. En als er een plek is waar ze de ingang kan zien. Te veel mensen achter haar, daar wordt Annelies onrustig van.

Polsen

Als ze haar gemoedstoestand van die tijd moet samenvatten is de conclusie hard: „Ik wist van voren niet dat ik van achteren leefde. Ik ging bij voorbeeld helemaal op in mijn sporten. Crossfit, kickboksen: ik ging over de grens. Mijn trainer bij kickboksen zei tijdens een potje sparren: ’ga maar eens los’. Ik sloeg alle twee m’n polsen kapot. Zoveel agressie zat er in me.”

Pas als haar drie kinderen wat groter zijn gaat het luikje in haar hoofd open. „Op het moment dat de kinderen minder zorg van je nodig hebben, krijg je ruimte in je hoofd. Toen ging het prikken en liep ik echt helemaal vast.”

Twee opnames

Een zwaar behandeltraject volgt. Dik 2,5 jaar therapie, inclusief twee opnames in een behandelkliniek. Het slaat aan, zegt ze. „Zo’n gesprek als ik nu met jou voer, dat had ik een jaar geleden bij voorbeeld nooit gekund. Want jij bent een onbekende voor me. Maar ik ben er nog niet.”

(tekst loopt door onder afbeelding)

Annelies ging als VN-militair naar Bosnië. Om te helpen, ’maar de kogels vlogen over je harses’. Weer thuis gaat het fout: ’Gescheiden, agressief, aan de drank, ik was totaal de weg kwijt’
Annelies van Doorn in veteranenhuis de Inloophaven in gesprek met ex-landmachter André Meulemans en oud-marineman Jaap de Vreugd (rechts). Op de achtergrond oud-marineman Siem Bes.
© foto Marc Moussault

Ze vertelt haar verhaal in het veteranenhuis aan de haven van Schagen. Het staat open voor alle veteranen uit Noord-Holland Noord. Noem het gerust haar tweede thuis, ze komt er graag. Als er op de donderdagen gekookt wordt is Annelies er altijd bij.

Burgemeester

Ze heeft zich bij burgemeester Marjan van Kampen van Schagen persoonlijk hard gemaakt voor de voorziening. „Tijdens een veteranendag ben ik jaren geleden weer in contact gekomen met de mensen van mijn transportbataljon. Langzamerhand ben ik er achter gekomen hoe belangrijk een plek is waar veteranen elkaar kunnen ontmoeten.”

Aan de tafel knikken enkele andere bezoekers van het veteranenhuis bevestigend. In de burgermaatschappij is vaak te weinig begrip voor de militair die in oorlogsgebied heeft gezeten. Dan is het fijn als er een plek is waar mensen je snappen. Annelies: „Hier spreken we allemaal dezelfde taal. Dit is een rustige plek, die heb je als veteraan echt nodig.”

Therapie

Ze is, door de intensieve therapie, inmiddels weer zover dat ze dingen onderneemt. „Hoe? Door constant tegen me zelf te zeggen: ’het is hier niet gevaarlijk’. ’Je kunt dat grasveld best oversteken, je kunt best in dat café gaan zitten, je wordt heus niet in de rug aangevallen. Het gaat steeds beter.”

Dan met een lach: „Maar je moet me niet op een drukke markt neerzetten, want dan word ik helemaal paranoïde. En reizen met het openbaar vervoer doe ik ook niet. Te veel mensen om me heen. Leven met PTSS is niet makkelijk. Het blijft een constant gevecht met je zelf. PTSS is niet iets wat weg gaat, je moet het leren controleren.”

Wanneer ben je eigenlijk veteraan?

Wanneer ben je eigenlijk veteraan? Het is veel mensen niet duidelijk, weten de medewerkers van het veteranenhuis in Schagen.

Vaak wordt bij de term veteraan gedacht aan die oude mannen met rijen vol medailles op de borst die hebben meegevochten in de Tweede Wereldoorlog.

Maar het begrip veteraan is breder. Iedere militair die langer dan zestig dagen aaneengesloten uitgezonden is geweest in een oorlogsgebied is veteraan. En mag dus de officiële veteranenspeld dragen.

Er zijn dus ook heel veel jonge veteranen. Denk aan militairen die op missie zijn geweest (vaak onder de vlag van de Verenigde Naties) in landen als Libanon, Afghanistan of Irak.

Op leeftijd

Het veteranenhuis is dus voor een brede doelgroep. Maar er zijn grenzen, vertelt Siem Bes. ,,Toen we aan het klussen waren vroeg een vrouw eens aan me: wat doen jullie hier? Ik zei dat er een veteranenhuis kwam. De vrouw was al wat op leeftijd en zei: O, wat leuk, dan mag ik ook naar binnen.’’

Het huis voorziet duidelijk in een behoefte, zegt Annelies van Doorn. ,,Er was in Schagen een veteraan en die was erg eenzaam en op zich zelf. Zijn begeleidster heeft hem hier bijna over de drempel geduwd. Eerst was hij heel schuchter, schuw bijna. Maar nu is hij hier heel vaak, hij is helemaal los gekomen. ’’

Het veteranenhuis is afhankelijk van donateurs. Bes: ,,We proberen zo’n vriendenkring op te bouwen, van bedrijven die ons willen steunen.’’

Meer weten of doneren? Kijk op de website van het veteranenhuis.

Meer nieuws uit Schagen e.o.

Meest gelezen