Premium

Nazaat gefusilleerde verzetsstrijder neemt het onderwijs kwalijk dat hij zo weinig van de oorlog weet

Nazaat gefusilleerde verzetsstrijder neemt het onderwijs kwalijk dat hij zo weinig van de oorlog weet
Jasper Martens bij het bordje van zijn onbekende oudoom.
© Heleen Vink
Beverwijk

Een oorlog werkt minimaal drie generaties door, wordt weleens gezegd. Kinderen die de oorlog niet hebben meegemaakt, krijgen de trauma’s die een oorlog met zich meebrengt van hun vader of moeder doorgegeven. Ook de kleinkinderen krijgen er vervolgens iets van mee. Soms gebeurt dat bewust, bijvoorbeeld door de verhalen die aan de keukentafel worden verteld. Maar al te vaak is sprake van onbewust doorgeven. Er wordt thuis niet over gepraat, maar toch kruipt die oorlog een gezin ongemerkt onder de huid.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Bekend is natuurlijk de tweede – en derde - generatie van slachtoffers van de concentratiekampen of van oud-verzetsstrijders. Ook kinderen van NSB’ers hebben inmiddels hun eigen organisaties en eisen erkenning voor hun leed.

Toch lijken de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding van Nederland voor de jongste generatie, zeg maar de Netflix-generatie, minder te leven. Vaak weten zij niet eens wat er in die ingrijpende vijf bezettingsjaren in ons land is gebeurd.

Jasper Martens (26) uit Haarlem is daar duidelijk een uitzondering op. Als uitvaartbegeleider spreekt hij op scholen over sterfelijkheid en afscheid nemen. „Want waarom wel seksuele voorlichting in het lespakket en niets over het sterven?”, vraagt hij zich af.

Vrijbuiter

Bij die gastcolleges in de klas komt bijna altijd ’zijn held’ ter sprake, oudoom Jacques Martens, ex-verzetsstrijder en de broer van zijn opa. Deze oom is als lid van de ’Oranje Vrijbuiters’ door de Duitse bezetter gevangengenomen en daarna, in 1944, doodgeschoten.

Op het eerste gezicht is Jasper Rudolf toch een duidelijke vertegenwoordiger van de jonge generatie, zoals hij restaurant De Generaal in Baarn binnenstapt. Hij heeft in Soest als docent net een les verzorgd bij een opleiding tot uitvaartbegeleider. Razendsnel gaan zijn duimen over de smartphone als hij tijdens het gesprek iets moet opzoeken.

Tot voor enkele jaren zeiden de oorlogsjaren in Nederland hem niets. Net als bijna alle jonge mensen van zijn generatie is hij onwetend. Op school weinig aandacht besteed aan de Duitse bezetting.

„Als het over de Tweede Wereldoorlog ging, kregen we hoofdzakelijk over de strijd tussen de deelnemende landen te horen. En natuurlijk over de Holocaust. Maar wat er toen precies in Nederland is gebeurd, geen idee. Ik neem dat het onderwijs nog steeds erg kwalijk”, vertelt hij.

Waarom er weinig aandacht voor de bezettingsjaren tussen 1940 en 1945 is, kan Jasper wel bedenken. „Misschien omdat er geen tijd voor is of misschien omdat de leraren inmiddels ook tot een generatie behoren die weinig met de oorlog heeft.”

En net als bij veel andere jonge Nederlanders bleef zijn kennis over de oorlog beperkt tot de films op Netflix: ’Der Untergang’, ’Schindler’s List’, ’De tweeling’. Pas toen zijn interesse voor de bezetting was gewekt, ging Jasper op zoek naar andere, oudere films, zoals ’Het meisje met het rode haar’. Pas toen besefte hij bijvoorbeeld dat hij dat deze verzetsstrijdster begraven ligt op de Eerebegraafplaats Bloemendaal in de buurt van zijn oude school.

Thuis

Thuis kwam de oorlog nooit te sprake. Het was geen onderwerp. Opa heeft bijvoorbeeld nooit over zijn broer gesproken. En toen Jasper er wel iets over deze verzetsheld wilde vragen was opa al overleden.

„We hebben bijvoorbeeld niets in ons gezin meegekregen van haat of weerzin tegen Duitsers. Daar werden nooit vervelende opmerkingen over gemaakt. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat als ik ooit in Duitsland in die tijd was geboren, ik waarschijnlijk net zo had gedacht. Zo zit de mens nu eenmaal in elkaar.”

Maar hoe komt de jonge Haarlemmer opeens wél zo heftig betrokken bij de oorlog dat hij er emotionele gastcolleges over is gaan geven aan op basisscholen en scholen voor het voortgezet onderwijs?

Het begon allemaal in 2014, toen het gezin een officiële uitnodiging ontving. In Beverwijk zou er een straat worden vernoemd naar een verzetsstrijder: de Jacques Martensstraat.

Straatnaambordje

Jasper kreeg de foto’s te zien van de onthulling van het straatnaambordje. Gefascineerd keek hij naar al die bezoekers. Die kwamen voor een familielid over wie hij nog nooit iets had gehoord. De leden van de atletiekvereniging DEM bijvoorbeeld, die het oud-lid nog altijd met veel eer noemen.

De club die nog tijdens de oorlog de ’Jacques Martensprijs’ in het leven riep, speciaal voor leden die zich verdienstelijk hebben gemaakt.

Vanaf dat moment ging deze oom, die zo jong was gestorven, voor Jasper leven. Hij ging alles over zijn leven opzoeken, al zijn er nog weinig levende getuigen die iets over Jacques Martens kunnen vertellen. Vooral als het gaat om zijn verzetsdaden. „Als je ziet hoe deze oom nog steeds wordt geëerd bij deze atletiekvereniging, dat zijn naam nog steeds wordt genoemd, het heeft mij diep geraakt.”

Oom Jacques Martens werd zo belangrijk voor Jasper dat hij het leven van deze verzetsstrijder gebruikt bij zijn gastlessen aan scholieren. Regelmatig staat hij voor de klas met in zijn handen een foto van zijn oom. Jasper is namelijk uitvaartbegeleider en noemt zichzelf op zijn website Sir Jamian.

De ’Jam’ staat voor Jacobus Alexander Martens, de volledige naam van zijn oom. Ian is de naam van een goede vriend met wie Jasper samenwerkte bij de Albert Heijn en die plotseling overleed.

Zippo

Na de crematie van Ian schonk hij een Zippo-aansteker met een gegraveerde foto van Ian aan zijn moeder. Het leverde een levenslange vriendschap op.

„Ik voel haar liefde, maar weet dat ze haar kostbaarste bezit heeft moeten loslaten”, schrijft hij op Sirjamian.nl. „Nooit zal ik kunnen voelen wat zij dagelijks doormaakt. Maar onze vriendschap leert me wel dat ik mijn droom moet koesteren. Het veranderde mijn leven.”

Nu loop je natuurlijk het risico dat Jasper de verzetsdaden van Jacques Martens gebruikt voor een reclamepraatje voor zijn bedrijf. Niets van dat. Het verhaal van Jasper is doorleefd en sluit perfect aan bij zijn filosofie over sterfelijkheid en afscheid nemen.

Volgens Jasper zou er naast liefde en verbondenheid meer ruimte moeten zijn voor sterfelijkheid en afscheid. „Het hoort bij ons leven. De wetenschap heeft van alles ontdekt, maar is er nog steeds niet over uit wat dood zijn precies betekent. Dat blijft een groot raadsel.”

Noemen

„Je blijft leven, zolang je naam wordt genoemd”, vervolgt hij. „De generaties voor ons zullen altijd bij ons blijven, we moeten hun namen blijven noemen. Het zijn onze helden. Bij hun levensverhalen kun je stilstaan. Je ziet dat namen noemen van overledenen een steeds belangrijker ritueel wordt. Zo werden recent de 102.000 namen genoemd van de joodse Nederlanders die omkwamen tijdens de Holocaust.”

En Jasper noemt daarom regelmatig tegen de schoolkinderen de naam van deze voor hem bijzondere oom. Hij zorgde voor de vrijheid, waar we elke dag nog dankbaar voor mogen zijn.

„Jacques Alexander Martens heeft net als velen anderen zijn leven gegeven, waardoor ik nu de stappen kan zetten en mijn toekomst kan leven. Ik besef me elke dag ik me nooit voor kan stellen hoe hij zich gevoeld moet hebben; welke keuzes hij heeft moeten maken; welke onmenselijkheden hij van dichtbij heeft gezien. Bewustwording en het blijven noemen van hun naam is iets wat bij mijn droom en toekomst hoort.”

Nazaat gefusilleerde verzetsstrijder neemt het onderwijs kwalijk dat hij zo weinig van de oorlog weet
Jacobus Alexander Martens

Oudoom Jacques Martens zat bij het ’pittige’ verzet

Wat was het levensverhaal van oom Jacques Martens, die zo plotseling in het leven van familielid Jasper Rudolf Martens kwam? Het probleem is dat over het daadwerkelijke verzetswerk van deze oom van zijn vader niet veel bekend is.

„Ik weet dat hij bij de verzetsgroep van de ’Oranje Vrijbuiters’ zat. Dat was een knokploeg die zich met het wat je noemt pittige verzetswerk bezighield.” Dat ’pittige’ betekende onder meer onderduikers helpen, maar ook distributiekantoren, onder meer in de gemeente Huizen, overvallen en gevaarlijke NSB’ers en landverraders uit de weg ruimen.

Jacques Martens was nog maar een jongen van zestien jaar toen de Duitsers op 10 mei 1940 Nederland binnenvielen. Mensen in zijn omgeving noemden hem een stille en eerlijke jongen. Jacques, of Jack, zoals sommigen hem ook noemden, was van katholieke afkomst, al leidde het geloof in de familie nooit tot fanatisme of missiedrang,

Noord-Holland was altijd de bakermat van de jongeman. Geboren in Haarlem en woonachtig in IJmuiden. Daarna op jonge leeftijd een verhuizing naar Wijk aan Zee en nog in het zelfde jaar naar Beverwijk. Daar zat hij niet alleen bij de scouts, padvinders heette dat toen nog, maar was hij ook een fanatiek lid van de plaatselijke atletiekvereniging DEM. De 1500 en 3000 meter waren zijn specialiteiten.

Maar net als zoveel jongemannen kreeg ook Jacques Martens een oproep om verplicht te komen werken voor de vijand, in Duitsland. Hij werkte toen al een tijdje bij de Rijksverzekeringsbank in Amsterdam. Het was kiezen: of naar Duitsland, of onderduiken. Het werd het laatste.

Verzet

Maar als zoveel onderduikers overkwam, raakte ook Jacques betrokken bij het verzet. In zijn geval via een politieman uit Oostzaan. Vanaf zijn onderduikadressen, vaak in de regio Utrecht, hield hij zich vanaf 1942 bezig met het zware verzetswerk.

De groep werd uiteindelijk verraden en op 27 augustus 1943 werd Jacques Martens binnengebracht in de gevangenis van Scheveningen, beter bekend als het ’Oranjehotel’. Hij heeft daar nog verschillende brieven naar zijn familieleden gestuurd en verder kreeg hij via het Rode Kruis levensmiddelen opgestuurd, iets waar hij erg blij mee was.

Uiteindelijk moest hij een half jaar later met zijn vrienden voor de Duitse Polizeistandgericht in Den Haag verschijnen. Twintig man kregen de doodstraf. De volgende nacht kregen zij een galgenmaal, bestaande uit brood met jam en een sigaret. Geboeid werden zij afgevoerd naar de Waalsdorpervlakte.

Daar kregen twee mannen, Bertus Heij en Jan van der Voort, te horen dat zij gratie hadden gekregen, Bertus omdat hij gelijktijdig jarig was met Adolf Hitler.

Alle verzetsstrijders zijn uiteindelijk bij elkaar herbegraven in Utrecht, op de algemene begraafplaats in de wijk Tolsteeg. Een begrafenis in de eigen woonplaats was ook mogelijk, maar de families gaven een voorkeur aan een collectieve rustplaats.

Op deze begraafplaats worden nog regelmatig herdenkingsbijeenkomsten voor deze verzetsstrijders van de ’Oranje Vrijbuiters’ gehouden.

Meer nieuws uit Kennemerland

Meest gelezen