Tienduizend 55-plussers zijn niet ernstig ziek, maar willen toch hun leven beëindigen

Ruim tienduizend 55-plussers (0,18 procent) willen hun leven beëindigen, zonder dat ze ernstig ziek zijn. Een groot deel van de mensen met een doodswens zou een zelfdodingsmiddel in huis willen hebben.

Dit blijkt uit het Perspectief-onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS.

Ruim 21.000 ouderen hebben een uitgebreide vragenlijst ingevuld, onder wie 3.374 55-plussers in Noord-Holland en 4.513 in Zuid-Holland. De onderzoekers hebben tevens tientallen ouderen uitvoerig geïnterviewd. Ook zijn er ruim 200 uitgevoerde en afgewezen euthanasieverzoeken geanalyseerd. 1600 huisartsen hebben meegedaan aan een vragenlijstonderzoek.

Onder leiding van Els van Wijngaarden van de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht is niet alleen onderzoek gedaan naar de hoeveelheid ouderen die ’klaar zijn’ met het leven, maar ook naar hun kenmerken en hun omstandigheden.

Actieve doodswens

Van de 5,6 miljoen 55-plussers in Nederland hebben ongeveer 76.000 een ’persisterende’ - aanhoudende - doodswens, zonder dat ze ernstig ziek zijn. Ongeveer 43.000 hebben een ’actieve doodswens’ en maken daadwerkelijk plannen. Zij voeren bijvoorbeeld gesprekken met de huisarts over euthanasie, hebben suïcide overwogen, een behandelverbod opgesteld of informatie ingewonnen over hulp bij zelfdoding. Volgens de onderzoekers zijn er nog eens 10.000 55-plussers met een wens tot levensbeëindiging. Ruim een derde van hen zou het liefst hulp bij zelfdoding krijgen. Twee derde wil het leven zelf beëindigen.

Niet gezond

Het Perspectief-onderzoek laat volgens de onderzoekers zien dat er een ’kleine, maar substantiële groep ouderen is met een doodswens zonder dat zij ernstig ziek zijn’. Tegelijk is de groep niet ’gezond’ te noemen, want het overgrote deel heeft last van fysieke en mentale klachten. Euthanasie is momenteel alleen wettelijk mogelijk voor patiënten die ondraaglijk en uitzichtloos lijden.

Opvallende kenmerken van de ouderen met een doodswens zijn: ruim de helft is alleenstaand en vaak woonachtig in een stedelijk gebied. Het overgrote deel heeft kinderen, er is een oververtegenwoordiging van vrouwen en de helft is afkomstig uit een lagere sociale klasse. Daarnaast laat het onderzoek zien dat een doodswens ook onder jongere senioren voorkomt en niet is voorbehouden aan degenen die ’op leeftijd’ zijn. Bij 28 procent bestaat de doodswens al het hele leven.

Zelfdodingsmiddel

Een groot deel van de respondenten zegt te willen beschikken over een zelfdodingsmiddel. Niet zozeer om het middel nu in te nemen, maar vooral ter geruststelling om in de toekomst zelf regie te kunnen houden over het levenseinde. „Nu ik de zelfdodingsmiddelen in huis heb, krijg ik gewoon weer een beetje zin in het leven”, vertelt een van de ouderen in het onderzoek.

Het verlangen naar de dood bij hen die niet ernstig ziek zijn, is volgens de commissie ’complex en veranderlijk’. „Uit het onderzoek blijkt dat de doodswens door de jaren heen kan verminderen of verdwijnen, ook op hoge leeftijd.” Vaak zijn iemands situatie en omstandigheden van invloed. Zo wordt de doodswens versterkt door ziekten, piekeren, geldzorgen, lichamelijke aftakeling, eenzaamheid, afhankelijkheid van anderen en het gevoel anderen tot last te zijn.

Humor en verbinding

De wens om te leven wordt juist versterkt door bijvoorbeeld woonplezier, onafhankelijkheid, humor en verbinding met anderen. „Ik zat er helemaal doorheen, maar toen vroeg mijn kleinzoon of ik wilde helpen. Dat weerhoudt me dan...”, zegt een 55-plusser.

De ouderen zeggen contacten en vrijwilligerswerk ’niet per definitie als zingevend’ te ervaren. ’Het moet er toe doen, geen vulling en bezighouderij’. Andere veelvoorkomende behoeften zijn: hulp bij zelfdoding door een dokter, meer financiële ruimte, erkenning en begrip voor gevoelens en goede gesprekken met een hulpverlener.

Aanleiding voor het onderzoek is het maatschappelijk debat over de vraag of je bij voltooid leven om euthanasie moet kunnen vragen. In 2016 concludeerde de commissie-Schnabel dat de huidige euthanasiewet niet moet worden uitgebreid.

Ouderdomsklachten

Volgens Paul Schnabel lijdt het gros van de niet heel zieke ouderen die dood willen aan ’een opeenstapeling van ouderdomsklachten’. Daarmee voldoen ze volgens hem al aan de wettelijke criteria van ’ondraaglijk en uitzichtloos lijden’ en kunnen ze een arts om hulp vragen. Tijdens de coalitieonderhandelingen na de verkiezingen van maart 2017 - waarbij vooral ChristenUnie en D66 met elkaar botsten op dit thema - werd besloten tot nieuw onderzoek. De commissie-Van Wijngaarden benadrukt dat het nieuwe rapport niet is bedoeld als advies, maar als informatiebron.

Van de huisartsen die hebben meegewerkt aan het onderzoek is van 1.144 bekend uit welke provincie zij komen: het overgrote deel, ruim driekwart (76 procent), is werkzaam in Noord-Holland, Zuid-Holland of Gelderland.

Meer nieuws uit Amsterdam

Meest gelezen