Premium

Het verhaal van de onzichtbare musketier. Leidse student was ’een verzetsman, maar perse geen held’

De Musketiers van Minerva, 1937. Frits van der Schriek zit rechts achterin.
Leiden

Als vriend van Erik Hazelhoff Roelfzema, alias Soldaat van Oranje, speelde hij een aanzienlijke rol in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toch kent bijna niemand het verhaal van de voormalig Leidse student Frits van der Schrieck.

„Mijn vader is een hele stille geweest”, zegt Pauline van der Schrieck. Ze kijkt uit het raam bij Café Barrera in Leiden. In de kamer erboven woonde Erik Hazelhoff Roelfzema, een paar straten verder woonde haar vader. „Hij was voorzichtig”, blikt Van der Schrieck terug. „Hij probeerde niet op te vallen, ondanks zijn lengte van 1,90 meter.”

Eigenlijk wist Pauline nauwelijks iets van haar vaders oorlogsverleden. Praten deed hij niet. „Hij begon er niet over en wij begonnen er ook niet over. Ik denk dat hij ons wilde beschermen.”

Pas jaren na zijn dood kwam ze erachter wat hij in de oorlog had betekend en wat de oorlog voor hem blijvend heeft betekend. „Toen ik twaalf was, nam hij me mee naar de oorlogsfilm ’De overval’. Ik was doodsbang. Ik denk dat daar het zaadje is geplant en dat ik wilde weten: wat heeft mijn vader ermee te maken?”

Vier dozen

Tientallen jaren later besloot ze het uit te zoeken. Ze vroeg haar broers en zussen of zij nog informatie hadden over hun vader. „Ik kreeg vier dozen met brieven en andere items en dacht: nu kan ik beginnen. Het is echt een schat geweest.”

In eerste instantie dacht ze dat er alleen ’huis-tuin-en-keukenbrieven’ in de dozen zaten, maar toen ze ze beter bekeek, ging ze steeds meer dingen zien. „Er zaten codes achter, cryptische taal en mijn vader gebruikte steno. Ik zag steeds meer naar boven komen.”

Frits van der Schrieck werd in 1917 geboren als zoon van een militair. Samen met zijn drie zussen groeide hij op in Den Haag en ging naar het gymnasium. Hij maakte reizen naar Noorwegen, IJsland en Amerika door als matroos op een vrachtschip mee te varen.

„Een Europeaan avant la lettre”, noemt zijn schoonzoon hem. In 1937 begon Van der Schrieck aan een studie rechten aan de Universiteit Leiden. Hij werd lid van Minerva en raakte bevriend met Erik Hazelfhoff Roelfzema, met wie hij in de jaarclub ’De musketiers’ kwam te zitten.

Op de fiets in tien dagen heen en weer naar Parijs.

Cleveringa

Pauline kijkt door het raam en wijst naar het Academiegebouw aan de overkant van de gracht. Het is de plek waar professor Cleveringa in 1940 een rede hield waarin hij protesteerde tegen het ontslag van zijn Joodse collega’s aan de universiteit.

Haar vader was toen 23 jaar oud en de lezing maakte indruk. ’Dat we daar met tranen in de ogen het Wilhelmus zongen’, schreef hij er later over. Pauline: „Hij dacht: het kan niet waar zijn dat ze worden ontslagen. Hij voelde de onmacht en onvrijheid en is direct in het begin van de Duitse bezetting in verzet gegaan.”

Een van zijn eerste verzetsdaden was het uitzetten van vluchtroutes naar Engeland. Hij fietste in juni 1940 in tien dagen heen en weer naar Parijs en legde contact met de familie Van Niftrik, die op de grens van Nederland met België woonde.

Door hun woning als doorgang te gebruiken, konden vluchtenden de grens passeren zonder langs de douane te hoeven.

Minerva 1937. Hazelhoff Roelfzema met verbonden hoofd voor de tafel, derde van links. Van der Schrieck daar uiterst links.

Deze route werd later bekend als de Van Niftrik-route. „De familie heeft ontzettend veel op het spel gezet door dit te doen en daardoor de vlucht van veel mensen mogelijk gemaakt. Mijn vader heeft het zaadje neergelegd, Van Niftrik heeft het opgepakt”, zegt Pauline.

Auto’s in brand

In april 1941 stak Van der Schrieck twee Duitse vrachtauto’s op de Leidse Korevaarstraat in brand, zo staat althans in het overzichtslijstje van ’werkzaamheden in de jaren 1940 - 1945’ dat hij na de oorlog samenstelde. „Ik heb nergens kunnen checken of dit ook klopt”, zegt zijn dochter.

Wat ze wel heeft kunnen controleren, is dat haar vader hielp om Engelandvaarders naar de overkant van de zee te krijgen. Waaronder de Soldaat van Oranje. „Mijn vader was zijn contactpersoon, hij heeft hem aangemonsterd.”

Van der Schrieck besloot in Nederland te blijven om zich daar bezig te houden met werk in de illegaliteit. Hij hielp mensen niet alleen te vluchten, maar ritselde ook voedselbonnen en valse persoonsbewijzen. Hij schreef mee aan de verzetskrant ’Ik zal handhaven’, hielp onderduikers en hielp mee aan een liquidatie.

Pauline: „Het is het verhaal naast de Soldaat van Oranje, vanuit een ander gezichtspunt. Het is het verhaal van hier blijven en de consequenties die eraan vastzitten.”

Vluchtactie

Bij een vluchtactie in IJmuiden ging het mis. Hij verzamelde in Den Haag twaalf mensen die naar Engeland wilden vluchten. Ze zouden een Scheveningse vissersboot kapen, maar het mislukte doordat ze werden verraden.

Alle mensen werden opgepakt, waarvan een groot deel later overleed. „Voor mijn vader is dat een van de grootste pijnen in zijn leven geweest. Hij voelde zich verantwoordelijk.”

Een medeverzetsman noemde na verhoren de naam van Van der Schrieck. „Mijn vader werd opgepakt en kwam in gevangenis het Oranjehotel in Scheveningen terecht. Dat was verschrikkelijk. Hij werd 36 uur achter elkaar verhoord, mocht niet naar buiten en kreeg alleen brood en water, ’Einzelhaft und Kalte Kost’, heette dat.”

Klagen erover deed Frits niet. Zo schreef hij: ’Het zou onkrijgstuchtelijk zijn hierover te mopperen.’ Ook heeft hij zijn ’verrader’ nooit iets kwalijk genomen. „Hij heeft er begrip voor kunnen opbrengen. Hij wist van de verhoormethodes van de Duitsers.”

Overgeplaatst

Na een half jaar werd hij overgeplaatst naar een gevangenis in het Brabantse Haaren. „Daar was een heel ander regime. Hij kreeg daar post en mocht brieven schrijven.”

Zo kon hij vanuit de gevangenis gedeeltelijk zijn verzetswerk voortzetten. „Je denkt dat je geen contact kan hebben met Engeland, maar ik kwam er via de cryptische taal achter dat ze een ’lijntje met Engeltjes’ hadden. Voor hem was het belangrijkste dat hij niet meer alleen in een cel zat.”

Aan het einde van de oorlog mocht Van der Schrieck de gevangenis verlaten omdat hij ernstig ziek was. Hij werd beter, maakte zijn studie rechten af in Groningen en trouwde vlak na de oorlog met zijn geliefde Maartje Hins.

Over de oorlog repte hij in het gezin nauwelijks nog met een woord. „Hij zal zich nooit een verzetsheld noemen. Een verzetsman, maar perse geen held. Je deed wat je moest doen.”

Leren kennen

Pauline bladert door haar mapje met papieren en schema’s. Een paar jaar geleden besloot ze het verhaal vast te leggen voor haar familie. Uren in het archief en talloze schema’s en gesprekken later had ze een redelijk beeld.

„Op een gegeven moment hing onze kamer vol met vellen papier”, lacht haar man. Ze nam ghostwriter Theo Korthals Altes in de arm en in 2016 verscheen het boek in eigen beheer. „Mijn jongste broer zei: ik heb onze vader nu pas leren kennen.”

Pauline merkte dat er meer belangstelling is en daarom komt het boek binnenkort uit bij uitgeverij Prominent. Ze hoopt dat het aanleiding geeft voor meer onderzoek. „Er zit denk ik meer in dan ik kan zien. Het werd zo’n groot verhaal, ik moet leren dat het nooit af is.”

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Meer nieuws uit Extra

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.