De kinderkeuken van Wijfjes vulde in de oorlog vele magen [video]

Haarlem

Het is Hongerwinter in de Randstad. Treinen rijden niet. Eten is schaars en op de bon. Brandstof is ook nauwelijks te krijgen. In Haarlem en vele andere steden gaan mensen letterlijk de boer op om eten te kopen bij agrariërs in het noorden van de provincie.

(De video is gemaakt net na de bevrijding. Je ziet de voorbereidingen van de kinderkeuken, de eters die door de winkelier worden onthaald met volle borden, zijn eigen kinderen en enkele mensen van het buurtcomiteetje dat de kinderen aanwees die de maaltijden het best konden gebruiken)

Dat zijn lange, barre tochten, vaak met handkarren of gewoon een tas, want de meeste deugdelijke fietsen zijn dan al door de Duitsers gevorderd. De kou is hevig en de winter duurt lang. In Haarlem wordt bitter honger geleden.

Als het gerucht de ronde doet dat er een schip met voedsel voor de Duitse Wehrmacht is aangemeerd, neemt een groep Haarlemse vrouwen een enorm risico door bij NSB-burgemeester Simon Plekker te pleiten voor voedselhulp aan hun hongerende kinderen. Het heeft niet veel geholpen.

Maar voor kinderen in de Indische buurt is er wekelijks een lichtpuntje. Elke zondag kunnen 25 kinderen hun buik rond eten bij de winkel van Willem Wijfjes en zijn vrouw Tonia Wijfjes-Van Heumen.

Willem Wijfjes gaat op een kinderfiets - waar de Duitsers geen belangstelling voor hebben - op voedseltocht om eten voor zijn ’kinderkeuken’ te kopen. Ruilwaar heeft hij zat. Eerder had hij een winkel in IJmuiden.

Volgens de regels van die tijd had hij twee etalages. Eentje voor de levensmiddelen, en een voor tabak en andere exotische waar.

Nadat een groot deel van IJmuiden door de Duitsers werd geëvacueerd vanwege de bouw van de Atlantikwall, kwam de familie Wijfjes na wat omzwervingen in een winkelpand in de Haarlemse Timorstraat terecht. Echter, deze winkel heeft maar één etalage.

Kist tabak

Hij besluit om de levensmiddelen in de etalage te zetten. Een flinke kist tabak blijft zodoende in het magazijn staan. In de hongerwinter doet Wijfjes daar zijn voordeel mee. De tabak ruilt hij bij boeren voor etenswaren. Hij maakt deze verworven rijkdom niet te gelde, dat zit niet in hem.

Dochter An: ,,Mijn ouders zeiden altijd dat ze er niet rijk van hoefden te worden.” Terwijl veel zwarthandelaren met een overschot aan voedsel hier een gewetenloos slaatje uit slaan, geeft Wijfjes de kinderen in de hele buurt uit eigen zak gratis eten.

De kinderkeuken van Wijfjes vulde in de oorlog vele magen [video]
De kinderkeuken van de familie Wijfjes.
© Privécollectie

Zijn dochter An, die toen veertien jaar oud was, vertelt dat de voedseluitdeling aan de buurtkinderen aan strenge regels was gehouden. Zo werd de kinderkeuken strikt gescheiden gehouden van de zes kinderen van Wijfjes zelf, die gewoon van de gaarkeuken moesten eten. De buurtkinderen aten in de winkel.

Ruchtbaarheid

,,Wij kinderen mochten ons er beslist niet mee bemoeien. En er ook niet over praten. Als de kinderen kwamen, moesten wij in de huiskamer gewoon spelen. Dus wij hebben het eigenlijk nooit echt gezien. Ik denk dat dat verstandig was. Ze wilden er geen grote ruchtbaarheid aan geven. Je weet ook niet hoe kinderen onderling zijn. Dan had iemand kunnen zeggen: ’Ik heb bij je vader gegeten.’ Ze wilden ons daar niet bij hebben. Ach, eigenlijk ging dat allemaal vanzelf.’’

Wel helpen de kinderen van de winkelier elke zondag mee met het klaarzetten van de banken voor de eters. Ook de buurt helpt mee.

,,De tafels en de banken haalden Kees en ik elke week van de Liduinaschool. Die werden elke zaterdag in de winkel gezet. Dan werden de aardappelen geschraapt, in een grote wasketel gedaan en gekookt. Onze hulp Gon hielp mee. De groenten ook. Dan zaten die kinderen daar op zondagmiddag te eten. Al die kinderen kregen erna een dubbele gebakken boterham mee, met beleg, voor een broertje of zusje thuis. Er waren gezinnen die elke zondag andere kinderen lieten eten, zodat niet steeds hetzelfde kind elke zondag kwam.’’

De kinderen worden voor deze ’kinderkeuken’ voorgedragen door een buurtcomité, waaronder een dominee, een kapelaan, huisarts Bleeker en ’meneer Mooren’, die een medicijnenfabriekje heeft. Als winkelier weet Wijfjes ook goed welke gezinnen het moeilijk hebben, en welke kinderen wel een stevige hap kunnen gebruiken. Met zijn lange benen gaat hij er op het kinderfietsje vaak op uit om in de Wieringermeer en elders in het noorden tabak te ruilen voor voedsel voor de kinderkeuken.

Bootje

Tochten die niet van gevaar zijn ontbloot. Het gezin is elke keer opgelucht en blij als vader weer terug is. De etenswaren neemt hij niet zelf mee. Die zware last wordt door boer List uit de Wieringermeer met een bootje naar Haarlem gebracht.

An Nibbering: ,,Ik weet dat het voedsel in de schuur stond. Wij aten zelf gewoon van de gaarkeuken, wij gingen niet alle dagen aardappels eten. Die waren echt geruild voor de kinderen. De ene maaltijd die ze wekelijks kregen was goed uitgebalanceerd; dat ze er weer een beetje tegen konden.’’

Levens gered

Hoeveel levens het winkeliersechtpaar hiermee heeft gered? De hongerwinter van 1944-1945 eiste 20.000 tot 25.000 levens. Anno 2019 staat An Nibbering nogal nuchter tegenover het goede werk van haar ouders. ,,Je moet het niet dramatiseren. Het was ook een mooi gebeuren.’’

,,In ieder geval hebben ze die winter elke zondag voor 25 kinderen gekookt. Dat duurde tot de bevrijding.’’

Na de bevrijding is er nog eenmaal een kinderkeuken georganiseerd. Die ene keer mogen ook de kinderen van Wijfjes aanschuiven. Er bestaat een kort filmpje van, waarbij te zien is hoe de kinderen zitten te smullen uit zeer goedgevulde borden. Nog jaren na de oorlog krijgt An Nibbering-Wijfjes van buurtgenoten te horen: ’Ik heb nog bij jouw vader gegeten!’

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Meer nieuws uit Haarlem

Keuze van de redactie

Lees hier de digitale editie



Volg ons