Premium

’Ik laat me inspireren door mijn eigen leven’

1/3

Linda de Mol is een zondagskind. „Daar ben ik me heel goed van bewust. Ik kan wel roepen ’ik heb hier heel hard voor gewerkt’ en dat klopt ook wel, maar er zijn genoeg mensen die talent hebben en keihard buffelen, maar die net de geluksfactor of dat duwtje in de rug mislopen. Ik heb bijna altijd wind mee gehad. Helemaal in deze levensfase. Het voelt alsof de dingen eindelijk op hun plek vallen.”

Een interview met Linda de Mol (55) komt niet zomaar tot stand. Dankzij haar eigen mediakanalen staat ze immers permanent in de belangstelling en dan precies zoals zij dat wil. Er moet een aanleiding zijn voor een gesprek. Die is er dankzij haar nieuwe film ’April, May en June’, die vanaf 19 december in de bioscopen is te zien.

„Het grappige is dat de film helemaal niet met kerst uitgebracht zou worden. De planning was voorjaar van dit jaar. Door allerlei redenen werd dat uitgesteld. We hebben nog even aan oktober gedacht, maar er stonden zoveel andere goede films gepland dat dit onverstandig was. Dus werd het vlak voor kerst. En nu denk ik: maar dit is ook een ultieme kerstfilm, dat ik dat niet meteen heb ingezien. ’April, May en June’ gaat over het belang van familie, over hoe ingewikkeld het soms met je naasten is. Dat merk je ook met kerst. Misschien moet je, juist als je tegen de kerstdagen opziet, met je familie naar die film gaan. Om een goed gesprek op gang te brengen. Want het is belangrijk mensen in je leven te hebben waar je bij hoort. Mensen die weten hoe je als kind was, mensen die dezelfde opvoeding hebben genoten als jij.”

Niets cadeau

Zelf werd ze grootgebracht onder het motto ’je moet hard werken, want je krijgt niets cadeau in het leven’. „Begrijp me goed; mijn ouders hadden het prima gevonden als ik abonnementen was gaan verkopen voor jullie krant. Als ik dan maar wel de beste verkoper van het hele team zou zijn. Ik hoor het ze nog zeggen: ’Het maakt niet uit waarin, maar je moet proberen ergens de beste in te worden en bereid zijn daar hard voor te werken. Want daar word je gelukkig van’. Ja, we zijn echt grootgebracht met dat levensmotto.”

Aan hard werken ontbreekt het dan ook niet bij Linda de Mol. „Die drive hè. Dat moet wel iets genetisch zijn. Schuld van vader en moeder. Het zit immers ook in het DNA van mijn broer John. Die is nu 64 en had allang kunnen zeggen: ’Ik ga voortaan twee dagen per week werken. Dan verzin ik wat leuke programma’s, maar verder ga ik genieten van wat ik allemaal al gedaan heb’. Maar dat zit er echt niet in. John blijft maar doorgaan en ondernemen. Zo’n drift heb ik, vrees ik, ook in de genen zitten. Dat werd natuurlijk thuis ook benadrukt. Daar komt bij dat ik ziekelijk was en daardoor heel mager en bleek. Een tikkie onooglijk ook, met dat trieste piekhaar. Ik moest altijd medicatie slikken, omdat ik permanent blaasontsteking had. De eerste jaren van mijn leven heb ik vrijwel aaneengesloten op penicilline geleefd. Uiteindelijk vond een chirurg de medische oorzaak: een knik in de waterleiding, zeg maar. Ik was negen toen ik werd geopereerd. Daarna ging het stukken beter. Wellicht heeft dat getob ervoor gezorgd dat ik heel bang was om het meisje te zijn dat wordt gepest op school. Dus deed ik erg mijn best om erbij te horen en vooral altijd vrolijk en leuk te zijn. Waarschijnlijk voedde dat ook mijn bewijsdrang.”

Die prestatiezucht ziet ze ook bij haar twee kinderen, zoon Julian en dochter Noa, terug: „Terwijl ik zo mijn best heb gedaan om juist geen druk op hen te leggen. Ik heb steeds geroepen: ’Je moet doen waar je gelukkig van wordt. Het maakt me geen bal uit wat je gaat doen. Je bent nog jong, maak een hoop lol. Je hoeft nog niet zo hard te werken’. Nou, bij alle twee zie ik het gen branden. Aan alle kanten. Ze hebben net als ik een enorme bewijsdrang.”

Bij alles wat ze doet, legt ze de lat hoog: „Dat is best vermoeiend. Zeker als het niet lukt. Ik moet van mezelf bijvoorbeeld gezonder en minder eten. Dat zou veel beter voor me zijn. Maar dat lukt me vaak niet. Vervolgens voer ik hele gesprekken met mezelf: ’Hé, je mag ook best eens een keer spijbelen of genieten. Jammer dan van die extra vetrol, het is niet anders. Je kan niet alles. Je kunt niet van zulke lange draaidagen maken op de filmset en dan op een bosje wortelen en een cracker leven. En nee, in deze periode kun je nu even niet enorm sociaal zijn. Dus het lukt gewoon niet om die vriendin die het zwaar heeft te bezoeken, bellen is ook goed’. Makkelijker tegen mezelf gezegd dan gedaan. Ik wil zo graag alle draaiende bordjes op de dunne stokjes houden. Ik moet van mezelf een betrokken moeder en een goede vriendin zijn. En een leuke, geïnteresseerde partner die luistert naar hoe zijn dag was, waarmee hij bezig is en dat is naast al dat werk soms best veel. En dan klettert er wel eens een bordje op de grond. Gelukkig begin ik eindelijk te leren dat ik ook tegen mezelf kan zeggen: ’Het is nu even niet anders, dit gaat nu even niet’. Maar met moeite, hoor!”

Scheiding

Ze gaat gewoon overal vol in... „Ja zo’n type ben ik. Ook op de momenten waarop iedereen zegt: ’Doe jij nu even rustig.” Na mijn scheiding was dat ook zo. Ik had die ellende koud achter de rug toen ik in een oogwenk verliefd werd op Jeroen. ’Je bent net gescheiden, dit is vast een rebound. Hij is nog jonger dan jij, ook’, werd er gezegd. ’Linda please, twee maanden na je scheiding. Dit gaat toch nooit werken.’ Ik dacht alleen maar: ik voel me goed als hij er is en zo fijn heb ik me in die hele scheidingsfase niet gevoeld. Het kan me niet schelen, ik zie wel waar het schip strandt. Weet je: als ik verliefd ben, is er geen land met me te bezeilen. Mijn gezonde verstand wordt opgevreten door gevoel. Bij mij is verliefdheid een tijdelijke vorm van ontoerekeningsvatbaarheid. Maar ik ben blij dat ik er niet tegen heb gevochten, want we zijn inmiddels ruim twaalf jaar verder en hebben het nog heel leuk samen. Dus niks rebound.”

Als ze met haar vriend, componist Jeroen Rietbergen, naar een feestje gaat, is er ook geen andere man die haar kan verleiden. „Ik heb ongelooflijk veel geluk dat het na twaalf jaar nog zo fijn is. Ik kan er erg van kan genieten om - heel simpel - met hem de dag door te brengen. Als we dan ’s avonds naar dat feestje gaan, kijk ik rond om vervolgens te concluderen: de leukste man van deze avond is toch echt die van mij. En straks gaan we weer samen naar huis. Vroeger, toen ik een stuk jonger was, kon ik nog wel eens met een licht blosje thuiskomen van een dag op de filmset waar ik met een knappe acteur had gewerkt. Maar die dagen liggen echt achter me. Zou ook wel een beetje treurig worden.”

Ze lacht. Leren we hier, nu de gereserveerde tijd voor het interview bijna om is, de echte Linda kennen? „Ik vind dat ik ondanks mijn succes en alle aandacht, altijd dicht bij mezelf ben gebleven. Dit is wie ik ben. Ik heb het voordeel dat ik uit een doorsneegezin kom. Bij ons thuis stroomde het geld bepaald niet over de plinten. Ik sta echt niet ver van mezelf af, omdat ik toevallig veel verdien. Op dat geld ben ik ook het minst trots. Dat is geen verdienste.

Ik kom uit een rijtjeshuis in Hilversum. Dat is me altijd bijgebleven. Toch ben ik in sommige opzichten ook wereldkampioen veinzen geworden. Zo heb ik wel eens zogenaamd heel blij bruidsparen van de een trap laten komen in ’Love letters’ terwijl ik zelf midden in een scheiding zat. Of stond ik in een emotionele periode met een stralende lach de allervrolijkste quiz op de gezellige zaterdagavond te presenteren. Maar dat wil niet zeggen dat ik door mijn werk van mezelf een ander heb gemaakt. Mijn gevoel is altijd mijn kompas.”

Familieband

Even later: „Neem onze nieuwe film. Daar zitten ook dingen van mezelf in. Mijn vader heeft bijvoorbeeld voor euthanasie gekozen. Dat was het moment waarop ik erg gelukkig was dat ik zo close ben met mijn naaste familie, dat wij het zo goed hebben met elkaar terwijl we veel kunnen verschillen. Natuurlijk kunnen we elkaar soms achter het behang plakken, maar toen mijn vader overleed in de nabijheid van zijn liefsten, was het zo fijn om te voelen dat wij bij elkaar horen. Dat euthanasiethema vind je naast de familieband ook in de film terug.”

„Ik wil elk jaar iets nieuws doen of ondernemen. Vaak laat ik me inspireren door wat er in mijn eigen leven of om me heen gebeurt. Het idee voor de film begon met een verhaal in mijn hoofd over drie zussen van drie verschillende vaders. Een patchwork familie. Met het grapje dat hun excentrieke moeder de meisjes had vernoemd naar de maand waarin ze waren geboren. Leuk, maar als verhaallijn te dun. Toen zag ik de documentaire ’Het beste voor Kees’. Zo goed! Ik was diep geraakt en wist: dit is precies wat het verhaal nodig heeft. Zo ontstond de autistische broer Jan, geboren in januari. Van vader nummer vier, want onze moeder was een vrouw van de losse liefde.”

En dan ga je de film draaien... „Ik kan niet uitleggen hoe leuk het is en hoe geweldig het is dat een verhaal, dat je al die tijd al in je hoofd hebt, tot leven komt. Dan sta ik op de set en denk ik: ’Ja, dit huis is het. Zo moest het zijn: een groot, oud huis dat hier en daar gerenoveerd moet worden, maar dat zo’n echte familieplek is.”

Ballen verstand

Een basisidee kan goed zijn, maar je moet het nooit in je eentje willen vormgeven. „Dat is mijn ervaring ook. Neem het maandblad Linda. Ik had natuurlijk de ballen verstand van bladen maken. Maar ik werkte van het begin af aan samen met mensen die dat wel hebben. Toen ik met het idee werd benaderd, wees ik het van de hand. Hoezo? Een blad over mij? Wie wil dat nou lezen? Toen het idee erachter werd uitgelegd, begon ik enthousiast te raken. Op dat moment heb ik geen seconde gedacht dat het wel eens een groot succes zou worden en dat het vijftien jaar later nog zou bestaan. Dat ik het gedurfd heb, terwijl het ook genadeloos had kunnen mislukken, zegt wel iets over die drive en zin in nieuwe dingen waar we het al eerder over hadden.”

Tot slot over haar lege nest: „Daar heb ik enorm tegenop gezien. Het moederschap is onderdeel van wie ik echt ben. Nu is die hobbel genomen. Ik merk dat ik aan het oogsten ben wat ik de afgelopen jaren heb gezaaid. De band met mijn kinderen is hartstikke goed. Ze vallen te pas en te onpas bij ons binnen en daar geniet ik enorm van. Ze zijn blijkbaar nog graag thuis. Ondertussen heb ik meer tijd voor Jeroen waardoor ik het idee heb dat mijn relatie eigenlijk beter is dan ooit.”

Meer nieuws uit Lifestyle

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.