Premium

Column Niki Jacobs: Bloedfanatiek

Column Niki Jacobs: Bloedfanatiek

Niki Jacobs is zangeres, getrouwd em moeder van twee kinderen.

De mensen die mij kennen, weten dat ik niet echt aan sport doe. Of liever gezegd, mensen die mij kennen, weten dat ik echt nóóit aan sport doe.

Ik beweeg wel, gewoon normaal. Zo breng ik elke dag de kinderen op de fiets naar school, wandel een paar keer per week in het bos, ren wel eens - als het echt moet. Maar sporten? Met van die apparaten of in zo’n klasje met een juf? Ik kan het niet opbrengen. Vandaar ook mijn drilbillen - die ik eerder al eens noemde - én sinds kort de sluimerende aanwezigheid van kipfilets in de bovenarmen. Ze zijn het levende bewijs van mijn ’sportloze’ bestaan.

Voor elke andere vrouw waarschijnlijk nét die stok achter de deur om toch maar eens te beginnen, maar voor mij een goede reden om nooit hotpants te dragen. Daarbij ben ik inmiddels over de helft van mijn bestaan; dus mag ik blubberarmen hebben en dán tóch nóg een hemdje dragen in de zomer. Die leeftijd heb ik nou eenmaal bereikt.

Ik heb wel eens een tijdje wat frequenter bewogen hoor - op de sportschool - maar ik vind echt alle sporten stom. Behalve skiën. Dat heb ik altijd heerlijk gevonden en dat vind ik nog steeds. Ik kan het ook heel goed. Althans, ik kon het heel goed, tien jaar geleden. Maar weet u wat nou het gekke is? Op het moment dat ik aan bijvoorbeeld skiën denk, voelt het alsof ik afgelopen week nog op een piste in Aspen met honderd kilometer per uur naar beneden ragde. Maar weet u wat nog gekker is? Dat ik dus altijd dénk dat ik wel degelijk aan sport doe. Zo bleek ik van de week ineens al jaren bloedfanatiek aan bikram yoga te doen.

’Nou, ik doe bikram yoga’, hoor ik mezelf zeggen tegen de zeer knappe man tegenover mij.

’O’, is zijn reactie. ’Wat is dat dan?’, vraagt hij geïnteresseerd.

’Het is hot yoga’, begin ik. ’Je doet twee keer een reeks van zesentwintig oefeningen, in een ruimte die 38 graden Celsius is’, vervolg ik.

’Je zweet je helemaal suf’, zeg ik lachend.

’Je reinigt je lijf én traint tegelijkertijd spiermassa’, ga ik verder.

’Het is echt heel zwaar’, besluit ik.

’Wow’, klinkt het bewonderend. ’Doe je het vaak?’

’Hm, Mwah’, zeg ik - nu ietwat voorzichtiger, met een knik in mijn stem. Ik heb namelijk net uitgerekend dat het ergens in 2012 was dat ik voor de laatste keer in onderbroek en beha de ’hot yoga’-zaal inliep om halverwege de sessie kotsend met mijn hoofd tussen de knieën te wachten tot ik weer kon ademen. En dat het ook nog eens precies op dat moment was dat ik besloot het nooit meer te doen.

Terwijl ik koortsachtig zoek naar een slinkse manier om dit gesprek een andere wending te geven, kijkt hij me vrolijk aan en zegt: ’Op welke dag ga jij altijd, want dan wil ik wel een keer met je mee’.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.