Na ’Sinterklaasrazzia’ in Haarlem sprong Dick Drijver uit de trein die naar de hel reed

Na ’Sinterklaasrazzia’ in Haarlem sprong Dick Drijver uit de trein die naar de hel reed
Dick Drijver in 1946.
Haarlem

Dick Drijver (1920 - 2008) behoort tot de zeker 1300 mannen die in Haarlem, Bloemendaal en Heemstede worden opgepakt tijdens een klopjacht op 6 december 1944. Die actie ging de geschiedenis in als de ’Sinterklaasrazzia’.

Onderweg naar Duitsland, waar de mannen voor de vijand moeten werken, springt de 24-jarige Dick Drijver uit de trein. Daardoor blijft hem het lot bespaard van degenen die wel in werkkamp Rees aankwamen. Van de dwangarbeiders uit Haarlem en omgeving overleefden minstens 81 deze ’hel van Rees’ niet.

Drijvers dochter Marjon Drijver kende het bijzondere verhaal van haar vader over de Sinterklaasrazzia en zijn ontsnapping wel in grote lijnen, maar in 2004 vraagt ze hem om zijn belevenissen nog eens te vertellen, maar dan tot in detail. Marjon neemt het gesprek op, en tikt het uit.

De 66-jarige Haarlemse wil het verhaal graag delen. Niet om haar vader op een voetstuk te zetten, maar omdat ze het goed vindt om stil te staan bij de Sinterklaasrazzia die voor zoveel dwangarbeiders uitmondde in een nachtmerrie. Dat mag niet worden vergeten, vindt Marjon. ,,Het is belangrijk dat verhalen over de oorlog worden doorverteld.’’

Na ’Sinterklaasrazzia’ in Haarlem sprong Dick Drijver uit de trein die naar de hel reed
Oproep aan alle mannen tussen 17 en 40 jaar.
© NTR

In 1944 zitten veel mannen ondergedoken in de Haarlemmermeer om aan tewerkstelling in Duitsland te ontkomen.

De Duitsers, die dringend arbeidskrachten nodig hebben, rekenen erop dat veel van die mannen op 5 december voor een nachtje naar huis gaan om Sinterklaas te vieren. In de nacht van 5 op 6 december omsingelen ze Haarlem, Heemstede en Bloemendaal en lichten ze 1300 mannen van hun bed.

Marjon beseft dat het met haar vader in december 1944 slecht had kunnen aflopen, als hij niet zou zijn ontsnapt. De dwangarbeiders uit Haarlem en omstreken die wel in Duitsland arriveren, worden tewerkgesteld in het dorp Rees, vlak over de grens aan de Rijn.

Daar heerst een waar schrikbewind. Lijfstraffen en mishandelingen zijn er heel gewoon. De dwangarbeiders moeten zwaar werk verrichten terwijl ze amper te eten krijgen. De schuren waar ze slapen bieden nauwelijks bescherming tegen de kou.

Na ’Sinterklaasrazzia’ in Haarlem sprong Dick Drijver uit de trein die naar de hel reed
Dick Drijver in 1946.

Het verhaal van Dick Drijver over de razzia en wat er daarna gebeurde, leest als een boek waarin het lange tijd spannend blijft of het hem lukt de Duitsers van zich af te schudden. Want ontsnappen zou hij, daarvan was hij overtuigd. Zijn boosheid over de Duitse bezetting was sterker dan zijn angst, vermoedt Marjon.

,,Hij was 24 jaar, had geen relatie en geen kinderen waardoor hij - denk ik - ook meer risico’s durfde te nemen dan mensen die verantwoordelijk waren voor een gezin.’’

Op 5 december 1944 komt Dick Drijver vanuit zijn onderduikadres in Vijfhuizen naar Haarlem om met zijn ouders en zus Sinterklaas te vieren.

Halve sigaret

Oorspronkelijk komt het gezin uit Santpoort maar vanwege een mogelijk aanval van de geallieerden bij de haven van IJmuiden zijn vader, moeder en zus geëvacueerd naar Haarlem-Zuid. Daar wordt Dick Drijver de volgende dag opgepakt, nadat hij is verraden door een pro-Duitse overbuurvrouw.

,,Met de kolf van een geweer in m’n rug moest ik toen mee: dat afscheid zal voor m’n ouders heel zwaar zijn geweest. Ik had het stellige idee dat ik wel zou kunnen ontsnappen, maar m’n ouders dachten mij vast nooit meer terug te zien. Achteraf hoorde ik dat m’n moeder nog een halve sigaret, die ik thuis nog had opgestoken en op straat had weggegooid, had bewaard als laatste aandenken.’’

Van de Wagenweg lopen de mannen in colonne naar het station. Drijver kijkt voortdurend om zich heen of hij kan vluchten. Maar overal staan Duitsers, dus dat mislukt. Als vee worden ze in goederenwagons naar Amsterdam vervoerd. Daar brengen ze de nacht door in loodsen.

Na ’Sinterklaasrazzia’ in Haarlem sprong Dick Drijver uit de trein die naar de hel reed
De plaquette in het Haarlemse station.

Hij hoopte nog steeds te kunnen ontsnappen, maar dat lukte niet: er was één dam naar de wal, met een brug erin, die werd bewaakt door de Duitsers. Het water was veel te koud om naar de noordkant van het IJ te zwemmen. Het is achteraf maar één man gelukt: een oud-Nederlands zwemkampioen, zoon van een slager van de Wagenweg.

Na drie nachten in de loodsen, worden de mannen op een boot geladen voor een reis over het IJsselmeer waar een krachtige storm woedt.

,,We zaten daar als haringen in een ton, gepropt in compartimenten. Je kon nauwelijks staan, en alleen om de beurt even liggen. En dat onder erbarmelijke sanitaire omstandigheden: bijna iedereen was misselijk, moest overgeven of had diarree. Voor een sanitaire stop moest je een ladder op en een luik door naar het dek. Maar door de storm kon je niet ver van dat luik vandaan, anders sloeg je overboord. Je kunt je voorstellen wat een troep het was op het dek.’’

Gekkenwerk

Verder varen zou gekkenwerk zijn geweest, dus geven de Duitsers de opdracht terug te varen naar Amsterdam, waar de mannen in dezelfde loodsen overnachten. Dat voelt nu als een verademing. De volgende dag moeten de mannen met de trein mee.

Op het perron wordt omgeroepen dat elke poging om te ontsnappen met de kogel wordt bestraft. De deuren van de trein blijken vergrendeld en de riemen waarmee de ramen geopend kunnen worden, zijn doorgesneden. Even nadat de trein een spoorbrug passeert, lukt het Drijver een raam open te trappen.

,,Door het raam ben ik op de treeplank geklommen, en op hoop van zegen het zwarte gat in gesprongen. De trein reed niet hard, maar toch vast wel zo’n 60 km/uur. God zij dank kwam ik redelijk goed terecht in het grint tussen de beide sporen, en gelukkig niet tegen een paal. Ik was wel gewond aan m’n gezicht, maar had niets gebroken. Wat een vrijheidsgevoel, toen ik de laatste wagon in de verte hoorde verdwijnen!”

Gevlucht

Eenmaal buiten blijkt dat er nog iemand uit de trein is gesprongen: een man uit Heemstede. Ze trekken samen op en vinden een leegstaand huis waar ze de nacht doorbrengen. Ze blijken zich vlakbij het Naardermeer te bevinden: bekend terrein voor Drijver.

Zijn vader Jan werkte bij Natuurmonumenten als beheerder van onder meer het Naardermeer. Langs de spoorlijn lopen Drijver en zijn maat naar de boerderij van de familie Beuker, goede bekenden van het gezin Drijver. Ze krijgen er droge kleren en eten. Ze zitten nog geen uur als de zoon des huizes Duitsers ziet aankomen.

,,Ik ben toen naar het opkamertje gevlucht. Daar lag oma Beuker, die ik kende als een vriendelijke, hartelijke vrouw, ziek op bed. Ik moest snel handelen, dus ben bij haar in bed gedoken. Dit heeft ze niet erg op prijs gesteld: ze draaide meteen haar rug naar me toe, en heeft me het - ook na de bevrijding – nog lang kwalijk genomen, zó gênant vond ze die situatie. Maar ik had geen keus.”

De Duitsers worden opgevangen door de boerin, die ze wat te eten geeft en aan de praat houdt. Ze legt uit dat ze buiten haar eigen gezin, geen mannen in huis heeft.

Ondergedoken

,,Die gesprekken kon ik vanuit oma’s bedstee allemaal horen. Toen ze uiteindelijk vertrokken, vonden we het toch te riskant om daar veel langer te blijven. Mijn lotgenoot is ’s middags te voet naar Heemstede vertrokken. Ik ben ’s avonds naar de opzichter (tevens kooiker) van het Naardermeer gelopen. Deze De Bruin was ook een goede bekende van mijn vader. Hij had een veilige plek voor me: een schuilhut voor rietsnijders.”

Stomtoevallig krijgt De Bruin de volgende dag bezoek van Kees Moolenburgh, een kennis van de familie Drijver uit Santpoort, die in de omgeving van het Naardermeer ondergedoken zat.

,,Via hem kon ik mijn ouders informeren over mijn veilige onderkomen. Kort daarna is mijn vader met twee fietsen uit Amsterdam naar het Naardermeer gekomen en zijn we samen weer teruggefietst: ik weer naar m’n onderduikadres in Vijfhuizen.”

Wakker

,,M’n ouders hadden die ochtend na Sinterklaas, toen ze me uitzwaaiden uit de straat, niet durven hopen dat ik krap drie weken later op kerstavond weer ‘gewoon’ thuis zou komen. De kerstmaaltijd, verlicht met twee kaarsjes, werd dat jaar extra bijzonder dankzij een door onze kruidenier - Hop uit Santpoort - geschonken kerstpakket, vol blikjes en doosjes met levensmiddelen.”

Dochter Marjon weet niet of haar vader - ’een fijne, rustige man van weinig woorden’ - op latere leeftijd last heeft gekregen van zijn hachelijke ontsnapping en zijn andere oorlogservaringen. Ook als lid van de knokploeg van het Haarlemse verzet moet hij ontzettend veel hebben meegemaakt. ,,Hij liet dat niet blijken. Hij lag wel veel wakker ’s nachts. Maar hij zei dat hij dat niet erg vond.’’

Dick Drijver overlijdt in 2008 op 87-jarige leeftijd.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Meer nieuws uit Haarlem

Keuze van de redactie

Lees hier de digitale editie



Volg ons