Een op de drie West-Friezen is mantelzorger

Een op de drie West-Friezen is mantelzorger
Hoorn

Voorlopig zit het nog wel goed met de mantelzorg in deze regio, zo blijkt uit een grootschalig onderzoek over hulp, ondersteuning en (mantel)zorg dat zorgorganisatie Omring dit jaar door bureau I&O Research liet uitvoeren in haar werkgebied: West-Friesland, de Noordkop en Texel.

Het begrip ’mantelzorg’ werd in 1972 geïntroduceerd door de Nederlandse arts Joop Hattinga Verschure. Volgens hem is dit ’alle zorg die in een klein sociaal netwerk aan elkaar wordt gegeven, op basis van vanzelfsprekendheid en bereidheid tot wederkerigheid’.

Bijna 3500 inwoners werkten mee aan het onderzoek van Omring. Hieruit blijkt onder meer dat 92 procent (9 op de 10 inwoners) wel eens iets voor een ander uit de directe omgeving doet. Dat is iets hoger dan het landelijk gemiddelde: 89 procent.

Vuilnis

De meeste hulp bestaat uit sociale en psychische ondersteuning (75%), het verzorgen van planten en huisdieren (66%) en vervoer (62%). Ook wordt hulp geboden bij het buitenzetten van de vuilnis (59%), het huishouden (52%), administratie (51%, coördineren en organiseren van zorg (38%) en persoonlijke verzorging (25%). Genegenheid is de belangrijkste stimulans om anderen te helpen, in kleinere gemeenten als Opmeer (21%) wordt dit vanzelfsprekender gevonden dan in grotere gemeenten zoals Den Helder (5%).

Van de respondenten geeft 26 procent te kennen mantelzorger te ’zijn’ en 32 procent zegt te voldoen aan de definitie van mantelzorger. Dat is een op de drie. Daarvan is 40 procent vrouw en 23 procent man. De groep 45-65-jarigen mantelzorgt het meest: 41 procent. Maar ook de groep 18-45 jaar (32%) en 65+ (24%) is veelvuldig voor een ander in de weer. Maar liefst 39 procent doet dat bovendien naast een betaalde baan, van de niet-werkenden is 27 procent mantelzorger.

De verwachting is dat het mantelzorgkorps fors gaat groeien: maar liefst 44 procent van de geïnterviewden denkt dat zij in de komende vijf jaar (meer) hulp, ondersteuning of zorg moeten verlenen.

Enkhuizen zit nu al bijna op dit percentage en is derhalve koploper als het gaat om het percentage mantelzorgers op het totale inwonertal: 43 procent. Ook Medemblik (36%), Opmeer en Drechterland (beide 34%) hebben verhoudingsgewijs veel mantelzorgers, iets lager is dit in Hoorn (30%), Stede Broec (29%) en Koggenland (24%).

Wel zwaar

De zwaarte van het werk wordt door mantelzorgers beoordeeld met een 5,3, op een schaal van 1 (helemaal niet zwaar) tot 10 (zeer zwaar). Gevraagd naar de komende vijf jaar denkt 40 procent het mantelzorgen goed vol te kunnen houden, 31 procent denkt dat het soms wel zwaar zal worden, 11 procent verwacht het eigenlijk niet meer aan te kunnen, 4 procent is ervan overtuigd de pijp aan Maarten te geven en 14 procent weet het niet.

Eenzaamheid is een van de factoren die een rol speelt bij die afweging, 24 procent van de geïnterviewden is de enige mantelzorger, 1 op de 6 zegt zich eenzaam te voelen. Daarnaast ervaart 55 procent belemmeringen bij het uitvoeren van de mantelzorgtaak. Met stip op 1 staat het ’moeilijk nee kunnen zeggen’, gevolgd door het lastig kunnen combineren met werk en met andere bezigheden. Overigens wordt daarbij wel aangegeven dat de werkgever vaak meer aandacht heeft voor werknemers die hulp, ondersteuning of zorg verlenen, dan de gemeente waarin zij wonen.

De geïnterviewden geven ook aan dat de rek er wel een beetje uit begint te raken. Zo is 66 procent van de inwoners van mening dat de verantwoordelijkheid voor de zorg bij de overheid ligt, vindt 53 procent dat deze zorg vooral een taak is voor professionele instanties en wil 56 procent hun kinderen niet belasten met deze zorg.

Flexibele werktijden

Maar wat wil de mantelzorger dan wel? Ook daarover geeft het onderzoek van Omring uitsluitsel. Met stip op 1 staan flexibele werktijden en betere regelingen met de werkgever. Ook hebben mantelzorgers behoefte aan adviseurs die hen wegwijs maken in het zorglandschap en ondersteunen bij het aanvragen en regelen van zorg en ondersteuning vanuit de Wmo. Verder staan gewoon een luisterend oor en contact met lotgenoten hoog op het lijstje.

Er zijn al veel mogelijkheden om mantelzorgers te ontlasten, zoals dagopvang/activiteitencentrum en tijdelijk ontzorgen (respijtzorg) door een vrijwilliger of professional. Daarnaast worden er informatiebijeenkomsten, cursussen en trainingen georganiseerd. De meeste gemeenten hebben daarnaast een vorm van ’mantelzorgwaardering’. Dat loopt uiteen van verwenmiddagen tot een jaarlijks ’mantelzorgcompliment’ in de vorm van een geldbedrag en/of een uitje.

Vroegsignalering

Voor Omring en de gemeenten biedt het onderzoek voldoende aanknopingspunten om hun mantelzorgbeleid aan te passen. Selami Yuksel, beleidsambtenaar gemeente Hoorn: „Een belangrijk aspect is dat 11 procent van de mantelzorgers aangeeft het eigenlijk niet meer aan te kunnen. We moeten dus beter nadenken over vroegsignalering van overbelasting van de mantelzorger.” Daar is Omring-bestuurder Jolanda Buwalda het roerend mee eens. „Dat mantelzorg soms tot grote offers en isolement leidt, is belangrijk om met elkaar op te pakken. De constatering van professionals in het onderzoek dat bepaalde zaken en taken juist ook niet door hulpverlening opgepakt moet worden, is daarbij ook interessant.”

Veel praktische informatie over mantelzorg en alles wat daarbij komt kijken, is te vinden op de landelijk website

Lees meer:

Mantelzorgers in West-Friesland in het zonnetje: Hoorns project ’Welverdiend’ krijgt in 2020 vervolg

Ron en Yvon uit Sijbekarspel ontfermen zich over zijn zieke broers: ’We hebben eigenlijk altijd bij de dag geleefd’

Mantelzorg is zwaar maar Fia en Theo uit Hoogkarspel zijn er voor elkaar

Riet Reus uit Grootebroek zorgt voor haar man Jan: ’Het is en blijft een lieverd’

Meer nieuws uit West-Friesland

Keuze van de redactie

Lees hier de digitale editie



Volg ons