Premium

Blokhuijsen en Verweij jagen olympische missie na - de droom die nog rest: individueel goud bij de Winterspelen

Blokhuijsen en Verweij jagen olympische missie na - de droom die nog rest: individueel goud bij de Winterspelen
Jan Blokhuijsen is gevallen op de 1500 meter en weet zich geklopt.
© Foto ANP/Vincent Jannink
Heerenveen

Een jaartje er tussenuit blijft niet zonder gevolgen. Als Koen Verweij en Jan Blokhuijsen dat nog niet wisten, dan werden de schaatsers afgelopen weekeinde fijntjes op die topsportwet gewezen. Na hun sabbatperiode slaagde het duo er bij hun rentree niet in een wereldbekerticket te bemachtigen. Toch was de kloof op één van hun onderdelen minder groot dan gedacht – het bewijs dat talent zich evenmin verloochent.

Blokhuijsen wist in de kwalificatiedriedaagse geen van de drie opties te lichten. Op de 5000 meter kwam hij vrijdagavond met zijn zesde plaats nog het dichtst in de buurt van de toereikende vijfde plek, al bedroeg de marge met Douwe de Vries nog altijd meer dan anderhalve seconde.

Op de 1500 meter viel de 30-jarige Zuid-Scharwouder zaterdag daarentegen kort na de start en was hij geklopt, en ook op de massastart kon hij gisteren niet zijn stempel drukken.

Verweij vermorste twee kansen. Op de schaatsmijl was de zesde plaats net niet voldoende, al gaf hij wel 35/100e tel toe op de ex aequo geëindigde Marcel Bosker en Sven Kramer. Op de massastart kwam de 29-jarige Koedijker er daarentegen geenszins aan te pas.

Figureren

Dat ze figureerden, wekte bij hen overigens geen verbazing. De bijrollen waren ingecalculeerd. Immers, Verweij en Blokhuijsen lopen lang genoeg in het metier mee om de juiste kansberekening te maken. Al was er niettemin de stille hoop geweest om tóch boven zichzelf uit te stijgen. Ook al is verwachting doorgaans drijfzand; je zakt erin weg als de aspiratie niet strookt met het daarvoor vereiste niveau.

De redenen voor het tweetal, vijf jaar geleden nog gembombardeerd tot de kroonprinsen van schaatskoning Sven Kramer, er na de Winterspelen van Pyeongchang in 2018 even de brui aan gaven, verschilden van elkaar. Blokhuijsen wilde na twaalf tropenjaren zijn hoofd leegmaken, terwijl Verweij er niet in slaagde een geldschieter te vinden die rondom hem een commerciële ploeg wilde formeren.

Blokhuijsen en Verweij jagen olympische missie na - de droom die nog rest: individueel goud bij de Winterspelen
Koen Verweij beseft dat zijn optreden op de 1500 meter vermoedelijk niet genoeg is voor een wereldbekerticket.
© Foto ANP/Vincent Jannink

Blokhuijsen nam ook echt afstand van het metier. Hij trouwde, ging op huwelijksreis naar Australië, werd de trotse vader van een dochter, verdiepte zich in de voedingstechnologie, begon een moestuin en genoot van het leven zonder vaste verplichtingen.

Hij kwam dan ook enkele kilo’s aan en verloor aan spiermassa. „Ik zag mezelf veranderen, in de spiegel kijken was best confronterend. Dat het zo snel zou gaan, had ik niet verwacht. Maar goed ook, eigenlijk. Dan besef je dat veel arbeid verrichten noodzakelijk is.”

„Waar ben ik niet tegenaan gelopen?”, grapte Verweij, sinds hij in april een contract bij Team Reggeborgh tekende. „Ik begon op nul en ging trainen met onder meer Kai Verbij, die twee maanden eerder nog wereldkampioen op de 1000 meter was geworden. Dat was best confronterend, en in het begin zeker niet leuk. Maar gelukkig is nu het stadium aangebroken dat ik weer gemakkelijk herstel, in de trainingen mee kan komen en wekelijks zie dat ik progressie boek.”

Olympisch succes

Ze wonnen in hun carrière al veel hoofdprijzen, van internationale allroundtitels tot gouden medailles op de ploegachtervolging bij WK’s en de Winterspelen. Ook in individueel verband was er olympisch succes: Verweij pakte zilver op de 1500 meter in 2014 en brons op de massastart vier jaar later. Blokhuijsen eiste in 2014 ook zilver voor zich op, zij het dan op de vijf kilometer.

Juist het ontbreken van die ene titel geldt als de drijfveer om er nog één keer voor te gaan, omdat het de nu al imposante erelijst zou completeren. „Ik heb nog altijd de droom om op een niet-teamonderdeel olympisch kampioen te worden”, benadrukt Blokhuijsen, die het vizier op de 5000 meter heeft gericht. „Dat doel staat de komende tweeënhalf jaar centraal. Daar doe ik het voor, en daarvoor wil ik veel laten.”

Open wond

Ook Verweij heeft zijn rentree gemaakt voor, wat hij noemt, zijn ’ultieme missie’. Hij wil revanche nemen voor zijn beste optreden die niettemin voor hem in de grootste deceptie uitmondde: die drieduizendste van een seconde die hij destijds in Sotsji tekortkwam, is een open wond.

Dat Verweij en Blokhuijsen de komende anderhalve maand van internationale optredens verstoken blijven, deert ze nauwelijks. Ze willen de tijd optimaal gebruiken om meer inhoud te kweken om eind december via het NK afstanden WK-startbewijzen te claimen.

„Er is nog veel werk te verzetten”, meent Blokhuijsen. „Voor nu ben ik niet ontevreden, maar het niveau moet wel omhoog. Dit is een mooi vertrekpunt, niet meer.” Verweij sluit zich aan. „Na m’n vorige rentree ging het stroever. Ik sta er dus best aardig voor. Maar nu is het zaak om een bredere basis te creëren”, toont hij zich realist. Om dan, met de van hem bekende branie, te zeggen: „Pas als het is gelukt het WK te halen, kun je écht van een terugkeer spreken.”

Meer nieuws uit Sport Alkmaar

Meest gelezen