Column zestig seconden: ’Ik ben parkeersensordoof’

1/3

Ja ik ben doof. Oost-Indisch doof in ieder geval. En parkeersensordoof, dat is iets geheel nieuws.

Gisteren een gehoortest gedaan in het ziekenhuis. In een oor heb ik tinnitus (oorsuizen) en in de ander een knisper alsof er een zak chips in zit. Ik denk door een mengsel van klopboormachines en bandjes die op het mengpaneel alle schuiven open hadden staan. En dan nog in Paradiso met je kop in de speakers gaan staan. Mafkees die ik was. Desondanks valt het nog mee, was de conclusie van de KNO-arts. Ik kreeg een serie piepjes te horen in verschillende frequenties. Als ik het hoorde, moest ik op een knop drukken. Daarna woordjes à la aap, noot, Mies, Wim, zus, Jet, Teun, vuur die ik na moest zeggen.

Volgens de uitslag heb ik een hoge fletcher van 28dB aan de ene kant en 35 dB aan de andere. Bij de lijntjes van het diagram moest ik aan bergbeklimmen denken. Ik had de Fletcher beklommen! Maar nee, ik ben licht lawaaidoof. Ietsje dover dan andere mannen van mijn leeftijd. Volgens mijn vrouw ben ik soms stokdoof. Nou is er natuurlijk een verschil tussen horen en luisteren. Dat laatste vergeet ik wel eens...

Gistermorgen - voor het gehooronderzoek - moet ik de piepjes van mijn parkeersensor wel hebben gehoord. Maar ik luisterde niet. Of ik reed wat door om de auto recht te zetten terwijl de piep al zei: ’stop, je bent te ver’.

Daarna hoorde ik de ’krak’ van mijn trekhaak in de bumper van de auto van een collega. Toen ik vooruit reed, nog eens: ’krak!’ Hm. Ik ben lawaaidoof en parkeersensordoof. Wat zou de verzekering daar van zeggen?

Meer nieuws uit Waterland

Keuze van de redactie

Lees hier de digitale editie



Volg ons