Premium

Rob van Vuure: Poepenborg

Rob van Vuure.
© Foto Erna Faust

Ik zit in de wachtkamer van de oogarts, voor iets onschuldigs zijn mijn ogen gedruppeld. ’Gaat u daar maar zitten, over een half uur wordt u geroepen’.

Er zijn nog negen wachtenden, ook iemand met een rood-witte stok, zijn vrouw houdt zorgzaam zijn hand vast. Zij blijkt Cathy te heten, hij Johan. Johan is groot en zwaar, een woeste oude eik, grijs vogelnestenhaar, bijna gesloten ogen. Hij kijkt recht voor zich uit. Cathy praat af en toe tegen hem, zachtjes, maar wat ze ook zegt: Johan antwoordt steevast zes keer te luid, zelfs een wachtkamer verder kijkt men fronsend op. Cathy fluistert en Johan roept keihard: ’Nee, heb ik al gezegd’. Cathy knijpt in zijn hand waarmee ze bedoelt: zachter lieverd, thuis prima, hier hoort iedereen het. Maar daar heeft Johan volstrekt geen boodschap aan (Ik mag dan bijna blind zijn, de rest doet het nog meer dan geweldig).

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.