Premium

Column Rob van Vuure: André Rieu

Column Rob van Vuure: André Rieu

André Rieu werd 70 jaar, ik las interviews met hem. Over al die concerten in Wenen. Over zijn optredens in Colombia en op het Maastrichtse Vrijthof. Over China. Over het komende ’kerstgebeuren’ in het Mecc.

Maar ik las niets over het ontroerendste Rieu-concert dat ik ooit hoorde. Kan ook niet, want daar heeft André geen noot van meegekregen.

Mijn moeder, jaren geleden overleden, was bewonderaar. Nog goed ter been ging ze naar live concerten, later in haar rolstoel mocht ze vooraan. Ze kende alle Weense melodieën, haar hoofd neuriede mee in driekwartsmaat. Ze kon uitweiden over kostuumdetails, over de deernen die meedansten.

Ook wist ze precies wanneer André op televisie was, op het dressoir lag een briefje met data en tijden. Later, tijdens haar restantjaren in het verzorgingshuis werd André Rieu een nog grotere held. Marco Bakker viel af, Simone Kleinsma ach ja, toen Jantje Smit, Jan werd was het voorbij, koning Rieu bleef over.

In haar laatste huis was mijn moeder in goed gezelschap. Daar aan die gang bleek ze niet de enige fan. Beter uitgedrukt: iedereen was fan. De gesprekken aan de eettafel waren overzichtelijk: het eten, ’het zout is zeker duur’, die nieuwe verzorgster, dat er steeds betere rollators kwamen en heel héel vaak over het wonder Rieu. Toch maar even zeggen: ’Gevoelige snaar raken!’ ’Hoeveel aan de strijkstok?’ Nee nee, niet zeuren joh, vandaag.

Bij bezoek nam ik vaak Rieu-nieuwtjes mee: hij had in Denver een uitverkochte zaal, het hele orkest gaat binnenkort naar China.

Maar één keer was ik slordig.

Ik kwam onverwacht op bezoek, er bleek een concert van André Rieu op televisie. Mijn moeder wilde eigenlijk niet gestoord worden. En dat deed ik ook niet, ik ging stil naast haar zitten. De televisie stond keihard aan, ’La Traviata’ knalde vanaf het onevenredig grote scherm haar kamertje in. En niet alleen háar kamertje, de hele gang, het complete verzorgingshuis zat die avond naar Rieu te kijken en te luisteren.

De meeste bewoners waren behoorlijk doof, niet erg, het geluid van de televisies was daar op afgestemd. Gevolg: Strauss overal. De meeste deuren van de ruim tachtig kamers stonden open, zoals zo vaak. ’Open-deurconcert.’ Violen galmden over de gangen, aria’s vulden de hoge recreatiezaal, romantische baljurken gingen van deur tot deur, elkaar versterkend dansten de driekwartsmaten trap op en trap af. Ik verklaar hierbij: de veel geroemde akoestiek van het Concertgebouw valt in het niet bij de geluidsgolvenmix van een gemiddeld avondrood met alle deuren open.

’An der schöne blauen Donau’ klonk nog nooit zo overweldigend, nog nooit zo schön. Ik maakte een unieke mengeling van ontroering, blijdschap en saamhorigheid mee. In die zin het mooiste Rieu-concert ever. Zomaar op een doordeweekse donderdagavond, van half negen tot half tien. ’Vooruit, vandaag allemaal iets later naar bed.’

Waarschijnlijk zijn alle toehoorders van toen nu overleden. Dus doe ik het maar: jarige André, ruim tachtig keer gefeliciteerd.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.