Premium

Eric Fris maakt er een heus Dam tot Dam-weekeinde van: wandelen, rennen, fietsen én weer hardlopen - en naast hem nog twee Zaandammers

Eric Fris maakt er een heus Dam tot Dam-weekeinde van: wandelen, rennen, fietsen én weer hardlopen - en naast hem nog twee Zaandammers
Eric Fris liep deze week zijn laatste oefenrondje voor het Dam tot Dam-weekeinde.
© Foto Pascal Fielmich
Zaandam

Drie Zaandammers zijn zaterdagochtend aan een bijzonder sportief Dam tot Dam-weekeinde begonnen. Zij doen mee aan alle onderdelen van het sportevenement.

Een van hen is de 57-jarige belastingambtenaar Eric Fris. Zaterdag wandelt hij 27 kilometer, zaterdagavond rent hij de 8 kilometer van de Damloop by Night, zondagochtend fietst hij 85 kilometer en tot slot rent hij de tien Engelse mijl (16,1 kilometer). „Dit is typisch zo’n plan dat je bedenkt bij het derde wijntje in het café. En ik ga dit niet nog een keer doen”, grijnst Fris.

Hardlopen doet Fris al sinds zijn militaire diensttijd in 1981. „Je bent lekker buiten en kunt in relatief korte tijd veel energie kwijt.”

Hij deed mee aan de Damlopen van 1987, 1988 en 1989.

„De eerste twee keer vond ik zestien kilometer nog een hele afstand. Ik vroeg me vooral af of ik het wel zou redden. Toen ging het er sowieso heel anders aan toe dan tegenwoordig. Alle lopers startten tegelijkertijd bij de Beurs van Berlage, waar één dixie stond voor een paar duizend lopers. Om twee uur was het ’pang’ en huppekee, gaan met die banaan. En daar ging ik, op mijn Wastora-gympen van 45 gulden, in katoenen shirt en plofbroek.’’

Snelle tijd

,,Pas in 1989 ging ik voor een snelle tijd. Ik kwam uit op 1.15. Vraag me niet waarom, maar daarna heb ik jarenlang niet meer meegedaan.”

Fris verscheen in 2010 weer aan de startlijn. Hij was fanatieker met de loopsport bezig en trainde bij atletiekvereniging AV Zaanland. Sindsdien heeft hij geen Damloop meer gemist. „Ik wilde hem steeds zo snel mogelijk lopen en een keer heb ik 1.12 gehaald. Maar na je vijftigste word je elk jaar een minuut trager, daar doe je niets tegen. Toen ik mijn tijd niet meer kon verbeteren, ben ik op zoek gegaan naar nieuwe uitdagingen.”

En die weet Fris wel te verzinnen. In 2016 liep hij de tien Engelse mijl twee keer: ’s morgens met de wedstrijdlopers, ’s middags met de recreanten. Vorig jaar kwam de tweede uitdaging. Hij bereidde zich voor op de marathon van Amsterdam en verlengde de Damloop tot trainingsronde. Hij rende van Zaandam naar de start in Amsterdam, liep de 16,1 kilometer en rende door naar huis.

Het maakt hem niet uit hoe lang hij er dit weekend over doet om de diverse eindstrepen te passeren. Als hij het maar haalt, daar is alles op gericht. Dus gaat hij 27 kilometer wandelen in plaats van veertig.

,,Veertig kan natuurlijk makkelijk, want ik heb er de hele dag de tijd voor. Maar ik vind dat toch een beetje eng: je vergroot de kans dat je blaren krijgt. Ter voorbereiding heb ik deze zomer de Vierdaagse van Nijmegen gelopen. Ook voor het eerst. Ging prima, slechts één blaar.’’

Laatste start

De afstand voor de fietstocht is praktisch gekozen. Hij moet immers op tijd bij het startvak van de Damloop zijn. „Als ik 17 kilometer per uur fiets – dat is niet heel hard – kom ik om half twee aan. Ruim op tijd, de laatste start is om 14.55 uur.”

Tegen het fietsen ziet hij het meest op. Daar is hij naar eigen zeggen minder sterk in dan in hardlopen. „Laatst heb ik 105 kilometer gefietst. Na 4,5 uur zat ik op 85 kilometer. Al was het een dag waarop álles meezat, het geeft wel vertrouwen.’’

,,Het overstappen van fietsen naar rennen heb ik nu ook een paar keer geoefend. Dat is best lastig. De eerste kilometer ren je met zwabberbenen, alsof er geen kracht meer in zit. Gelukkig hoef ik niet meteen na het fietsen te rennen, in theorie zit er een uur tussen waarin ik kan rekken en strekken.’’

Over het fysieke deel maakt hij zich eigenlijk het minst zorgen. ,,Mijn grootste angst is een lekke band. Dan kom ik niet meer op tijd in Amsterdam, dan is het gewoon helemaal klaar.”

Meer nieuws uit Sport Zaanstreek

Meest gelezen