Premium

Schimmigheid rondom begrip mensenhandel

1/2

Het leed als gevolg van mensenhandel gaat diep en raakt de gehele samenleving. Toch is juist deze overtreding tegen persoonlijke vrijheid bijzonder rommelig geregeld, stelt universitair docent strafrecht Luuk Esser in zijn proefschrift.

De vrouw was gestrand langs de snelweg bij Gouda. Tank leeg, geld op. Wat nu? Ze stuurde haar dochter en vriendinnetje een nabijgelegen woonwijk in om te collecteren voor een niet-bestaande sponsorloop. Met het opgehaalde geld wilde ze tanken en naar huis. Dat kwam haar op twee veroordelingen te staan: oplichting en - tot verrassing en verbazing van juridisch Nederland - mensenhandel.

En ze staat niet alleen. Ook scholieren die anderen op school dwongen voor hen telefoonabonnementen af te sluiten, werden voor mensenhandel veroordeeld. ’Exoten’, noemt universitair docent strafrecht Luuk Esser (Universiteit Leiden) beide uitspraken, wat doet vermoeden dat het hier gaat om zeldzame vergissingen in een verder probleemloze rechtsprekerij. Vier jaar lang deed hij onderzoek naar artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht - iets meer dan 700 woorden lang. „Best uniek”, glundert Esser, „dat je vier jaar lang bezig kunt zijn met het onderzoeken van één artikel in het Wetboek van Strafrecht.” Genoeg tijd dus voor een gedegen oordeel - en dat liegt er niet om. Het verbod op mensenhandel rammelt volgens hem aan alle denkbare kanten.

Reikwijdte

Volgens Esser is het grootste probleem de reikwijdte. Die is te ruim. De veroordeling ’mensenhandel’ past blijkbaar op zowel het handelen van de vrouw zonder geld en benzine als scholieren met een sterk ontwikkelde beldrift. „En het kan vreemder”, vult Esser aan. Stel, een Poolse vrouw besluit in Nederland te gaan werken als prostituee. Ze belt een contactpersoon in Den Haag met de vraag haar te helpen. Alles gaat vrijwillig, er is geen sprake van enige vorm van dwang. De persoon haalt de vrouw op van Schiphol en rijdt haar naar haar nieuwe werkplek in Den Haag of Amsterdam. „Als de Doubletstraat of de Wallen in de navigatie staat en deze persoon wordt aangehouden, dan is de kans op een verdenking van mensenhandel groot. En een aanhouding ook.” Ook al is prostitutie een legaal beroep en is in Europa sprake van vrij vervoer van personen, goederen en diensten.

Uitbuiting

Dat werd de Hoge Raad in 2016 allemaal te gortig. Om ’exotische’ uitspraken te voorkomen, is het criterium ’uitbuiting’ geïntroduceerd. Daarmee werd het een stuk lastiger om te bewijzen dat iemand zich aan mensenhandel schuldig maakt. „Probleem is echter dat de Hoge Raad niet duidelijk heeft gemaakt wat er dan extra bewezen moet worden”, legt Esser uit. De correctie is dus onhelder en druist bovendien in tegen een verdrag uit 1933.

„Er is tekst toegevoegd aan een wettekst die is ontleend aan een verdrag. De Hoge Raad pakt hier wel erg veel ruimte. Dat verdrag is weliswaar niet van deze tijd”, stelt Esser, „maar onze handtekening staat er nog altijd onder, het verdrag is nooit aangepast. Als je niet oppast, gaan de VN op zijn achterste poten staan.” Want Nederland heeft zich aan het verdrag te houden, maar doet dat niet.”

Ratjetoe

’Mensenhandel’ blijkt zo bezien een wetstechnische ratjetoe en de rechtspraak van de afgelopen tijd heeft aan opheldering weinig bijgedragen. PvdA en ChristenUnie maakten deze week tijdens Prinsjesdag weliswaar bekend meer geld te willen in de strijd tegen mensenhandel, maar volgens Esser ligt in geldgebrek niet zozeer het probleem. Hij concludeert in zijn proefschrift dat „de wettekst inmiddels geen afspiegeling meer (is) van hetgeen in Nederland als mensenhandel strafbaar is (...).”

Er is volgens hem geen extra geld nodig, maar een paar slimme wetgevingsjuristen die het gehele artikel nog eens scherp tegen het licht houden. Esser: „Het gevaar ligt momenteel op de loer dat burgers mensenhandel op hun strafblad krijgen, terwijl je je kunt afvragen of wat zij hebben gedaan daarmee wel correspondeert.”

Serieuze ongelukken

Kortom: waar ligt de grens tussen toelaatbaar en ontoelaatbaar gedrag? En hoe straffen we onwenselijk gedrag af? „Is die vrouw uit Gouda een mensenhandelaar? En die scholieren op school?”, vraagt Esser. Wel naar de letter van de wet. En er zijn heel precieze rechters die zich daarop beroepen. Er zijn ook rekkelijken die de wet - in dit geval - strenger willen interpreteren dan de tekst in het artikel toestaat. Hoe dan ook is er een praktijk ontstaan waarin ’uitbuiting’ moet worden aangetoond, zonder dat helder is wat dat precies betekent.

Precies die onduidelijkheid kan volgens Esser leiden tot serieuze ongelukken: verdachten die zich wel schuldig maken aan mensenhandel worden mogelijk niet veroordeeld en mensen die recht hebben op bescherming van de Nederlandse overheid, krijgen dat niet.

„Wat de Hoge Raad heeft gedaan is, gelet op de stand van het recht, heel begrijpelijk. Maar wat ik momenteel in de praktijk zie, is dat er te weinig wordt doorgedacht over de vraag wat de gevolgen van zijn uitspraken zijn geweest.” Zo stopte de grenspolitie in 2016 van de een op de andere dag met strikte signalering aan de grens, omdat voor een verdenking ook van uitbuiting sprake moet zijn. Esser: „De overtuiging ontstond: oh, dat is niet meer strafbaar, dat hoeven wij dus niet meer te doen.” Er ligt volgens Esser een verantwoordelijkheid bij opsporingsorganisaties om uitspraken van de Hoge Raad te vertalen naar hun eigen handelen. „Kennis daarover druppelt nog te weinig en te laat door in deze organisaties.”

Onduidelijkheid

Esser is dan ook hard in zijn oordeel over de wettektst. „Een beetje rommelig mag wel, ruimte om te interpreteren is ook prima”, vindt Esser. „Maar hier lopen allerlei zaken door elkaar: er wordt feitelijk een verdrag opgezegd, er worden criteria ingevoegd zonder dat duidelijk is wat we daaronder precies moeten verstaan, de wetgevers reageren daar vervolgens niet op, opsporing doordenkt niet wat een uitspraak van de Hoge Raad voor hun werk betekent… Dan kom je tot de conclusie dat wat wij strafbaar willen stellen aan mensenhandel waar het gaat om opsporing en vervolging helemaal niet meer scherp hebben.”

Gevolg: onduidelijkheid voor iedereen. Wanneer verhandel je mensen? Esser heeft aangetoond dat het antwoord op die vraag niet eensluidend is. „Op alle punten klopt dit niet. En het enige positieve, de correctie van de Hoge Raad, is ontoereikend en onduidelijk.” Esser haalt in zijn proefschrift collega-jurist Klip aan die het artikel omschreef als een ’wetstechnisch gedrocht’. Zover wil Esser niet gaan, maar dat er werk aan de winkel is, moge duidelijk zijn.

Esser, L.B. (2019) De strafbaarstelling van mensenhandel ontrafeld. Een analyse en heroriëntatie in het licht van rechtsbelangen. Den Haag: Boom Juridisch.

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.