Premium

Filminterview Antonio Banderas:Er liggen nieuwe wegen voor me open’

Filminterview Antonio Banderas:Er liggen nieuwe wegen voor me open’
kdjfdskdfskdk

Met zijn prachtige rol als tobbende filmmaker in ’Dolor y gloria’ zet Antonio Banderas (59) een nieuwe stap. Samen met schrijver-regisseur Pedro Almodóvar, de man die ook verantwoordelijk was voor de lancering van de carrière van de Spaanse acteur. Wel moest Banderas daarvoor afscheid nemen van zijn aangeleerde Hollywood-maniertjes, vertelt hij in Cannes.

Antonio Banderas en Pedro Almodóvar leerden elkaar zo’n veertig jaar geleden kennen in Madrid. „Ik had een rol in een toneelstuk en zat buiten het theater met wat vrienden op een terras”, vertelt de acteur. „Op zeker moment voegde een opvallende figuur zich bij ons. Met omhooggekamd haar en een scharlakenrood koffertje dat hij angstvallig vasthield, alsof het belangrijke staatsdocumenten bevatte.”

Romantisch

„Hij maakte links en rechts wat grappen, keek mij daarna aan met een aandachtige blik en zei toen: ’Je hebt een heel romantisch gezicht. Eigenlijk zou jij films moeten maken’. Vervolgens ging hij er als een haas vandoor. ,’Wie was dát?’, vroeg ik verbluft aan mijn vrienden. ’Oh, dat is Pedro Almodóvar’, luidde het antwoord. ’Die heeft net zijn eerste film gemaakt. Ongetwijfeld ook zijn laatste’.” Lachend: „Die sombere voorspelling kwam gelukkig niet uit.”

Almodovars tweede film ’Laberinto de pasiones’ (1982) kwam er wel en Antonio Banderas kreeg prompt een rol. Zoals ook gebeurde in ’Matador’ (1986), ’La ley del deseo’ (1987), ’Mujeres al borde de un ataque ’nervios’ (1988) en ’Atame!’ (1999). Vooral die twee laatste films trokken ook buiten Spanje de aandacht. In ’Atame!’ - in het buitenland uitgebracht onder de titel ’Tie me up! Tie me down’ – speelde de acteur een psychiatrisch patiënt. Een man die een pornoster kidnapt in de hoop dat zij met hem wil trouwen.

Hoe krankzinnig ook: dat optreden leverde Antonio Banderas wel een Hollywood-carrière op. Hij maakte zijn Amerikaanse debuut in ’The mambo kings’ (1992), om in de daaropvolgende jaren aan de weg te timmeren in films als ’Philadelphia’ (1993), ’Interview with the vampire’ (1994), ’Desperado’ (1995) en ’Evita’ (1996). Later hing hij ondermeer de zwarte cape van Zorro om zijn schouders, stak hij James Bond naar de kroon in de Spy kids-reeks en leende hij zijn stem – inclusief stevig accent – aan de Gelaarsde Kat uit de Shrek-films.

„Pedro en ik hadden al die jaren wel contact gehouden. Maar toen hij me in 2010 belde voor een rol in ’The skin I live in’, hadden we al 22 jaar niet meer met elkaar gewerkt. Ik was helemaal opgewonden bij het vooruitzicht dat weer te doen. Als een kind dat z’n vader wil laten zien wat voor gave trucjes hij geleerd heeft. Ik wilde Pedro tonen dat ik nu veel zelfverzekerder was voor de camera. En hem laten zien en horen wat ik inmiddels allemaal kon met mijn lijf en stem. Maar daarin bleek hij totaal niet geënteresseerd.

„’Kan ik niks mee, met wat jij daar in Hollywood allemaal hebt opgepikt’, stelde hij nogal bot. ’Ik wil de oude Antonio Banderas zien. Waar is die gebleven?’ In plaats van zijn houding te slikken, maakte die me boos. We stonden als twee stieren tegenover elkaar, vechtend voor onze positie. Niet dat onze vriendschap daardoor in gevaar kwam, hoor. Sterker nog: zo’n strijd ga je aan ómdat je vrienden bent en niet zomaar collega’s. Maar leuk was het niet.”

Verbijsterd

„Die wrijving hield de hele draaiperiode aan en misschien ook nog wel daarna. Tot ik een paar maanden later de voltooide film zag op het filmfestival van Toronto. Verbijsterd was ik. Ongelofelijk dat Pedro dát personage uit mij had weten te wringen. Terwijl ik zelf niet eens wist dat ik dat in me had. Dat zette me aan het denken. Ik moest toegeven dat mijn manier van werken misschien wel niet de juiste was. Tenminste, niet voor de Europese cinema waarvan Pedro bij uitstek de vertegenwoordiger is.”

„Zonder het mezelf te realiseren, was ik door de jaren heen een onderdeel geworden van de filmfabriek die Hollywood heet. Een industrie die producten maakt en niet zozeer persoonlijk getint werk. Acteren was ik daardoor ook vooral gaan zien als het leveren van een bepaalde dienst, in plaats van de emotionele ontdekkingsreis die het eigenlijk zou moeten zijn. Een reis die je naakt moet aangaan. Zonder voorbehoud en zonder gereedschap, hoe kwetsbaar of pijnlijk dat ook voelt.”

„Ik hoopte van harte dat ik dat nieuwe inzicht nog eens met Pedro in de praktijk zou mogen brengen. Maar het bleef heel lang stil. Tot hij me negen jaar later toch weer benaderde. ’Ik heb een scenario geeschreven vol met referenties naar mensen en situaties die je wel bekend voor zullen komen”, zei hij erbij. Toen ik het las, kon ik bijna niet geloven dat hij daarin zoveel van zichzelf prijs gaf. En dat hij mij vroeg om hém te spelen.”

Toch wilde Almodóvar aanvankelijk niet toegeven dat hij zelf de Vincent Mallo is uit de film, vertelt Banderas. „Alleen vielen de parallellen niet te negeren. Zo was het in de filmstudio gebouwde appartement van mijn personage een exacte kopie van Pedro’s eigen huis, tot en met de kunst aan de muur en de boeken in de kast aan toe. Op de eerste draaidag heb ik hem daarom de vraag nogmaals gesteld: ’Pedro, eigenlijk speel ik jou, toch? Een antwoord kreeg ik niet. In plaats daarvan zette hij met een handgebaar mijn haren omhoog.”

Dat Antonio Banderas nu een oudere man speelt met een falende gezondheid - ver verwijderd van de begeerlijke ’latin lovers’ die hij zo vaak gestalte gaf - zegt de acteur niet te deren. „Ik heb mijn oude ik en de rollen die daarbij hoorde min of meer moeten vermoorden om mijzelf opnieuw uit te vinden. Bijna zestig ben ik nu. Daardoor heb ik inmiddels meer gemeen met de regisseur die ik speel in ’Dolor y gloria’ dan met mijn vroegere personages.”

„Bang maakt dat me dat nu niet meer. Eerder hongerig. Omdat ik mede dankzij Pedro ben gegroeid, als mens en als acteur. Ik zie dat er nieuwe wegen voor me open liggen die me naar andere plekken zullen brengen. Plekken waarvan ik vermoed dat ze nog interessanter zijn dan de bestemmingen die ik tot nu toe als acteur heb aangedaan.”

Angst was er wel na zijn hartaanval, nu ruim twee jaar geleden. „Ik werd die eerste nacht in het ziekenhuis verzorgd door een schat van een verpleegster, die zei: ’Antonio, waarom denk je dat mensen het altijd hebben over hun gebroken hart bij liefdesverdriet? Of dat ze van iemand houden met heel hun hart? Terwijl je ze nooit hoort zeggen dat ze met heel hun nieren liefhebben of zoiets. Weet je hoe dat komt? Omdat het hart naast een pomp vooral ook een pakhuis vol gevoelens is. Die nu flink door elkaar zijn geschud. Dat zul je nog wel merken’.”

„Ze had gelijk, want na een paar maanden kende ik mezelf bijna niet meer terug. Ik voelde me treurig en huilde gemakkelijk, terwijl ik dat eerder bijna nooit deed. Nog altijd ben ik veel gevoeliger dan eerst, mijn emoties hebben de macht gegrepen. Pedro zag dat bij het maken van ’Dolor y gloria’ ook en spoorde me aan die kant van mezelf niet te verbergen, maar juist de ruimte te geven. Door schaamteloos eerlijk te zijn.”

Meer nieuws uit Cultuur

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.