Premium

Ard Schenk is 75 jaar geworden: een stoemper die goed zijn kracht benutte [video]

Ard Schenk is 75 jaar geworden: een stoemper die goed zijn kracht benutte [video]
Ard Schenk.
© Foto Rene BOUWMAN
Graft

Ard Schenk, een van ’s lands grootste schaatsers aller tijden, is maandag 75 jaar geworden. Die mijlpaal viert hij in alle rust op zijn Italiaanse vakantieadres, want hij vindt dat-ie genoeg in de belangstelling heeft gestaan. Ard Schenk werd ontdekt in de poolwinter van 1963.

De stevige bries uit het noordwesten zorgt ervoor dat het water in de Mieuwijdt net een ballroom vol dansende golfjes is. De zonnestralen die zich zo nu en dan door het wolkendek boren, zijn letterlijk oogverblindend zodra ze contact maken met de levendige waterspiegel.

Het is nog warm voor de tijd van het jaar, hier aan de rand van de plas die de dorpen Graft en De Rijp van elkaar scheidt. Wat een contrast met 57 jaar geleden, toen op deze plek in februari 1963 de vaderlandse sportgeschiedenis er een hoofdstuk bij kreeg waarvan de werkelijke impact pas een jaar of drie, vier later duidelijk werd.

Lanceerbasis

Nu is het wel zo dat de mooiste verhalen op de vreemdste plaatsen of de meest onverwachte momenten hun oorsprong vinden. Niemand had immers kunnen verzinnen dat een bevroren vliet net boven Amsterdam als lanceerbasis voor de grootse schaatscarrière van Ard Schenk zou fungeren.

„Schenk? Nee, ik geloof niet dat ik die naam al kende. Van Kees Verkerks bestaan wist ik af, want die zat bij me in de kernploeg. Samen met Henk van der Grift, Peter Nottet, Arie Zee en Chris Meeuwisse. Ard? Zei me niks hoor. Hij was ook nog een junior”, zegt Gerben Karstens (77). „Wacht, ik pak er even mijn plakboeken bij, daarin moet iets te vinden zijn.” Weg is-ie, de gewezen wielerprof van de vermaarde Raleigh-ploeg die het ook tot nationale topper op de smalle ijzers schopte.

Ard Schenk is 75 jaar geworden: een stoemper die goed zijn kracht benutte [video]
Schenk op het EK 1966 in Deventer.
© Foto ANP

Karstens is wel te porren voor een zoektocht naar dat bijzondere weekend in een strenge winter die eindeloos leek. De lange vorstperiode – tussen kerst 1962 en begin maart ’63 vroor het vrijwel onafgebroken – leidde tot een schaatsgekte. Vrijwel elk dorp in de waterrijke regio’s van Nederland organiseerde wel een wedstrijd, variërend van kortebaan en langebaan tot marathons. De langebaan bestond uit een klassement over drie afstanden: 500 meter, 1500 meter en drie kilometer.

Vierkamp

Totdat de Grafter IJsclub een briljant idee kreeg: er moest een grote vierkamp op uitnodiging komen, met een vijf en tien kilometer. De eerste poging, gepland voor 7 en 8 februari, ging de mist in… door plotseling invallende dooi. Het weekend erop kon de strijd, waarvoor bijna de gehele kernploeg zich meldde, alsnog losbranden.

Wie zoal? De genoemde Karstens, Verkerk, Nottet, Piet Meijer, Wim van Heijst en Jan Halfweeg stonden op de startlijst, aangevuld met enkele lokale helden en talenten uit de omgeving, onder wie Piet Modder en Schenk. Wie van ver kwam, kon overnachten bij mensen thuis.

Krantenverslag

„Hier, luister”, roept Karstens die uit een krantenverslag van die tijd begint te citeren. „Karstens wint de 1500 meter, maar Verkerk blijft de leider in het klassement na drie afstanden. Als de wielrenner/schaatser een negatief antwoord krijgt op zijn vraag of een eindzege nog wat extra’s schuift – dat zou ik dan gezegd hebben (licht grinnikend) – trekt hij zich terug vanwege rugklachten. De enige die Verkerk nog kan bedreigen, is die lange jongen uit Anna Paulowna”, dreunt hij op. „Ik denk dat ik toen gelijk naar huis ben gegaan, vanwege die rug. Die tien kilometer staat me niet meer bij.”

Eens luisteren bij andere coryfeeën van toen. Veel leven er nog en verkeren in prima gezondheid. De 77-jarige Piet Meijer uit Katwoude refereert onmiddellijk aan het weer.

„De kou was verschrikkelijk, maar de wind nog veel erger. Man, het stormde gewoon. De Grafters vonden het schitterend dat ik op de fiets kwam. Ik wist van tevoren dat ik niet zoveel had te zoeken in de vierkamp, omdat ik totaal uit vorm was. De hele maand januari zat ik met de kernploeg in Noorwegen voor een trainingskamp, en na terugkeer deed ik overal aan wedstrijden mee. Ik was moe, ook de reden dat ik niet eens meer de tien kilometer mocht rijden.”

Biljartlaken

Meijer moet lachen om de bewering van een verslaggever dat de natuurijsbaan er als een biljartlaken bij zou hebben gelegen. „Wat een flauwekul, haha.” „Zeg dat”, voegt de 76-jarige Piet Modder uit Warmenhuizen eraan toe. „Ik belandde tijdens mijn vijf kilometer in een scheur. Dat kostte me het klassement.”

De geboren Loosduiner Peter Nottet (winnaar van olympisch brons op de 5000 meter in Grenoble, 1968): „Misschien dat er wat werd geveegd en dat er een paar emmers water over heen werden gegooid, maar dat was het wel. Natuurijsbanen in Nederland waren rommelig, maar wel gezellig”, aldus de nummer drie van het klassement in Graft. „En veel volk langs de kant. Het was iets bijzonders, zo’n grote meerkamp op een ijsvloer in de polder. Ik vond het schitterend.”

,,Ard kende ik al, zijn vader ging in die periode altijd mee naar het buitenland met de kernploeg. Wat leuk is: het jaar voordien reed ik een jeugdkampioenschap waar Schenk ook aan meedeed. Ik viel op een van de afstanden, maar desondanks eindigde ik nog met drie punten voorsprong op hem in het klassement. Hij reed op dat moment niet zo technisch en was ook niet zo fanatiek. Alleen, in Graft reed hij ons allemaal zoek. Ard stond te boek als sprinter, maar plotseling reed hij een goede tien kilometer. ’t Was raar dat hij dat plotseling kon”, aldus Nottet die volgende week 75 wordt.

Schenk deed het op kracht en met allesbehalve verfijnde schaatstechniek. Zijn tijd op de 10.000 meter, zijn eerste ooit: 18.16, dik vier seconden sneller dan de man die de eerstvolgende jaren zijn kamergenoot, evenknie én voornaamste concurrent werd: Kees Verkerk.

Die weet nog dat hij die twee februari-dagen vreemd opkeek. „Ik wist uiteraard wie hij was, maar verder zei hij me weinig. Bij de meeste wedstrijden in die maand, dus net nadat we die trainingsstage in Noorwegen achter de rug hadden, ontbrak hij. Volgens mij schaatste ik 28 races in 31 dagen, de meeste op baantjes in Noord-Holland”, vertelt de in Noorwegen woonachtige Verkerk.

Techniek

„Mijn programma zat stampend vol. Misschien verklaart dat voor een deel dat Ard de tien kilometer in Graft van mij won. Hij reed vlak bij huis. Kan eveneens een voordeel zijn geweest. Plus het feit dat ik voor aanvang van de slotafstand wist dat het klassement zo goed als zeker voor mij zou zijn.”

De kasteleinszoon geeft toe: „Tja, het was verrassend. Weet je, die rit wil ik me liever niet eens meer herinneren, want in de vijf jaar erna versloeg ik hem op alle tien kilometers die we tegen elkaar reden. Dat moest hem aan het denken hebben gezet. Hij zag hoe ik bezig was en dacht: Het moet anders. Ik moet ook wat dieper gaan zitten, meer pijn kunnen verdragen gedurende de zomer om er ’s winters de vruchten van te plukken. Dat kwam zo uit. We waren aan elkaar gewaagd. Ard gebruikte z’n kracht, ik de techniek. Of, zoals een stamgast in het café van mijn vader dikwijls zei: ’Ard is een stoemper en Kees een glijer’.

Meer nieuws uit Sport Waterland

Meest gelezen