Premium

Hun ongeboren kind is zwaar gehandicapt, zeggen de artsen tegen Wouter en Corina. Totale stress, maar gelukkig zitten die dokters er helemaal naast

Hun ongeboren kind is zwaar gehandicapt, zeggen de artsen tegen Wouter en Corina. Totale stress, maar gelukkig zitten die dokters er helemaal naast
Wouter en Corina met hun kleine medische wondertje.
© Foto Peter van Aalst

Toch even crisis een tijdje geleden. Vriendin zwanger, huis te klein en in de Visbuurt eigenlijk niks groters te vinden. Wouter de Boer vreest het ergste. Het zal toch niet? Hij, weg uit de Pilo? Weg uit de buurt waar hij al vrijwel zijn hele leven woont en waaraan hij zo verknocht is?

„Ik had er serieus hoofdpijn van. Het zweet stond me bij wijze van spreken in de bilnaad bij de gedachte dat ik de Visbuurt uit zou moeten. Maar toen kwamen we gelukkig dit huis tegen.”

Een mooie woning, in de Van Limburg Stirumstraat en groot genoeg. Let wel: groot genoeg voor zijn vriendin Corina Faas, hun dochter Aicha en voor Chanella en Ashley, de twee dochters van Corina uit een eerder huwelijk.

’Latten’

„Haha, ja. Het is het huis van Corina. Ik heb nog mijn eigen huis, een paar straten verderop. We latten. Maar ja: ik ben hier wel veel vaker dan in mijn eigen huis. Dus als Corina de Visbuurt uit geraakt was, dan was ik ook vaak buiten mijn buurtje geweest. En dat had ik serieus een ramp gevonden. Sommige mensen zien de Visbuurt als een tokkiebuurt. Laat ze maar lullen. Ik vind het hier geweldig. Ik zou bij voorbeeld never nooit in Huisduinen willen wonen.”

Inkt

Je kunt er niet naast kijken bij Wouter (35). De liefde voor zijn stad Den Helder is met inkt in zijn huid geprikt. De vuurtoren Lange Jaap, het beeld van de Jutter, het gemeentewapen, de watertoren en zo nog wat zaken: tattooartiest Bas Boelens heeft de symbolen van de marinestad stuk voor stuk op zijn lichaam gezet.

Wouter trekt zijn shirt uit en toont zijn rug. We zien het Wapen van Den Helder en de Olvookerk: symbolen van de Visbuurt.

„Misschien word ik wel eens gezien als de dorpsgek met al die tatoeages van Den Helder. Maakt me niks uit. Ik heb die tattoo van de Jutter wel eens vaker gezien trouwens. Maar ik was de eerste.” Hoe komt dat toch? Die bijna obsessieve liefde voor zijn geboortestad? Zeg jij ’t maar, kaatst hij de vraag terug.

„Dat is toch moeilijk uit te leggen? Waarom is iemand voor Ajax? Of voor Feyenoord? Dat zit gewoon in je. Hier in Den Helder heb je toch alles? Waarom zou je dan ergens anders heen gaan? Omdat je daar wat meer winkels hebt of zo? Moet je zien hoe mooi die stad de laatste tijd wordt. Ik ben altijd al positief geweest over Den Helder, maar de laatste jaren knapt de stad echt ontzettend op. Je hebt mensen die altijd negatief zijn over Den Helder. Dan word ik boos jongen. Echt. Rot dan op hier. Als je zo negatief bent over je stad, dan moet je gewoon lekker weggaan.”

Besmettelijk

Het is bijna besmettelijk, zegt vriendin Corina (39). Net als Wouter is ze geboren en getogen in de Visbuurt. „Maar ik had altijd wel het idee dat ik een keer de stad uit zou gaan.” Lachend: „Nou, dat kan ik wel vergeten nu. Ik mag van hem niet eens de Visbuurt uit. Nee, serieus: hoe langer ik met Wouter ben, hoe mooier ik Den Helder ga vinden.”

Spijlen

In de box verderop in de woonkamer klinkt wat gepruttel. Dochter Aicha heeft zich met een beentje door de spijlen gewurmd. En slaat nu alarm. Hellup. Moeder Corina rolt eens demonstratief met de ogen. Niks loos, dochterlief maakt theater, wil ze maar zeggen. „Negen maanden oud en nu al drama”, lacht Wouter. „Dat heeft ze dan van haar vader”, tikt zijn vriendin terug.

Liggen en slapen

Om even later de kleine Aisha naar bed te brengen. Binnen een paar tellen is ze terug van boven. „Het is bij haar liggen en slapen. Erg fijn.” Wouter: „Ja. En dat heeft ze dan ook van haar vader.”

Zijn aanstekelijke lach rolt door de kamer. Voor de zoveelste keer. Typisch Wouter: druk, luidruchtig, vrolijk, aanwezig. Zo kennen de mensen in Den Helder hem. Is hij thuis ook zo?

„Ja, altijd”, zegt Corina. „Dat gaat 24/7 door. Ook ’s nachts. Dan lult hij Engels in zijn slaap, want hij neemt zijn werk mee naar huis.” Wouter werkt als schipper in de binnenvaart. „En aan boord is de voertaal Engels.”

Praatje

Ga je met Wouter de stad in, dan moet je geen haast hebben, zegt Corina. Hij kent half Den Helder. En heeft tijd voor iedereen.

„Met iedereen een praatje. Echt, je staat om de twee minuten stil. Haha, naast Wouter voel ik me net Beyoncé. Het is alsof je met een BN’er op pad bent.”

Natuurlijk maken we de onvermijdelijke grap: ’hoe komt zo’n lelijke kerel eigenlijk aan zo’n mooie vrouw?’ „Ik viel op zijn tatoeages”, zegt Corina. Heb je die bulderende lach van Wouter weer. „Hahaha. Ja, en verder was ’t niks.”

Soep

Nee joh, zegt zij. Klinkt klef, maar het is zijn grote hart dat haar zo aanspreekt. „Hij is heel sociaal, dat trok me aan.” Ze wonen lange tijd in dezelfde straat, schuin tegenover elkaar. „Dan kwam hij altijd even een praatje maken. Of stond hij aan de deur met een bakkie soep. Begon op te vallen op een gegeven moment.”

Wouter: „Ha, zij dacht dat het speciaal voor haar was. Maar dat soort dingen deed ik voor de hele buurt. Echt waar.” Corina: „Zal best, maar op een gegeven moment kwam je wel steeds vaker langs.” Wouter: „Euh ja, dat is wel zo. Haha.”

Een paar jaar verder is dochter Aicha de bekroning van hun liefde. Zij wordt nooit een echte Jutter overigens, want ze is geboren in het ziekenhuis in Amsterdam.

Wouter trekt een moeilijk gezicht: „Ja, dat is een dingetje. Daar word ik nog wel eens mee gepest door m’n maten” Corina: „Ah joh, ze is wel gemaakt in Den Helder.”

Zeldzaam

Noem haar gerust een medisch wondertje, die kleine Aicha. Eigenlijk zou ze er helemaal niet moeten zijn, omdat Corina sinds een paar jaar weet dat ze een zeldzame beenmergziekte heeft.

Een heftige aandoening die (nu nog) onder controle wordt gehouden met zware chemopillen. En dan word je dus niet zwanger. Nou: Corina wel. Feest. Maar ja, zo’n baby in je buik gaat natuurlijk niet samen met die chemopillen.

„Toen heeft ze die medicijnen heel snel afgebouwd”, zegt Wouter. „Ze kreeg injecties die minder heftig zijn. Dat was nog even spannend, maar het is goed gegaan.”

Het wordt nog veel spannender, als het stel een NIPT test laat doen, waarbij bloed van de moeder wordt afgenomen om te bekijken of de baby bepaalde aangeboren afwijkingen heeft.

Het oordeel is keihard. Wouter: „De baby zou zwaar gehandicapt zijn. Jongen, dat is een klap hoor.” Ze vallen even stil bij de herinnering. Vertellen dat dan uiteraard de optie om de zwangerschap af te breken op tafel komt. „Tuurlijk denk je er dan aan om het kind weg te laten halen”, zegt Wouter.

Eerst toch nog maar een vruchtwaterpunctie, besluit het stel. Zenuwslopende tijden. Van de resultaten van de NIPT-test zijn ze al ondersteboven en zo’n punctie is ook niet zonder gevaar. Wouter: „De kans is best groot dat je dan een miskraam krijgt. Dat is gelukkig niet gebeurd.” Corina: „En dan moet je na zo’n punctie ook nog eens twee weken wachten op de uitslag. Man, ik had ’t niet meer.”

Dansen

Uiteindelijk is daar dan toch het moment dat ze samen dansend door de hut gaan. Niks zwaar gehandicapt kind, hun dochter is kerngezond, zeggen de doktoren nu. Corina: „Bij die eerste test hebben ze per ongeluk zwevende cellen van mij meegenomen in het onderzoek. Daardoor zaten ze er compleet naast. Een enorme opluchting.”

Nou ja: ze moeten de maanden er na nog flink aan de bak om alles in goede banen te leiden. Corina: „Madam dacht na 25 weken al te komen, dus ik heb nog een tijd in ’t ziekenhuis gelegen. Uiteindelijk heb ik het weten te rekken tot negen maanden.”

Wouter: „Het is wel zwaar geweest. Ziekenhuis in, ziekenhuis uit. Moest ik weer halsoverkop van boord omdat het niet goed was met Corina.” Zijn ze er dan nu? Wat Aicha betreft wel. De kleine meid is kerngezond. Een vrolijke lachebek. Heeft ze van haar vader zullen we maar zeggen.’’

Donorlijst

Maar ergens achter de horizon drijft natuurlijk nog steeds die grote donkere wolk. Want die beenmergziekte van Corina, die gaat niet over. Verre van dat.

„Zolang ze het stabiel kunnen houden met die chemopillen doen ze dat. Maar op een gegeven moment lukt dat niet meer. Dan kom ik op een donorlijst te staan. De enige genezing is een beenmergtransplantatie. Ik schat dat het binnen nu en een jaar of vijf wel zo ver zal zijn.”

Quarantaine

Dan begint een nieuwe strijd. Zes weken in quarantaine, een jaar of twee heel vatbaar voor besmettelijke ziektes omdat je weerstand nul is. „De kans op overleven is fifty/fifty. Ik ken iemand die uiteindelijk overleden is aan een simpele blaasontsteking. ”

Goh... En toch vliegen de grappen en de grollen je om de oren bij hen aan tafel. Ze gaan samen lachend door het leven. Wouter: „Tuurlijk blijven we lachen. Je kunt wel gaan zitten janken, maar dat maakt haar niet beter hè? Vrolijkheid overheerst hier.”

Corina: „Heel eerlijk: als ik alleen ben omdat Wouter aan het werk is, dan ben ik er wel eens een beetje depri van. Duurt nooit lang. Ik heb ook veel steun van mijn twee oudere meiden. Erg blij mee.”

Losbol

Wouter de Boer, familieman. Wie had dat een paar jaar terug gedacht? „Hahaha. Nou ik niet.” Corina: „Ik heb ’m getemd.” Wouter: „Ik was altijd een vreselijke losbol. Dat is nu anders.”

Hij heeft zelfs zijn papieren gehaald, is nu schipper. Baas over zijn eigen boot. Week op, week af. De havens van Amsterdam, IJmuiden en Beverwijk zijn z’n werkterrein. „Mooi werk hoor. Ach: de een haalt z’n diploma’s op z’n 21e, ik op mijn 35e. Wat zou ’t.”

En zo nu en dan belt hij dan Corina. ’Kom een paar dagen meevaren’. Legt hij z’n schuit na een dag hard werken in de Minervahaven in Amsterdam. „Loop je zo de Spaarndammerstraat in. Heel gezellig.” Geloof het of niet: hij kan tegenwoordig ook andere steden waarderen. Al blijft-ie in Den Helder het gelukkigst. „Ik heb een bootje gekocht. Vaar ik zomers lekker mee door Den Helder. Dan denk ik: ’beter wordt het niet’.”

Meer nieuws uit Den Helder e.o.

Meest gelezen