Premium

Kierbesluit: als zout en zoet botsen

Kierbesluit: als zout en zoet botsen
De Haringvlietsluizen nabij Stellendam blijven voor het eerst regelmatig langere tijd op een kier staan. Bij het dichten blijft een schuif deels open staan om water door te laten.
© Foto ANP

Nu de sluizen bij het Haringvliet voor het eerst in vijftig jaar weer regelmatig zeewater binnenlaten, wordt er volop onderzoek gedaan naar de gevolgen van dit ’Kierbesluit’. „Dit is uniek. We hebben de poort naar Europa geopend voor heel veel vissoorten.”

De watersnoodramp in 1953 maakte één ding duidelijk: dit nooit meer. De Deltawerken werden in het leven geroepen en het gevecht met de zee vooralsnog definitief in het voordeel van de mens beslist. Het betekende ook het einde van het leven in het Haringvliet zoals we dat tot 15 november 1971 kenden. De Haringvlietsluizen gingen dicht en het unieke deltaleven kwam tot stilstand.

Op 16 januari 2019 komt daar verandering in. De sluizen worden op een kier gezet en het zoute water stroomt voor het eerst in bijna een halve eeuw het Haringvliet in. Van de botsing tussen zout en zoet water is vanaf de kant weinig te merken. Toch zijn de gevolgen enorm, weet ook onderzoeker André Breukelaar van Rijkswaterstaat.

Breukelaar is visexpert en probeert inzichtelijk te krijgen welke vissen het Haringvliet binnenkomen en welke (andersom) het ruime sop kiezen. Het Kierbesluit, waarbij de enorme Haringvlietsluizen nu regelmatig langere tijd openstaan, betekent goed nieuws voor de zwakkere zwemmers.

Glasaaltjes

„Waar de sluizen vroeger overtollig water uit de rivier in zee spuiden en de stroom te sterk was, kunnen glasaaltjes, larven van bot en stekelbaars nu het Haringvliet in”, vertelt Breukelaar. „Voor sterke zwemmers als zeeforel en zalm is het eveneens makkelijker geworden om het Haringvliet binnen te dringen.”

Zendertjes

En dat is precies waar Breukelaar onderzoek naar doet. Via zendertjes in de buik van verschillende vissoorten neemt hij waar hoe deze vissen reageren op de opengestelde sluizen. Het zenderonderzoek wordt uitgevoerd op meerdere vissoorten. Drie locaties in de voordelta werden een aantal jaren bestudeerd. „Wat zit er nu eigenlijk voor vis, wilden we weten. Want een deel van de beesten die je toen aan de buitenkant zag, verwacht je nu ook aan de binnenkant.”

Om dat te meten zijn er in het Haringvliet op de eerste tien kilometer zeven meetpunten aangebracht. Daar wordt vis letterlijk uit het water gehaald zodat kan worden vastgesteld of het hier inderdaad nieuwe bezoekers betreft. Breukelaar: „Daar maken we nu de vergelijking: zien we daar vissen komen die er voorheen nog niet voorkwamen.”

Onderzoeksresultaten over vismigratie zijn er nog niet. Dat is te vroeg. Toch durft Breukelaar wel een verwachting uit te spreken, met name over het vlaggenschip van de Rijn: de zalm.

„Ik verwacht dat er meer jonge zalm naar buiten kan gaan als gevolg van de kier. Want waar de zalm ooit totaal verdwenen was uit de Rijn zijn de afgelopen decennia overal stroomopwaarts vispassages aangelegd zodat hij gebruik kan maken van het hele riviersysteem. Als deze vis het straks weer op eigen kracht redt, hebben we al heel veel bereikt.”

Chris Ververs

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.