Premium

Carillon De Rijp bijna klaar; na 365 jaar straks weer deuntjes uit de toren

1/5

Carillonbouwer worden? Dan is een soepel lijf een eerste vereiste. Een hoogtevrees geen pre. Simon Laudy en Merijn Klugkist zijn geknipt voor het vak. In de toren van de Grote Kerk in De Rijp glippen ze behendig tussen de klokken en balanceren ze op de balken. Eng? ,,Welnee. We zijn wel wat gewend.’’

22 september wordt een bijzondere dag voor De Rijp. Voor het eerst in 365 jaar zal er weer een carillon deuntjes over het dorp uitstrooien. De Rijp had ooit een carillon, maar dat instrument ging verloren bij de grote brand die de kerk in 1654 trof. Beiaardier Christiaan Winter kwam met het idee om een nieuw instrument te laten bouwen; de dorpelingen werden enthousiast en startten een fondswerfactie, die twee ton opleverde.

En nu hangen ze te glimmen op ongeveer 23 meter hoogte: de 43 klokken die Simon Laudy stuk voor stuk heeft gegoten. De kleinste weegt tien kilo, de grootste vierhonderd. In juli zijn ze met een hijskraan de toren in gehesen, door een gat in het dak van de torenspits. Met takels en touwen lieten Laudy en Klugkist ze een stukje zakken. Nu hangen ze aan stalen balken op hun definitieve plek.

Maar er moet nog van alles gebeuren voor het carillon speelklaar is. De speeltafel moet gebouwd en de klokken moeten met kabels aan het klavier worden verbonden. En achter het klavier komt nog een computer, voor de automatische bespelingen elk uur.

Laudy en Klugkist maken lange dagen. Ze logeren in het dorp. Heen en weer rijden vanuit Finsterwolde zou veel teveel tijd opslokken.

Danzig

De Rijp is lang niet hun verste klus. ,,We hebben op dit moment dertien projecten, van Lille tot Danzig en van Den Helder tot Dresden.’’ Carillonbouwers zijn dun gezaaid. In Nederland heeft Laudy slechts één collega. Laudy zit al veertig jaar in het vak, Klugkist is bij hem in de leer, maar hij zit ook nog op het mbo. Nu heeft hij vakantie. Met een grijns: ,,En als Simon me nodig heeft ben ik ben ook wel eens ziek.’’

Het carillon van De Rijp is het grootste carillon dat Laudy heeft gemaakt. Hij is er tweeënhalf jaar mee bezig geweest, maar werkte in die tijd ook aan andere projecten. Het geduld in De Rijp is op de proef gesteld, want de ingebruikname moest een paar keer worden uitgesteld. Fré Harmsen van stichting Carillon De Rijp. ,,Maar we hebben er geen punt van gemaakt. Het gaat erom dat het goed voor elkaar komt. En het instrument is hier nu voor de eeuwigheid.’’

,,Er zit veel denkwerk in’’, zegt Laudy. ,,Alles in de toren is ongelijk. Het is schots en scheef. En in die ruimte moet je 43 klokken hangen en moeten 43 kabels lopen om de klokken te laten klinken. En geen kabel mag een ander kruisen. Daar ben ik dus de hele tijd mee aan het puzzelen. Alles opmeten; driedimensionaal denken en het hoofd er goed bij houden. En hoe vaak je niet een telefoontje krijgt als je alles hebt uitgepuzzeld. Dan hang ik op en denk ik: waar was ik ook alweer gebleven.’’

De klokken zijn bijna allemaal geadopteerd. Dorpelingen die de portemonnee trokken voor de actie hebben hun naam in reliëfletters op een van de klok staan. ,,Kijk Fré’’, wijst Laudy, ,,dit is jouw klok.’’ Fré en Janny Harmsen staat er op. Zo gaat dat bijna altijd. Laudy: ,,Nieuwe klokken voor carillons worden altijd op die manier gesponsord. Er gaat bijna geen klok anoniem bij ons de deur uit.’’

Leem en zand

Op het stemmen van de klokken na heeft Laudy het hele maakproces in eigen hand. Hij giet de klokken ook zelf in zijn werkplaats in Finsterwolde. Hij maakt mallen van leem en zand. Brons is bij 1100 graden vloeibaar, dus de ketel moet hoog opgestookt. De grootste klok van De Rijp goot hij in 2017 ter plekke aan de voet van de kerktoren. Op 1 april was de bedoeling, het werd 2 april, een halve minuut na middernacht.

Harmsen: ,,We zaten met een heel gezelschap van de gemeente in de kerk en om acht uur ’s avonds zou het gebeuren. Maar het opwarmen van het brons duurde langer dan Simon had ingeschat. In zijn werkplaats gebeurt dat onder gecontroleerde omstandigheden, hier had de wind vrij spel. Dus het werd een lange avond. Maar iedereen heeft gewacht.’’

In de toren fixeren Laudy en Klugkist de stalen balken waar de klokken aan hangen met een dikke kabel. Als het tien uur is, slaat de grote klok. Op een halve meter afstand is dat oorverdovend. Nog even en hier gaat een carillondeuntje aan vooraf. Of hij zelf wel eens wat speelt? ,,Ja hoor’’, zegt Laudy. ,,Ik ken een paar akkoorden, ik speel altijd wel iets. Maar dat is mijn vak niet hè. Dat kan Christiaan veel beter.’’

Connie Vertegaal

Meer nieuws uit Alkmaar

Meest gelezen