Premium

Brieven van zeelieden aan thuisfront pas na bijna 240 jaar onder Texelse ogen

Brieven van zeelieden aan thuisfront pas na bijna 240 jaar onder Texelse ogen
Enveloppe van een brief uit 1780, geschreven in Caribisch gebied.
© Afbeelding uit collectie Historische Vereniging Texel
Oudeschild

’Eerwaarde en beminde vrouw en kinderen’. Zo begint de Texelse koopvaardijschipper Simon Vaartjes in 1780 in de haven van Sint Eustatius een brief aan het thuisfront. Zijn woorden zouden Den Hoorn nooit bereiken. Door een roerige reis belandde de brief in een Engels archief. Ineke Vonk uit De Koog dook de brief op.

Als stuurman vertrok Simon Vaartjes op 2 mei 1780 met het schip De Nicolaas & Jan vanaf de Rede van Texel. De bestemming was Sint Eustatius, via Bordeaux. Onderweg naar het Caribisch gebied gebeurde er van alles. Dorpsgenoten Aarjen Klok en Jan Luijt behoorden ook tot de bemanning.

Brieven van zeelieden aan thuisfront pas na bijna 240 jaar onder Texelse ogen
Aan Cornelis Klok in Den Hoorn, van zoon Aarjen vanuit Sint Eustatius.
© Afbeelding uit collectie Historische Vereniging Texel

Ook brieven van Klok en Luijt aan familie in Den Hoorn kwamen terecht in The National Archives in Londen. Bijna 240 jaar later kreeg Ineke Vonk-Uitgeest (58) ze onder ogen. Over de roerige reis van de Texelaars en hun brieven schreef zij een artikel voor de Historische Vereniging Texel. ’Veel gedoe met die Engelsen ...’ heet haar verhaal in het nieuwe verenigingsblad.

Brieven als buit

Om de originele brieven - compleet met enveloppe - te zien, hoefde Ineke Vonk niet naar Engeland. Ze vond de pennenvruchten op internet. Op de site www.brievenalsbuit.int.nl staan 40.000 Nederlandse brieven die ooit in Engelse handen zijn gekomen en jarenlang onder het stof hebben gelegen. Ze komen uit de periode tweede helft zeventiende eeuw tot begin negentiende eeuw. De website ’brievenalsbuit’ is te danken aan de Leidse Universiteit.

Brieven van zeelieden aan thuisfront pas na bijna 240 jaar onder Texelse ogen
Brief van onderstuurman Aarjen Klok die zijn ouders nooit zou bereiken.
© Afbeelding uit collectie Historische Vereniging Texel

Als authentieke bronnen gaven de Texelse brieven Ineke Vonk persoonlijke informatie uit de eerste hand. Een schat aan feitelijke gegevens over de gedenkwaardige reis van De Nicolaas & Jan - compleet met kapers en een orkaan - bood bovendien een akte uit 1781. Oud-Hoornder Dirk Pauw gaf op 10 juli van dat jaar deze akte af bij notaris Willem Dekker in Amsterdam. Pauw beschrijft hierin de gebeurtenissen van de tocht. Het verslag is bewaard gebleven.

Matroos

Dirk Pauw - van Texel verhuisd naar Amsterdam - was de kapitein van De Nicolaas & Jan. Het schip voer uit met veertien bemanningsleden. De Texelaars waren 27 jaar (Simon Vaartjes, stuurman), 20 jaar (Aarjen Klok, onderstuurman) en 18 jaar (Jan Luijt, matroos). De koksmaat kwam uit Harlingen, de andere bemanningsleden uit Duitsland.

Als enige van de drie Hoornders was Simon Vaartjes getrouwd. Zijn vrouw Saartje Smit was bij vertrek zwanger van hun tweede kind. Dochter Janke was toen anderhalf. Aarjen Klok en Jan Luijt waren vrijgezel. In Bordeaux kreeg het schip zijn lading.

Volgeladen werd koers gezet naar Sint Eustatius. Het eilandje was sinds 1636 Hollands bezit. De lading bestond onder meer uit 520 oxhoofden wijn, 42 kisten wijn, 690 dozijn neteldoeken en 300 vaten meel. Een oxhoofd is ongeveer 240 liter.

Brieven van zeelieden aan thuisfront pas na bijna 240 jaar onder Texelse ogen
De haven van Sint Eustatius, in 1780 de bestemming van het schip De Nicolaas & Jan, met bemanningsleden Simon Vaartjes, Aarjen Klok en Jan Luijt.
© Afbeelding uit collectie Historische Vereniging Texel

Onderweg werd De Nicolaas & Jan twee keer belaagd door Engelse kapers, schrijft Ineke Vonk. Eerst beroofden ze kapitein Dirk Pauw, daarna dwongen ze te varen naar het Engelse eiland Sint Christoffel. Daar lag het schip zeven weken op de rede. De bemanning kon er niets ondernemen.

’Vlugten’

Dankzij een orkaan kon het schip van de reede te vlugten, ten beste en behoud van schip, goed, lijf en leeven. Met aan boord drie prijsmeesters - kapers. Vier bange dagen zwierven ze in de orkaan op de oceaan. In oktober 1780 kwamen ze op de rede van Sint Eustatius ten anker. Nederlands grondgebied, dus de kapers hadden het nakijken. Het lossen kon eindelijk beginnen.

Simon, Aarjen en Jan schreven in de haven brieven naar thuis op 18 en 19 november 1780. Simon klaagt tot Saartje dat Sint Eustatius gruwel duur is, gruwelijk. Voor een oxhoofd water betaalde hij acht tot tien gulden. Hij hoopt dat wij in de maand maart of in ’t voorst van april malkander met liefde moegen ontmoeten. En: Ik tweijffel niet of ik zou een groote verandering in ons kleyne Jankie zien. Simon had zijn dochter al driekwart jaar niet gezien.

Plymouth

De brieven gingen in zakken en kwamen aan boord bij kapitein Jan Rousman. Die zou met de Elisabeth Sophia op 20 november vertrekken. Dit schip nam brieven voor de Republiek mee. Ze kwamen daar nooit aan. Engelse kapers overmeesterden de Elisabeth Sophie in februari 1781. Het schip werd opgebracht in Plymouth. De zakken met brieven werden daar opgeslagen in een pakhuis. Ze kwamen uiteindelijk terecht in The National Archives.

Het duurde bijna drie maanden voordat de lading van De Nicolaas & Jong geheel was gelost. Het opnieuw beladen van het schip ging veel sneller. Begin februari 1781 werd de thuisreis ingezet, met 21 andere koopvaardijschepen. De leiding van het konvooi heeft schout-bij-nacht Willem Kruk met de Mars. Dit schip heeft 68 stukken (kanonnen) en 450 man aan boord.

Brieven van zeelieden aan thuisfront pas na bijna 240 jaar onder Texelse ogen
Het Hollandse schip Mars in gevecht tegen drie Engelse oorlogsschepen, 1781. In het konvooi ook De Nicolaas & Jan, het schip van de drie Texelaars.
© Afbeelding uit collectie Historische Vereniging Texel

Na drie dagen varen werden ze omsingeld door drie Engelse oorlogsschepen. Tegen 166 stukken en 1250 man hadden de Hollanders amper iets in te brengen. De zeeslag was kort maar heftig. De Engelsen dwongen de schepen terug te keren naar Sint Eustatius. Het eiland was ingenomen door de Engelse admiraal George Rodney.

Frans eskader

Met een konvooi van deze admiraal vertrok De Nicolaas & Jan in april 1781 richting Engeland. Onderweg werd het aangevallen door een Frans eskader. De schepen kwamen op 11 mei aan op de rede van Brest, de westelijke punt van Bretagne. De Nicolaas & Jan verdwijnt daarna uit het zicht. Ineke Vonk heeft geen aanwijzingen dat het schip in Holland is teruggekeerd.

Ook is haar niet duidelijk wanneer precies en met welk schip de drie Texelaars zijn teruggekomen. Zeker is wel dat eind juni of begin juli 1781 veel schepen vol mannen vertrokken naar hun thuisland vanaf de Engelse eilanden Sint Eustatius en Sint Christoffel. ’De Engelsen kregen het daar te druk met al die gevangenen’, stelt Ineke Vonk.

Simon Vaartjes, Aarjen Klok en Jan Luijt zullen rond september 1781 weer voet op Texel hebben gezet, vijf maanden later dan per brief aangekondigd. Simon Vaartjes zag voor het eerst zijn dochtertje Lysbeth van bijna een jaar oud. In februari 1784 overleed zijn vrouw Saartje Smit, een zware slag voor Simon. Hij hertrouwde in 1786, met Martje Hertjes Zwart.

Walvisvaarder

Ook over Aarjen Klok en Jan Luijt kon Ineke Vonk aanvullende genealogische gegevens achterhalen. Over Simon Vaartjes schreef zij eerder in het blad van de Historische Vereniging Texel. Vaartjes was ook walvisvaarder. Vonk deed uitgebreid onderzoek naar Texelse walvisvaarders in de achttiende eeuw. Op dit onderwerp studeerde zij af in 2012.

Simon Vaartjes was commandeur. Ook verdiende hij de kost, dat zagen we, als koopvaardijschipper. De laatste jaren van zijn leven was hij in dienst van de VOC.

Meer nieuws uit Schagen e.o.

Meest gelezen