Premium

Serie Uit Beeld: Lola met Lappenbuik en Driedubbele beentjes; bijnamen in het Ouwe Helder

Serie Uit Beeld: Lola met Lappenbuik en Driedubbele beentjes; bijnamen in het Ouwe Helder
De kleine vletterman en redder Coenraad Coster werd de Reus genoemd

Misschien heb ik het mis, maar volgens mij worden bijnamen tegenwoordig veel minder gebruikt dan vroeger. De eerste bijnaam die ik me herinner – het was nog vóór de oorlog – was die van de politieagent Van Laar. Koning Boko noemden ze hem, naar een bekende stripfiguur uit het Handelsblad, waar deze donkere ietwat slungelige agent inderdaad wel op leek.

Jaap Ruiten, m’n buurman in de schoolbank van de vierde klas op de lagere school vond, geïnspireerd door m’n voorletters J.T., Jota wel een goede bijnaam voor mij. Meester Stevenson gebruikte de kreet dat we er weer geen jota van begrepen hadden nogal eens. ’een titel of jota’ was zijn vaste kreet. Zodoende. De letter j, of jota, is de allerkleinste letter van het Griekse alfabet. Vandaar de uitdrukking ’hij snapt er geen jota van’.

Opa

De bekendste figuur uit de Ouwe Helder, de mensenredder Dorus Rijkers (1847-1928), werd opa genoemd. Hij was namelijk nog pas dertig jaar en al grootvader doordat hij op 23-jarige leeftijd was getrouwd met de zestien jaar oudere Neeltje Huisman, weduwe van de vletterman Jan Kuiper en moeder van zes kinderen waaronder de later eveneens als redder bekend geworden Janus Kuiper (1856-1951).

Andere bekende mensenredders uit die tijd waren de Gul, Tabbie en de Gorrel, de drie gebroeders Bakker. De oudste, Cornelis alias de Gul (een jonge kabeljauw) was de minst bekende, Willem de jongste broer, alias de Gorrel, misschien wel de bekendste. Hoe zij aan hun bijnaam gekomen zijn weet ik werkelijk niet. Jacob, de middelste van de broers, werd Tabbie genoemd. Het verhaal gaat dat hij na een geslaagde reddingstocht ook het scheepshondje had gered.

Met het beestje stiekem onder z’n duffelse jas was hij naar het hospitaal aan de Buitenhaven gegaan om de daar verblijvende scheepskok van het gestrande schip te bezoeken. Toen de kok het hondje herkende schreeuwde hij verheugd: Tabbie! Vandaar. Tabbie was een befaamd ponenroker. Toen hij op een keer aan ’t visroken was miste hij op enig moment een aantal ponen. Die had Johan Coster, z’n helper bij ’t roken alvast in zijn zeer wijde broek verborgen. Zo kreeg ie z’n bijnaam Ponebroek. Zijn broer Coenraad, een vrij kleine man, noemde men de Reus. Dat een groenteboer Klapbes genoemd werd, een bloemist Stokroos en de paardenslager Paardepoot is ook verklaarbaar, maar niet bijster geestig.

Zeker niet leuk waren de bijnamen die te maken hadden met een lichaamsgebrek zoals Anne met-de-kruk of de Kromme (Willem Muller), stiefzoon van Tabbie. Kruidenier de Beurs werd de Dikke genoemd, Riechelman de Sterrekijker omdat hij vanwege een vergroeiing in de nek zijn hoofd scheef droeg.

Andere nogal voor de hand liggende bijnamen waren de Korte, de Lange, de Windbuil, de Stille, de Kale, de Rooie! Wel typisch Helders was de bijnaam Jan Snert voor iemand die er een gewoonte van maakte voedselresten te halen bij de marineschepen in de Buitenhaven. Maar wat moet je met de namen als Poedelompie, Gerretje Tetteretet, Lola met de Lappenbuik en Driedubbele beentjes? Zelfs mijn goede vriend Arie Boon, jarenlang voorzitter van de Helderse Historische Vereniging die tot in de afbraakperiode in de Ouwe Helder woonde, kon me daar niet bij helpen. Wie weet zijn er nog lezers die het wel kunnen…

Jan T. Bremer

Meer nieuws uit Den Helder e.o.

Meest gelezen