Premium

Van spoken tot sigarenbandjes in het Volendams museum

1/4
Volendam

Ze hadden de grootste bottervloot van West-Europa en nu de meeste muziekbandjes van West-Europa. Als de overtreffende trap nog niet bestond, had Wim Keizer van het Volendams museum die hoogstpersoonlijk uitgevonden.

Volendam is eigenlijk overal het beste in. Van sigarenbandjes plakken tot garnalen pellen. In Volendammer dracht - ’dé klederdracht van Nederland ’ - loodst Wim lezeressen Hanneke Postmus en Martha Stelling uit Wormerveer voor onze serie In Depot door het museum.

Spokende boer

Bij ieder schilderij heeft hij wel een verhaal. Tot en met de spokende ’boer van Tiet’ die niet in Edammer grond wilde worden begraven. Tot 1862 werden Volendammers nog in Edam begraven. Boer van Tiet overleed een paar maanden voor de Volendammer begraafplaats werd geopend. ,,Hij ging spoken en wilde in Volendamse grond rusten. Toen hebben ze hem ’s nachts opgegraven in Edam en begraven in Volendam’’, vertelt Wim vol overtuigingskracht. Hij is er niet bij geweest, wij ook niet, maar het verhaal is mooi.

Minstens zo mooi als de herkomst van de Volendammers van een deel van de Spaanse vloot van Bossu die bij Hoorn werd verslagen. Die Spanjaarden konden nergens terecht en belandden in Volendam. Later gingen ze terug, maar een keer per jaar begin december kwamen ze naar Volendam terug om cadeautjes naar de kinderen te brengen die ze hier hadden verwekt. En zo is het sinterklaasfeest ontstaan, vertelt een glunderende Wim die dit al eens op een leugenbankje opdiste.

Onder de rokken

Hanneke en Martha hangen aan zijn lippen. Zuigen de informatie op. ,,Volendam stond al lang op mijn lijstje’’, zegt Hanneke die in Zaandijk zelf rondleidingen geeft in het Honig Breethuis. Beide dames zijn zeer geïnteresseerd in textiel. Martha heeft een textielzaak gehad. Ze kent Volendam van tochtjes met de zeilboot. ,,Dan liepen er vrouwen in klederdracht op de haven en kon je vanuit de boot onder de rokken kijken (Volendamse dracht heeft een serie kleurige onderrokken, red.) Dan zeiden de kinderen: Die vrouwen hebben onze gordijnstof aan.’’

Want als textielspecialist (woninginrichting Stelling) had ze alles in huis. De kanten gordijntjes in het museum vindt ze voor Volendamse begrippen een beetje armoedig. Ze herinnert zich nog hoe vertegenwoordigers bij het verkopen van vitrage zeiden dat sommige vitrage die in de zuinige Zaanstreek voor de ramen werd gehangen in Volendam in de schuur hing.

Ja, dan moeten we na de ronde door het museum toch even in het textieldepot neuzen. Dozen vol moffen (in Zuid-Afrika een scheldwoord voor homoseksuelen weet Martha te melden), werkdasjes, rouwdrachtboezels, kraallappen en zelfs wasbaar maandverband wordt hier bewaard. Dat kennen beide dames nog van heel vroeger. Werd aan een tuigje vastgemaakt met knoopjes en het rook niet prettig. Leve de vooruitgang.

Witte priesterkleden, klapbroeken, het kan niet op. Dozen vol. Hanneke denkt dat ze in de verkleedkist is beland en past wat kraallappen (ook kraplappen genoemd) en andere klederdracht. Martha waarschuwt nog dat het rouwkleding is: ,,Je roept het over jezelf af.’’ Maar daar maalt Hanneke niet om. ,,Het is toch hartstikke mooi, moet je kijken.’’

Puntmuts

Heel wat mooier dan de zwarte puntmuts die vrouwen droegen vindt Wim. ,,Mijn moeder had er ook eentje. Dat zag er niet uit. Als je ’s avonds in het donker zo’n vrouw met zo’n zwarte puntmuts tegenkwam, schrok je je wild. Dan verdwenen alle erotische gevoelens als sneeuw voor de zon.’’

Nonnen brachten verandering in de klederdracht laat Wim beneden in het museum zien. ,,De zusters Dominicanessen kwamen in het klooster en gingen de meisjes onderwijzen en leren borduren. Daardoor werd de klederdracht veel kleuriger. Kijk, hier zie je dracht van 1850 die niet zo fleurig is, maar dit is van 1960 en dan zie je dat die veel kleuriger is. De nonnen probeerden de klederdracht ook eenvormiger te maken.’’

Het sigarenbandjeshuisje, daar mogen we niet aan voorbij gaan. Zeven miljoen sigarenbandjes waarvan het eerste deel door Nico Molenaar en daarna door de familie Sombroek werd geplakt tot wandvullende schilderijen. Van Manneken Pis tot Volendamse voetballers, er is van alles in deze aparte sigarenbandjeszaal.

,,Ze gebruikten alleen het hart van het sigarenbandje. Zoiets zou nu niet meer kunnen. Geen mens rookt er meer sigaren toch? De mensen die dat deden, zijn nu zelf de sigaar en liggen in de tuin van mijnheer pastoor.’’

Geen koffiekopje of visnet en Wim vertelt er het Volendammer verhaal bij. Toch doet hij af en toe alsof het vissersdorp weinig historie heeft. ,,Edam dat is wel duizend jaar ouder. Daar kun je oneindig over vertellen. Volendam heeft niet zo veel geschiedenis, misschien maar tweehonderd jaar.’’ Hanneke: ,,Als je tweehonderd jaar bestaat, heb je toch ook geschiedenis? Als je tegen Amerikanen over tweehonderd jaar geschiedenis vertelt, vinden ze dat fantastisch.’’

Properheid

Toch had Volendam een probleem met gevoel voor historie. Daar kwam de Volendamse properheid en zucht naar nieuwe dingen bij. ,,Alles wat oud was werd in de zooibak gegooid. Ze gooiden graag alles weg om weer met iets nieuws te beginnen. Als ze bij elkaar op visite komen en iets zien dat ze nog niet in huis hebben, dan komt je vrouw thuis en zegt: ’Wat ik nou zien heb, moe’k ook hebbe’. Dat is met interieur zo, maar ook met kleding. Ze lopen liefst in de nieuwste en duurste merken.’’

Toch lokte de Volendamse armoe de schilders ’met duizenden’ om authentieke landschappen en portretten te schilderen. Naar hotel Spaander waar drie dochters aan artiesten bleven hangen. Schilderijen gingen de hele wereld over en komen nu weer terug zoals twee recente aankopen uit Italië. Soms praat Wim schilderijen los uit een erfenis om ze aan het museum te schenken.

De collectie van A-schilderijen bestaat uit 211 stuks met een gezamenlijke waarde van ruim 670.000 euro, vertelt conservator Wout Dolman. Zijn Amsterdamse tongval verraadt direct dat hij ’niet van hier hier’ is. Maar zoals Wim zegt: ,,Volendammers, Amsterdammers en Urkers kunnen in één zak.’’

Wout is een ervaren schilderijenrestaurator en is in 1993 in Volendam komen wonen. Heeft de hele collectie inmiddels keurig geregistreerd en beoordeeld. ,,Zoveel schilderijen over een onderwerp is een unicum. Maar wat ze waard zijn? Wie wil er allemaal een portret van een man met bontmuts en een pijp in zijn mond aan de muur... Hier is dat veel waard.’’

Hij heeft nummer 00150 voor ons uit de kluis gehaald. Een enorm doek, geschilderd door een Griek: Papasogloz. Het recreatiegebied Slobbeland in vroeger tijden. De waarde schat hij op 1500 euro.

,,Maar hier in de Volendamse context is het qua cultuurhistorie veel meer waard. Behalve onbekende schilders had je hier ook namen als Adri Bleijs (die betaalde de bakker met schilderijen) Willy Sluiter en George Hering. De kunstschilders kwamen uit alle windstreken.’’ Om met Wim Keizer te spreken misschien kwamen hier wel de meeste kunstschilders van heel West-Europa.’’

Meer nieuws uit Waterland

Meest gelezen