Premium

Hannah van Wieringen: Genoeg

Hannah van Wieringen: Genoeg

De stilte in het Steigerwald is wat overweldigend. We wandelen op een paadje richting Wotansborn. Echt een paadje kun je het niet noemen, maar we vonden een houten latje met verweerde letters erop en een pijl. We weten ook niet precies wat die ’born’ inhoudt, maar we hebben van de pensionhoudster in Eschenau begrepen dat we hier moeten zijn. We proberen de tekens van levens die kunstenaar herman de vries achterliet in het woud te vinden.

Op enkele rotsen heeft hij kleine letters uitgebeiteld, sommige met goudverf ingekleurd. De kleine hond draaft voor ons uit. Het is een zeer opgetogen gedraaf. Af en toe checkt ze even in. Ze kijkt achterom en lijkt te zeggen: ’Ja? Humans, zijn jullie er nog? Wel een beetje op tempo blijven, hè’. We zijn traag, onder de indruk van de stilte, die je wel gewijd zou kunnen noemen, als je zin zou hebben je wat moeilijk grijpbare gevoelens met iets te grote woorden te duiden.

Op de heenweg hebben we na de laatste werkdingen veel muziek geluisterd, hard ook, hard meezingen ook. We hebben langs de voortrazende Autobahn boterhammen gegeten, de laatste mails nog uit de auto verstuurd. En nu staan we hier dus in het kraakstille woud in Zuid-Duitsland. De Wotansborn blijkt een kleine bron die omlijst wordt door een beeld uit 1921. Jugendstil-achtig, een vrouwengezicht met vloeiend haar omlijst. We klauteren omhoog naast de bron en kijken om ons heen. Nergens rotsen, nergens tekens van mensenleven. Woud en stilte. Of toch, daar, een geïmproviseerde jagersstoel, verlaten. We dwalen verder over een stuk grasland. Midden door het grasland loopt het beekje dat uit de bron voortkomt. Wat je kunt zien aan het riet en de lissen die als een lint door het gras opschieten. We gaan de bosrand aan de overkant weer in. De letters vinden we niet. Wel een oude heer en een oude dame met identieke stoffen petjes en manden om hun onderarm. Ze kijken wat argwanend. Maar smelten als de hond in beeld komt. We vragen naar de letters. Die hebben ze nog nooit gezien. Gelukkig, verzucht de vrouw, we dachten al dat jullie onze geheime paddenstoelenplek hadden ontdekt. We lopen langs een zonnebloemveld richting het dorp. Dan vinden we een paadje er dwars doorheen. Als je door een zonnebloemveld loopt is het best moeilijk om niet lyrisch te worden. Bij een bankje verderop vinden we een grote zonnebloem, die voor de helft is leeggeplukt. Het ziet er een beetje uit als een misdrijf. We knagen op de pitjes. De kleine hond snuffelt eraan.

Terug in het pension serveert Guntha Käseteller met koude biertjes. Je zit in een Biergarten of niet. Morgenochtend maar in een ander stuk woud zoeken, meer links van de bron. Haar zoon heeft er van gehoord. Tegelijk begint de gedachte te dagen dat we de letters misschien niet met onze eigen handen gaan aanraken. Ik overweeg of het genoeg is om in ze te geloven.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.