Column: hoe sport kan ontroeren

Het verbroedert, wordt vaak gezegd. Maar wat ik ook zo mooi vind aan sport, is hoe het kan ontroeren. Epke Zonderland, Pieter van den Hoogenband, Daphne Schippers, Maarten van der Weijden, Ireen Wüst. Ze hebben er allemaal al eens - of vaker - voor gezorgd dat ik juichend in de huiskamer stond. Tijdens de Olympische Spelen steekt dan ook nog een ongebreideld chauvinisme de kop op. Waardoor zelfs sporters waar ik voor de start van het toernooi nog nooit van gehoord had me aan de buis gekluisterd houden. Een springruiter die goud pakt, een handboogschutter die bijna een medaille wint, waterpolosters die het tot de finale weten te schoppen. Kippenvel.

Maar het zijn niet alleen mooie, uitzonderlijke of onverwachte prestaties die emoties los kunnen maken. Een paar maanden geleden zat ik op de tribune bij een oefenwedstrijd van het Nederlands vrouwenelftal, in voorbereiding op het WK voetbal in Frankrijk. Kijkend naar al die duizenden toeschouwers raakte het me opeens. Hoe mooi het is dat ook zij nu eindelijk de erkenning krijgen die ze verdienen.

Deze week wordt er weer geschiedenis geschreven. Voor de eerste keer wordt de strijd om de Europese Supercup - tussen de winnaars van de Champions League (Liverpool) en de Europa League (Chelsea) - door een vrouw gefloten. De Française Stépanie Frappart heeft woensdag de primeur.

Het zal Shona Shukrula sterken in háár motivatie. De sympathieke Alkmaarse, die al flinke stappen gemaakt heeft in het mannenvoetbal, droomt ervan om de eerste vrouwelijke scheidsrechter in de eredivisie te worden. Als het zover is, zit ik op de tribune. Met een brok in mijn keel.

Meer nieuws uit West-Friesland

Keuze van de redactie

Lees hier de digitale editie



Volg ons