Premium

Oud-marineman schrijft boek over mijnenjagers van Alkmaar-klasse

Oud-marineman schrijft boek over mijnenjagers van Alkmaar-klasse
De omslag van het boek.
Den Helder

„De mijnenjagers van de Alkmaar-klasse functioneren uitstekend. Ze vormen al meer dan dertig jaar de kern van de Mijnendienst”, zegt oud-marineman Bob Roetering. Zijn boek over de jagers is net verschenen.

Halverwege de jaren zeventig besloten Frankrijk, België en Nederland samen een nieuw type mijnenjager te bouwen. De samenwerking werd Tripartite genoemd naar drie partijen.

Roetering: „Het was een revolutionair ontwerp met een romp van polyester. Er was maar één Nederlandse werf die de opdracht aandurfde: Van der Giessen-de Noord. In Alblasserdam werd een enorme hal gebouwd voor het project. De werf nam een groot risico, maar het is allemaal goed uitgepakt.”

In totaal werden er door de drie landen veertig schepen gebouwd. Nederland nam met zeventien stuks de meeste jagers voor haar rekening. Twee daarvan waren bestemd voor de export naar Indonesië.

In 1983 kwam Hr.Ms. Alkmaar als eerste schip in dienst van de Koninklijke Marine. In 2000 werd de Alkmaar samen met twee andere echter alweer uit dienst gesteld en overgedragen aan Letland. In 2002 ondergingen nog twee jagers hetzelfde lot vanwege bezuinigingen.

„Eeuwig zonde”, zegt Roetering, die vindt dat de marine kapot gemaakt is door ’onverantwoorde bezuinigingen’. Zeker toen van de tien resterende mijnenjagers in 2011 opnieuw vier schepen werden geofferd, omdat Defensie een miljard euro diende te besparen. Een groot deel van zijn loopbaan heeft de auteur bij de Mijnendienst doorgebracht. Van 1988 tot 1993 was Roetering er commandant.

Op zijn werkkamer heeft de Nieuwedieper vele tientallen mappen met informatie over de schepen van de Mijnendienst staan.

Per schip houdt hij daarin alle historische informatie bij. Dit archief vormt de basis voor de uitgave van Lanasta over de Alkmaar-klasse. „Het boek is vrijwel geheel in kleur en ik heb zoveel mogelijk de menselijke verhalen centraal proberen te stellen”, zegt de auteur.

In 1988 werden voor het eerst sinds de Korea-oorlog twee Nederlandse mijnenjagers, de Maassluis en Hellevoetsluis, naar een oorlogsgebied gezonden: de Perzische Golf.

Roetering had in Den Helder de logistieke leiding over de inzet: „Binnen twee weken moesten we de schepen naar de Golfoorlog zien te krijgen. Dat was ongelooflijk snel. De schepen zijn er een jaar gebleven. Tussentijds zijn nieuwe bemanningen in gevlogen. Dat ging prima, omdat alle mijnenjagers hetzelfde waren.”

De schepen werden ingezet bij Joegoslavië en in 2011 waren mijnenjagers de enige beschikbare schepen voor inzet bij Libië. Naast deze wapenfeiten belicht de auteur alle facetten van de klasse. Behalve de gegevens van de schepen en de werkwijze komen de technische aspecten, de gebruikte systemen en de geschiedenis aan bod.

Hij is blij dat het besluit genomen is om nieuwe mijnenjagers te bouwen: „Ik kan me ergeren aan negatieve reacties op het feit dat de Franse Naval Group deze stalen schepen gaat bouwen. De ervaring met de Alkmaar-klasse wijst uit dat ook met Franse inbreng kwaliteit in huis te halen is.”

Het boek ligt vanaf 22 juli in de boekhandel. Het is nu echter al te koop bij het Marinemuseum.

Meer nieuws uit Den Helder e.o.

Meest gelezen