Premium

Leven van Hilversumse pastoor is eeuwig verbonden met MH17: ’Ik heb nog nooit zoveel verdriet gezien’

Leven van Hilversumse pastoor is eeuwig verbonden met MH17: ’Ik heb nog nooit zoveel verdriet gezien’
Pastoor Jules Dresme ontvangt in ’zijn’ Hilversumse Vitus-kerk opnieuw nabestaanden van MH17.
© Foto Aldo ALLESSIE
Hilversum

Met vijftien slachtoffers is Hilversum diep geraakt bij de ramp met vlucht MH17. De eerste grote herdenking vond vijf jaar geleden plaats in de Sint Vituskerk van pastoor Jules Dresmé. Zijn leven is sindsdien onlosmakelijk verbonden met de tragedie. „Ik dacht wel: we gaan hier niet staan bidden. Kom op zeg. Daar zit niemand op te wachten.”

De pastoor woont naast zijn kerk. Voor de oude pastorie werden maandag traditiegetrouw vijftien zonnebloemen geplant. Voor elk slachtoffer een. De oorspronkelijke zaadjes komen uit het veld waar het vliegtuig neerstortte. Door een journalist meegebracht in een potje. Door een Hilversumse teler opgekweekt.

„Dat was nog spannend”, memoreert de pastoor. „Die zaadjes waren in slechte conditie. De mensen van het tuincentrum hadden er stress van of die bloemen het wel zouden redden.”

Lees ook: Burgemeester en pastoor planten zonnebloemen bij Vituskerk in Hilversum voor MH17-slachtoffers

Het is een detail in een stortvloed aan herinneringen van vijf jaar leven met MH17. Een leven dat door de ramp voorgoed veranderde. „Maar het gáát niet om mij”, roept de pastoor bijna uit. „Het gaat om hen die iets gruwelijks hebben meegemaakt. Zoiets waanzinnigs als het uit de lucht schieten van een vliegtuig.”

Een maand na de ramp vindt in Hilversum de eerste landelijke herdenking plaats. Een stille tocht waarin duizenden mensen in het wit meelopen.

Eindbestemming is zijn kerk waar televisiecamera’s een intens verdrietige herdenking registreren. Dresmé mag niet meelopen van burgemeester Broertjes. Hij moet nabestaanden in het zaaltje achter de kerk opvangen.

Kerk vol

Dresmé noemt die dag ’een klein trauma’ en schiet vol als hij er aan terugdenkt: „Ik heb nog nooit zoveel verdriet gezien als toen. Zeker tweehonderd nabestaanden kwamen hier binnen”, gebaart hij. „Ondertussen stroomde de kerk vol. Achttienhonderd mensen namen plaats op de banken. En toen moest het nog beginnen.”

En nu is het ’ineens’ vijf jaar later. Dresmé: „Zou Carlijn geslaagd zijn voor haar examen? En wat voor studie zou Zeger zijn gaan volgen? Het zijn onderbroken levens waar dierbaren nog altijd mee geconfronteerd worden.”

Hij herinnert zich nog elke dag van die eerste maand. Hoe het nieuws hem bereikte. Hoe hij de deuren van de Vitus opende voor alle Hilversummers. Volwassen mannen en vrouwen die huilend in zijn kerk stonden. Vaders met een kind aan hun zijde als versteend op een stoel voor het condoleanceregister.

Huilwerk

Weer schiet Dresmé vol. „Dat gebeurde me toen niet hoor”, lacht hij door zijn tranen heen. „Toen was ik er voor hen, toen had ik werk te doen. Kennelijk is dit achterstallig huilwerk.”

Kort na de ramp zoekt hij contact met de nabestaanden. Vertelt hen over de herdenkingsdienst en wat de bedoeling is. „Ik heb ook aangegeven wat er níet zou komen. Dat we niet zouden gaan bidden. Dat vond ik echt ongepast. Waarom? Omdat heel veel mensen daar niks mee hebben.”

Nog altijd heeft de pastoor goed contact met de nabestaanden van de Hilversumse slachtoffers. Morgen ziet hij hen bij het herdenkingsmonument in de mediastad. En ook daarna bij de landelijke herdenking in Vijfhuizen. „En ’s avonds komen ze bij mij thuis. Dan blazen we hier uit, praten we wat na.”

Nu, na vijf jaar, staat in de kerk voor het eerst weer de tafel met een condoleanceregister. Nog steeds laten mensen een boodschap achter: „Lieverds, we zullen jullie nooit vergeten” en „Rest in Peace”, staan er op een opengeslagen bladzijde.

Afgelopen zondag noemde Dresmé tijdens de dienst de namen van de slachtoffers. „Ik vind het ontzettend belangrijk om hun namen te noemen. Als je naam niet meer wordt genoemd, dan ben je pas echt overleden. Als niemand meer aan je denkt, ben je weg.”

Meer nieuws uit Gooi

Meest gelezen