Premium

Amerikaanse promovendi watertanden in Noord-Hollands Archief

Amerikaanse promovendi watertanden in Noord-Hollands Archief
Mandi Faulkner bestudeert de originele ’vuilbrief’.
© Foto United Photos/Paul Vreeker
Haarlem

Ze wist dat ze bestonden. Maar Mandi Faulkner had niet gedacht ooit een originele ’vuilbrief’ onder ogen te krijgen. De 23-jarige doctorandus uit New York kon haar geluk dan ook niet op gistermiddag tijdens een bezoek aan het Noord-Hollands Archief in Haarlem.

Faulkner maakt deel uit van een groep van dertien afgestudeerden van verschillende Amerikaanse universiteiten die in het kader van hun Summerschool bij de Universiteit van Amsterdam een dagje Haarlem doet. Beginnend in de Gravenzaal van het stadhuis, waar ze door voormalig geschiedenisstudent (en burgemeester) Jos Wienen welkom worden geheten. Aan het eind van de middag zijn ze te gast in het Frans Hals Museum.

Het interessantste deel van de dag vindt tussendoor plaats, in het Noord-Hollands Archief. Want de promovendi doen stuk voor stuk onderzoek naar Nederland in de Gouden Eeuw en daarover valt genoeg te vinden in de vestiging aan de Jansstraat.

Zoals de ’vuilbrief’ uit 1660. Een document dat lijders aan de gevreesde pest officieel toestemming gaf om te bedelen. Een keuring bij het Pest-, Dol- en Leprooshuis aan de Schotersingel (het huidige Museum van de Geest) was nodig om zo’n felbegeerde vrijbrief te bemachtigen. Sommige lieden veinsden zelfs de pest om onder het bedelverbod in de stad uit te komen. ,,Fantastisch om zo’n document te kunnen zien’’, vertelt Faulkner.

De studenten krijgen een rondleiding van Klaartje Pompe (hoofd publiek) en conservator Alexander de Bruin. Die geven uiteraard in het Engels uitleg, maar dat is voor de meeste studenten helemaal niet nodig. Ze beheersen de Nederlandse taal namelijk heel behoorlijk. Niet omdat ze daar in de Verenigde Staten nou zo goed mee uit de voeten kunnen, maar omdat ze voor hun promotie-onderzoek goeddeels afhankelijk zijn van Nederlandstalige bronnen.

,,Zo kan ik ook goed de Brieven als Buit lezen van de Universiteit van Leiden’’, legt Faulkner uit. ,,Die brieven van Nederlandse opvarenden van schepen uit de zeventiende eeuw zijn allemaal gedigitaliseerd.’’

Ook het Noord-Hollands Archief heeft veel in een beeldbank gestopt, vertelt conservator Alexander de Bruin aan de groep. ,,Van de twee miljoen afbeeldingen zijn er 300.000 van onze website te halen. Mochten jullie specifiek iets zoeken wat niet in de beeldbank zit, dan kunnen jullie me altijd een mailtje sturen.’’ De visitekaartjes van De Bruin worden gretig aangepakt.

Voor Amerikaanse promovendi is het Noord-Hollands Archief als een snoepwinkel met een oneindig assortiment. Zo laat Klaartje Pompe het dikke notariële boek zien waarin Vlamingen aan de hand van voorbeelden hun manier van katoen weven hebben vastgelegd. De iPhones van de jongeren flitsen over de lapjes stof heen.

Met dezelfde trots toont Alexander de Bruin de verkoopakte uit 1808 van Paviljoen Welgelegen, het huidige provinciehuis. Verkoper was de Amerikaans/Amsterdamse bankier Henry Hope. De nieuwe eigenaar was Lodewijk Napoleon, de man die twee jaar eerder door zijn broer tot koning van Nederland was benoemd.

Maarten Brock - hoofd bedrijfsvoering van het Noord-Hollands Archief - vergezelt de groep de hele dag. Het is een dankbare taak. ,,Het gaat het voorstellingsvermogen van Amerikanen te boven als ik vertel dat het stadhuis uit 1350 komt. En ze vinden de Grote Markt net een zeventiende eeuws schilderij. Terwijl wij als Haarlemmers helemaal niet meer zien hoe mooi het eigenlijk is.’’

Meer nieuws uit Haarlem

Meest gelezen