Premium

Opinie: Slager keur je eigen vlees niet

Opinie: Slager keur je eigen vlees niet
’Regelmatig manipuleren coaches turnsters door mentale beïnvloeding, waaronder schreeuwen, machtsspelletjes en afrekenen.’
© Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen

Een veilig sportklimaat in het turnen (b)lijkt moeilijk te borgen. Marco Knippen, sport- en onderzoeksredacteur van deze krant, roept op tot een aanpak waarbij de slager per saldo niet het eigen vlees keurt.

Een turnleven dat als strafkamp aanvoelde. In 2011 repte de ’gouden generatie’, onder wie Renske Endel, de vice-wereldkampioene op brug een decennium eerder, van ’jarenlange fysieke en mentale intimidatie als trainingsmethode’. Het schrikbewind veroorzaakte trauma’s.

Voor de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU) waren de schrijnende ontboezemingen waarmee de ’gouden generatie’ naar buiten trad aanleiding om een onderzoek naar het (sub)topsportklimaat in het vrouwenturnen te laten verrichten. Doel was niet alleen de situatie in kaart te brengen, maar ook maatregelen te treffen om tot een veilige sportomgeving te komen.

De schets in het rapport ’Turnonkruid: gemaaid maar niet gewied’ onderstreept de ernst. Uit die analyse blijkt dat, schrijven de onderzoekers, dat ’de mening van turnsters er niet toe doet en dat een afhankelijkheidsrelatie wordt gecreëerd’. „Mondigheid of tegengas geven wordt als lastig gezien. Dit geldt niet alleen hoe coaches naar turnsters kijken, maar ook hoe coaches over de omgang met ouders en verenigingsbestuurders spreken. Gehoorzaamheid staat centraal.”

Drie omgangsvormen zijn daarbij, aldus het verslag, dominant: isoleren, reguleren van het lichaam en intimidatie. Het isoleren vertaalt zich in ’gesloten sessies, gebrek aan vriendschappen buiten de sport, een zwijg- en vergeldingscultuur’. „Turnsters blijken niet in staat te vertellen dat ze zich geïsoleerd voelen en kunnen ook niet (door)vertellen wat er gebeurt in hun geïsoleerde positie, daarvoor kunnen ze bestraft worden door de coach. Buitenstaanders, zoals bestuurders, hebben daar vaak weinig zicht op en erkennen de macht die ze aan coaches geven. Ook ouders worden vaak buitenspel gezet.”

Machtsspelletjes

Coaches proberen er alles aan te doen om de meisjes ’niet alleen emotioneel, maar ook fysiek klein te houden’. „Regelmatig, maar op onvoorspelbare wijze manipuleren deze coaches turnsters door mentale beïnvloeding, waaronder schreeuwen, machtsspelletjes en afrekenen. De meisjes hebben geleerd om het gedrag te normaliseren.”

Bondsbestuurders zijn, zo wordt gesteld, met een dilemma opgezadeld: het belang van het kind versus de wens om op internationaal niveau te presteren. Een netelig vraagstuk dat, refererend aan de ambitie van overkoepelend orgaan NOC NSF om tot de beste tien sportlanden van de wereld te behoren, een knellend korset blijkt te zijn.

Wie het in 2015 gepubliceerde rapport aan het recent bekend geworden grensoverschrijdende gedrag (onheuse bejegening, de niet-naleving van medische protocollen, een angstcultuur) aan SV Pax Haarlemmermeer – een van de vier centra voor talentontwikkeling en topsport – koppelt, ziet de paralellen. In de afgelopen jaren getroffen maatregelen om de uitwassen tegen te gaan, hebben geen of te weinig effect gesorteerd. Het klimaat lijkt onveranderd en dat is een veeg teken in een sport waar dertig uur training geen uitzondering is en de trainer bijna als surrogaatouder fungeert. Positief coachen zou dan het vertrekpunt moeten zijn.

Afhankelijkheidsrelatie

De oorzaak ligt niet zozeer in het landelijke toetsingskader, maar in de afhankelijkheidsrelatie van zowel kind, ouder, clubbestuurders, bond als sportkoepel NOC NSF. Ook het ’dossier-Pax’ wekt om die reden argwaan. Na de meldingen van incidenten in 2017 liet de KNGU weliswaar het Instituut Sportrechtspraak (ISR) onderzoek doen, maar het verslag werd niet vrijgegeven en slechts uiterst summier samengevat. Zo kan niet worden vastgesteld welke conclusies nu precies zijn getrokken én welke aanbevelingen zijn gedaan. Slechts de aangeklaagde partij (SV Pax) had volledige inzage. Dat gebrek aan openheid en transparantie, de opdrachtgever (KNGU) betaalde en bepaalde dus wat naar buiten kwam, geeft te denken – omdat sancties (net als eerder) zijn uitgebleven en de incidenten, in tegenstelling tot wat wordt gecommuniceerd, juist duiden op stelselmatigheid.

Met de ’klokkenluiders’ werd weliswaar gesproken en er werd naar ze geluisterd, alleen voelen ze zich niet gehoord. Andere belangen – de status van de club en de positie van de hoofdcoach in (inter)nationaal verband – lijken in deze casus zwaarder te wegen, waardoor het gevoel leeft dat grensoverschrijdend gedrag wordt getolereerd, vergoeilijkt en onbestraft blijft.

Dit overheersende sentiment is in de Nederlandse sport, turnen in het bijzonder, een zeurende pijn. Kritische vragen kunnen worden gesteld bij de autonomie van de instanties die registreren, onderzoeken en recht spreken. Het Centrum Veilige Sport Nederland (de opvolger van Vertrouwenspunt Sport) ressorteert bijvoorbeeld onder NOC NSF, terwijl het ISR (deels) door de sportkoepel wordt gesubsidieerd. Hoe veilig waan je je dan als slachtoffer, als NOC NSF bij het hele proces betrokken is?

Het beeld beklijft derhalve dat per saldo de slager het eigen vlees keurt en naar eigen goeddunken handelt. Loyaliteit aan de trainer, die als de architect voor het gewenste succes wordt beschouwd, ligt dan te nadrukkelijk op de loer.

Om die indruk te ontkrachten is niet alleen betere naleving van strikte gedragsregels een vereiste, maar bovenal extern toezicht en volledig onafhankelijke rechtspraak. Anders is een veilig klimaat, met name in de (sub)topsport, lastig te borgen; een hoge prijs die we als samenleving niet zouden moeten willen betalen.

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.