Premium

Instorten loswal laat zien dat het lastig bouwen is op veen

1/2
Uitdam

Het instorten van de loswal die bij Uitdam werd aangelegd voor de dijkversterking van de Markermeerdijken, laat zien dat bouwen op veengrond een lastige opgave is.

,,Men was altijd al bevreesd voor de geringe draagkracht van het veen. Dat lijkt zo op het eerste gezicht bevestigd door de afschuiving’’, zo reageert emeritus hoogleraar Waterbouwkunde aan de TU Delft Han Vrijling op de gebeurtenis waar waterbouwkundig Nederland zich over buigt.

De oorzaak van de afschuiving, begin deze maand wordt nog volop door de Alliantie Markermeerdijken onderzocht, meldt woordvoerster Ramona Smak. Meer kan ze voorlopig niet kwijt over het incident dat ongetwijfeld voor vertraging gaat zorgen. Bij het instorten van de loswal kwamen veenlagen omhoog. De Alliantie kan nog geen uitsluitsel geven of gedacht wordt aan het aanleggen van loswallen met damwanden er omheen om instorting te voorkomen.

Hoogleraar Han Vrijling deed eerder een beoordeling van de dijkverzwaringsplannen voor het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Daarna schaarde hij zich achter een kritische notitie aan de vaste Kamercommissie voor infrastructuur en Waterstaat waarin staat dat de 500 miljoen euro kostende dijkversterking van de Markermeerdijken de helft goedkoper kan en dat het goed zou zijn de zaak nog eens tegen het licht te houden. De Kamercommissie volgde dat advies niet op.

Dijken op veen

Cor Zwanenburg van Deltares die indertijd het onderzoek leidde naar het bouwen van dijken op veen deed proeven met het zwaar belasten van veenlagen in weilanden bij Uitdam alsof er een dijk op werd gebouwd.

Zwanenburg wil nu niet reageren op het instorten van de loswal omdat hij weinig weet van de gebeurtenis en omstandigheden. Volgens het onderzoek van Deltares (rapport 2012) bleek dat het veen veel sterker zou zijn dan werd gedacht. Al wordt in het rapport Dijken op veen ook gezegd dat ’de gebruikte rekenmethoden geen goedgekeurde ontwerpmethoden voor dijken zijn.’

Achterhaald

Volgens Ramona Smak van de Alliantie is deze zinsnede uit het rapport wat achterhaald. ,,Inmiddels zijn we zeven jaar verder en dat geldt ook voor de technische ontwikkelingen die nooit stil staan. Binnen de Alliantie is de Dijken op Veen methodiek geoperationaliseerd en het is gebruikt bij de ontwerpen van de versterking van de Markermeerdijken.

Criticasters

Er zijn in de waterbouwkundige hoek meer criticasters over de aanpak van de dijkversterking. Zo schrijft Erwin Valentinus Metten (Ingenieur Cultuurtechniek uit Enkhuizen; EVM Land of Watermanagement) spontaan een verhandeling aan deze krant over het graven van de vaargeulen naar de loswallen.

Metten waarschuwt daarin voor ’piping’. Dat is een gevaarlijk fenomeen waardoor water onder de dijk door zou kunnen gaan stromen (de meeste dijken zijn onderaards lek) en grond meenemen waardoor dijken worden ondermijnd. ,,In het ergste scenario kan de dijk doorbreken en dat kan niet de bedoeling zijn.’’ Volgens de Alliantie Markermeerdijken wordt de bodem zeer nauwkeurig onderzocht om dit soort rampscenario’s te voorkomen.

Sediment

De vaargeulen worden 35 meter breed en 3,5 meter diep. Metten berekent dat er 850.000 kubieke meter bagger wordt weggehaald en verwacht dat de dijk hierdoor lek kan raken. ,,Dit slib of sediment bestaande uit fijne grondfracties, ligt hier als natuurlijke afdichting en is in honderden jaren aangevoerd door aanzuigende kwelstromen onder de dijk door.’’

Metten had ooit bemoeienis met ruilverkaveling in Waterland. Hij heeft door persoonlijke omstandigheden geen lange carrière in de waterbouw opgebouwd, maar wel kennis.

Kan waar zijn

Hoogleraar Vrijling over zijn verhaal: ,,Het verhaal van Metten kan waar zijn. Als er voor de dijk een ondoorlatende deklaag ligt en je graaft die weg, is er gerede kans dat je de kwellengte verkort met piping als gevolg. Ik neem echter aan dat de als bekwaam bekend staande aannemer, dit ook weet en dus een verantwoorde graafexercitie uitvoert. Maar de afschuiving van de kademuur strookt daar niet mee, dat moet ik toegeven.’’ De Alliantie Markermeerdijken heeft de plaatsen waar vaargeulen worden gegraven voor de aanlevering van materiaal uitvoerig in kaart laten brengen. Woordvoerster Ramona Smak in een reactie: ,,We weten heel goed hoe de grondlagen in elkaar zitten, want natuurlijk weten wij dat het niet zonder risico is om voor een dijk te gaan gaven. Bij piping komt een waterstroom in beweging die zand meeneemt. Maar de plek bij loswal tien waar we de vaargeul baggeren, heeft een twaalf meter dikke kleilaag waar we maximaal vier meter wegbaggeren. Dan heb je dus nog een acht meter dikke niet waterdoorlatende laag en kan er zeker geen sprake zijn van piping.’’

Meer nieuws uit Waterland

Meest gelezen