Premium

Elf pianisten krijgen in Hoornse Oosterkerk ovatie voor imposant klankbouwsel

Elf pianisten krijgen in Hoornse Oosterkerk ovatie voor imposant klankbouwsel
Twee vleugels en negen piano's worden tegelijk bespeeld in de Oosterkerk.
© Foto Theo Groot

Een concert geheel gewijd aan een enkele componist komt niet zo heel vaak voor. Tenzij natuurlijk een enkel werk zo’n lengte heeft dat dit een geheel concert kan vullen. Componist en dirigent Wietse Stuurman nam het heft in eigen hand door de Oosterkerk af te huren om een staalkaart te geven van zijn compositorisch kunnen.

Een concert met minimal works, zoals op de affiche staat aangekondigd, met als overkoepelende titel Cycling to the Moon. Minimal Music is ontstaan in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw. Een reactie vooral op de ingewikkelde cerebrale seriële muziek van na de tweede oorlog. Minimal Music is inmiddels uitgegroeid tot een populaire tak van de klassieke muziek, dankzij componisten als Philip Glass en later door de filmmuziek van Ludovico Einaudi en in eigen land door Canto Ostinato van Simeon ten Holt, hoewel de laatste zijn werk niet wilde bestempelen met deze term. Niet onbelangrijk is dat het genre een spirituele lading kreeg en in het geval van componist Arvo Pärt gekoppeld werd aan een religieuze ervaring. Zoals ook zaterdag bleek de muziek een breed publiek aan te spreken, van jong tot oud. Directe aanleiding voor het gebeuren was de wens om een nieuw werk uit te voeren voor een wel heel bijzondere bezetting. ’Undecim’, zoals de compositie heet, vraagt maar liefst om elf pianisten. Undecim stond op het programma gepland als laatste werk. Daarvoor kon men kennismaken met ouder werk.

Wietse Stuurman is onder meer dirigent van het door hemzelf opgerichte Lapis Ensemble. Een ensemble van dertien zangleden, dat zich vooral toelegt op het uitvoeren van composities van Pärt en van de dirigent zelf. Zaterdag kwam het Stabat Mater aan de orde, voorafgegaan door het korte The Deers’ Cry. De muziek roept sterke reminiscenties op aan Pärt, ook al omdat hij eveneens een The Deers’ Cry op zijn naam heeft staan. Het Stabat Mater is een vooral meditatieve benadering van het gedicht. Het is geschreven voor zangstemmen en orgel, bespeeld door Hans Weenink, die nauwlettend met elkaar zijn verweven. Het opent met een lang aangehouden diepe orgeltoon waarboven de zangstemmen langzaam uitwaaieren, elkaar minutieus aftastend. Anders dan het begin doet verwachten, kent het werk meerdere muzikale wendingen, al naar gelang de inhoud van het gedicht. Inspiratie is toch vooral geput uit de Renaissance en de Middeleeuwen. Bepaalde melodieën doen herinneren aan het gregoriaans. Ook de opstelling van het koor in cirkelvorm doet denken aan vroegere uitvoeringpraktijken. Enkele malen is er ook ruimte voor een solopartij door tenor Arnoud Nooij, die zich subtiel loszingt uit het geheel. Het werk kreeg een prachtige uitvoering die vooral ook tot zijn recht kwam in de fraaie en weinig galmende akoestiek van de kerk.

Als opmaat tot het gebeuren rond Undecim klonken na het Stabat Mater pianoklanken. Voor de pauze brachten Hans Weenink en de componist het tweede deel van ’Walking over small Peas’. Een werk voor twee piano’s, waarin de titel verwijst naar het meanderen van korte motiefjes als kleine erwten. Na de pauze werd geopend met een ander werk voor twee piano’s: het ’Cycling to the Moon’, waaraan het programma zijn naam ontleende. Overigens zonder dat echt duidelijk werd waarnaar de titel verwijst. Uitvoering was nu in handen van Weenink en Marianne Uyterlinde. Precies en verfijnd spel, maar helaas doen de composities voor twee piano’s niet echt boeien. De muziek is rustgevend, maar de nootjes kabbelen maar door, zonder echt spannend te worden. Het zal zeker aan smaak liggen. Ook Einaudi, waar de muziek sterk tegenaan leunt, kan niet iedereen echt bekoren. Hoe anders was ten slotte het afsluitende ’Undecim’. Stuurman gaat hier een heel andere richting op. Repeterende motieven van twee vleugels, met daar omheen gesitueerde piano’s, stapelen zich op tot een imposant klankbouwsel. Het werkt zowel hypnotiserend als opwindend, gelijk een voortrazende machine. Het wordt na afloop beloond met een overweldigende ovatie. Waarna terecht als toegift nog het laatste deel wordt herhaald. ’Undecim’ verdient waar mogelijk ook elders meerdere uitvoeringen. Op het jaarlijkse festival voor minimal music in Amsterdam bijvoorbeeld.

Meer nieuws uit West-Friesland

Meest gelezen