Premium

Commentaar: Rijksmuseum moet slag slaan met Rembrandts ’Vaandeldrager’

Commentaar: Rijksmuseum moet slag slaan met Rembrandts ’Vaandeldrager’
Marten en Oopjes werden in 2015 door het Rijksmuseum in Nederland en het Louvre in Parijs in gezamenlijkheid gekocht. Voor 160 miljoen euro.
© Rijksmuseum Amsterdam

De prijzen van Rembrandts zitten in de lift. Bood de familie Rothschild vijf jaar terug nog twee Rembrandts te koop aan voor 160 miljoen euro, nu vraagt de steenrijke bankiersfamilie 165 euro voor het doek ’De vaandeldrager’ alleen. Toen ging het om ’Marten’ en ’Oopjen’, door Frankrijk en Nederland in gezamenlijkheid aangeschaft en bij toerbeurt paarsgewijs in de twee landen te zien.

Lees ook: Rijksmuseum heeft 165 miljoen over voor Rembrandt

Het ligt niet voor de hand dat dit unicum bij ’De vaandeldrager’ een reprise krijgt.

Frankrijk legt geen interesse aan de dag voor ’De vaandeldrager’, want de Franse kunsthistoricus Didier Rykner constateert dat de eigenaren het schilderij media vorig jaar voor 165 miljoen aan het Franse ministerie voor Cultuur hebben aangeboden. Dat vervolgens op zijn handen zitten bleef.

Rykner verwacht dat het Rijksmuseum de deal kan sluiten, dat blijkt namelijk bereid de 165 miljoen op tafel te leggen. Een goede zaak, want de uitbreiding van het openbaar kunstbezit met deze Rembrandt is een eenmalige kans.

Geluk bij deze zaak is, zoals ook Rykner droogjes constateert, dat de Fransen geen 165 miljoen op kunnen hoesten met op de straat het aanhoudende rumoer van de ’gilets jaunes’ en nu de rijkste weldoeners van het land hun euro’s al aan de herbouw van de Notre-Dame de Paris hebben toegezegd.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.