Premium

Onderweg: ’Vroeger moest je van jongs af aan hard werken’. Daarom houden Langedijkers Jan (80) en Dirk (bijna 90) het zo lang vol op de aardappelenlandjes

Onderweg: ’Vroeger moest je van jongs af aan hard werken’. Daarom houden Langedijkers Jan (80) en Dirk (bijna 90) het zo lang vol op de aardappelenlandjes

Nog maar een enkel groen twijgje heeft zich tussen de grijze kleibonken omhoog gewerkt, maar over een paar maanden staat het aan de Potjesdam, op de 500 meter hobbytuin van Jan Beemsterboer, vol aardappelplanten.

Goed voor 28 tot 30 kisten à 20 kilo, verzekert Jan. Puike grond, beaamt zijn tuinbuurman Dirk Zijp, ook al jaren aardappelenboer uit liefhebberij. „We geven nagenoeg alles weg”, zegt Dirk. „Of dacht je dat ik dat allemaal zelf op kon?”

De oogst is voor Jan en Dirk van ondergeschikt belang. Het gaat om het buiten zijn, om het gevoel van met je handen in de vette Langedijker klei te wroeten, om de dagelijkse ontmoetingen en de kletspraatjes, die alle kanten uit gaan.

„Ik ben altijd blij als ik hem weer zie”, zegt Dirk, met een gebaar richting de in rode overall gestoken Jan, die een eindje verderop met een schoffel in de weer is. „Dat meen ik ook. Ik ben blij dat ik nog leef. En ik ben blij dat Jan er vrijwel altijd is. Om het praatje. Om de gezelligheid. We helpen elkaar. Jan heeft nog wel eens goede raad, als ik ergens mee zit.”

Voor Dirk is het aardappelland ook een ontsnapping aan thuis, aan de huiskamer waar het zo stil is sinds zijn vrouw twee jaar geleden overleed. „Zestig jaar mooie jaren waren het, waarvan 58 jaar getrouwd. Ik kan haar nog steeds niet missen. Ook daarom ben ik hier. Ik moet eruit, elke dag.”

Jan bewondert Dirk om zijn doorzettingsvermogen. „Hij wordt dit jaar 90. Moet je ’m nog zien schoffelen. We zijn hier met allemaal tachtigers, allemaal mannen die het leuk vinden om hier te zijn. We kunnen het nog. Maar Dirk spant de kroon.”

Twintig jaar geleden ging Jan met met de vut. In het werkzame leven dat er aan vooraf ging was hij internationaal vrachtwagenchauffeur. Overal in Europa kwam hij, van Kreta tot Noorwegen. „Mooie tijd, maar gemakkelijk was het nooit. Als je niet een nachtje door wilde halen voor de baas, kon je opdonderen.”

Jans chauffeursbaan was uit nood geboren. „Ik had een rijbewijs. En toekomst in de tuinderij was er niet. Vroeger moest je. Dat is het grote verschil met tegenwoordig. Er was geen keuze. Armoe troef was het hier. Die tuinderseilandjes brachten vaak te weinig op.”

Dirk zat in de brandstoffenhandel. „Ik bracht de warmte bij de mensen thuis”, zegt hij met een knipoog. „Huis-aan-huis met kolen en briketten. Overal in de Langedijk, behalve in Broek. Dat dorp was iets aparts. Gereformeerden, daar kwam je als jongen uit Zuid-Scharwoude niet. Eén klant had ik er maar. Ik heb het nooit begrepen. Maar goed, die scheidslijn is vandaag de dag ook verdwenen.”

„Dat we het zo lang volhouden op de tuin komt doordat we van jongs af aan hard moesten werken”, meent Jan. „Zodra je lopen kon hielp je op het land. Wij brachten onze schoolvakanties thuis door met boontjes afhalen die voor de conservenfabriek van Peter Verburg waren bestemd. Dat was onze vakantie. Maar iedereen was arm, dat scheelde. Het was niet erg.”

Meer nieuws uit Alkmaar

Meest gelezen