Stiekeme foto’s van vijf donkere oorlogsjaren in Haarlem en Zandvoort

Haarlem

Hoe zag het dagelijkse leven er in de oorlogsjaren uit? Gerda Kurtz (1899-1989) legde de belevenissen van Haarlemmers in deze angstige jaren stiekem vast met haar camera. Haar plotseling weer opgedoken foto-oorlogsalbum is te zien op de website van het Noord-Hollands Archief.

Gerda Kurtz was gemeentearchivaris in de Haarlemse oorlogsjaren. Zij liep met een fotocamera rond en haar foto-album uit de oorlogsjaren is laatst herontdekt in het Noord-Hollands Archief. De foto’s, vaak haastig geknipt omdat fotograferen ten strengste verboden was, geven een beeld van het alledaagse Haarlem in de oorlogsjaren.

Conservator beeldcollecties Alexander de Bruin met het boek met oorlogsfoto’s.
© Foto United Photos/Paul Vreeker

De foto’s, in zwartwit met een gekartelde witte rand en het bescheiden formaat van 6 bij 9 centimeter, geven een gevarieerd beeld van deze donkere tijd. Met binnenmarcherende Duitsers, van het stille verzet van de bevolking, van tot puin gebombardeerde huizen en van het dagelijks leven dat zeker in het begin van de bezetting gewoon verder gaat.

Na het binnenmarcheren van de Duitsers krijgt de bezetting langzaamaan een steeds grimmiger karakter. Joden wordt eerst het leven onmogelijk gemaakt, later worden ze massaal opgepakt en weggevoerd.

Duitse propaganda op de Grote Markt in 1941.

De Duitsers maken door de hele stad propaganda, zoals blijkt uit een foto van de Grote Markt voor de zeges van het Duitse leger met het spandoek ’Victorie, want Duitschland wint voor Europa op alle fronten’.

Een andere foto uit hetzelfde jaar toont het stille verzet in Haarlem tegen de bezettingsmacht. Kinderen maken in de sneeuw in 1941 de naam ’Wilhelmina’, een knipoog naar de vorstin die zich dan in Londen bevindt.

Wilhelmina in de sneeuw.

Duits klinkend

De achternaam van Gerda Kurtz klinkt weliswaar Duits, maar zij was volgens conservator Alexander de Bruin van het Noord-Hollands Archief sterk antifascistisch. Zij verricht een kleine verzetsdaad door het Joodse archief te laten verstoppen in het archief dat toen al aan de Jansstraat zat.

,,Ook stelt zij archiefstukken veilig door deze in een bunker in de Heemskerkse duinen onder te brengen.’’

Bij eventuele bombardementen van de Haarlemse binnenstad blijven de archiefstukken in elk geval bewaard.

Indiase soldaat in Zandvoort in 1943.

Een andere merkwaardige foto is van een jonge Indiase man, die in 1943 in Zandvoort trots de lens inkijkt. De foto doet eerder denken aan een exotische tijgerjacht dan aan een gehate bezettingsmacht.

De mannen van Het Indiase Legioen (’Die Indische Legion’) zijn in Afrika krijgsgevangen gemaakt door de Duitsers. Aangespoord door een Indiase vrijheidsstrijder loopt een kwart van deze Britse soldaten over naar de Wehrmacht. India is nog een Britse kolonie en Indiase soldaten dienen in het Britse leger.

In Zandvoort veroorzaakt de komst van dit legioen opwinding, vooral onder de meisjes en de jonge vrouwen. De Bruin weet een mooie anekdote over deze ’woest aantrekkelijke’ mannen uit India.

,,De Zandvoortse burgemeester laat affiches aanplakken met de tekst: ’Het is in Zandvoort verboden dat vrouwen en meisjes omgang hebben, zich ophouden, zich inlaten of contact zoeken met inlandsche militairen’.

De Duitsers laten de plakkaten direct verwijderen ’wegens belediging van de Wehrmacht’. De meeste Zandvoorters trekken zich van die bezwaren trouwens niets aan.

Een vrouwelijke postbode.

Een andere foto toont een vrouwelijke postbode die haar ronde doet. De plaat verwijst ernaar dat de mannen uit Haarlem worden opgepakt om in Duitsland te werk gesteld te worden. Vrouwen nemen hun werk over. In 1944 moeten alle Haarlemse mannen van 17-40 jaar zich melden voor de arbeidsinzet.

Arbeidsinzet

Zij moeten zich na deze mededeling, die huis-aan-huis is verspreid, de volgende morgen melden en op straat gaan staan met warme kleding, dekens, eetgerei en een brood voor een dag.

Het is de dag na sinterklaasavond, die alle Haarlemmers thuis doorbrengen. Bij deze Sinterklaasrazzia in december 1944 worden tweeduizend mannen gepakt en naar Duitsland gebracht.

Valpalen in Haarlem tegen parachutisten in 1943.

De foto’s tonen ook hoe Duitsland zich tegen de onvermijdelijke Geallieerde invasie wil verdedigen. ’Vestingstad’ Haarlem wordt in gereedheid gebracht tegen een invasie. Tegen parachutisten worden aan de Fonteinlaan ’vangpalen’ neergezet, met prikkeldraad ertussen.

De vangpalen dienden als spiesen: parachutisten die neerkomen, kunnen het niet na vertellen. Ook verrijst bij HFC een ’mauermuur’, een anti-tankwal muur en ook de Hout wordt in gereedheid gebracht voor de strijd door grote stukken bos te kappen.

De fotografe kan pas openlijk haar werk doen, nadat de Duitsers zijn vertrokken. Van de ’aftocht der moffen’ maakt ze ook verscheidene foto’s.

De havens van IJmuiden worden versperd door een afgezonken schip.

In deze meidagen vliegen de bommenwerpers opeens rond met voedselpakketten in plaats van met zware explosieven.

Gerda Kurtz maakt in de meidagen van 1945 een feestelijke foto van de Canadezen op de Grote markt. Hun komst veroorzaakt een volksfeest, vertelt ooggetuige Lieve Bep in Haarlems Dagblad van 1995:

’Toen kwamen de eerste Tommy’s binnen. Bedolven onder bloemen. Het stond zwart van de mensen die met vlaggen zwaaiden, Hoera! riepen, schreeuwden, joelden en huilden. Zo plotseling van geluk over te lopen, dat valt niet mee. Iedereen had een blij gezicht. Wat een oranje! En je vroeg je af: Waar komen al die vlaggen vandaan?’

De oorlog is voorbij en in de laatste beelden van haar fotodagboek legt Gerda Kurtz vast hoe de eerste bevrijdingsfeesten worden gevierd.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Meer nieuws uit Haarlem

Meest gelezen