Premium

Agressieve verslaafde winkeldief krijgt erkenning voor een kapot leven

Agressieve verslaafde winkeldief krijgt erkenning voor een kapot leven
Dossiermappen vol brachten Josafat Jansen na jaren de gerechtigheid die hij zocht.
© Foto Erik Rietman
Krommenie

Josafat Jansen heeft als militair veteraan met het posttraumatisch stresssyndroom een van de hoogste schadevergoedingen ooit gekregen. De erkenning weegt zwaar voor de Krommenieër die zich nu richt op een toekomst als hulpverlener.

Na jaren van armoede heeft Josafat Jansen Sumaj (57) eindelijk geld. Hij heeft nu een mooie auto en een deftig horloge en hij heeft met zijn vrouw een mooie reis naar Indonesië gemaakt. Hij is een ander mens, maar dat komt vooral omdat hij eindelijk de erkenning voelt voor het onrecht dat hem is overkomen.

Er zijn er die Jansen kennen als een agressieve verslaafde winkeldief. Een onvoorspelbare man voor wie je beter een straatje om kon gaan. En dat was hij ook. In de periode van 1982 tot 2008 bracht hij veel tijd door in afkickklinieken en gevangenissen.

De laatste keer werd hij onder narcose van zijn verslaving afgeholpen. ,,Ik kwam thuis en ik werd helemaal gek. Letterlijk gek. Alles kwam naar boven. Flashbacks, nachtmerries, angstaanvallen. Toen wist ik het en ik zei tegen mijn vrouw Rachel: het heeft allemaal met Libanon te maken.’’

In 1980 werd Jansen als 18-jarige militair naar Libanon gestuurd. ,,We dachten dat het een vredesoperatie was. Binnen een week zaten we in een oorlogssituatie met een mandaat dat we niet aankonden. Ik ben doodsbang geweest Vooral toen de loop van een geweer tegen mij aan werd gezet omdat ik een grote mond had.’’

Ook tijdens patrouilles in het aardedonker stond Jansen doodsangsten uit en dat is tot op de dag van vandaag niet over. ,,We waren helemaal verkeerd ingelicht en veel te jong.’’

Terug in Nederland begon Jansen meteen met drinken en gedroeg hij zich agressief. Hij vond werk in het distributiecentrum van Albert Heijn. Na twee jaar ging hij voor het eerst afkicken.

Gevangenis

Vanaf dat moment ging het bergafwaarts. Hij vond een vriendin en trouwde en anderhalf jaar later scheidde hij. Het ging een jaar goed nadat hij zijn huidige vrouw ontmoette.

,,Wij woonden in Zaandam en ik werkte als taxichauffeur en later bij een groothandel. Na het werk gingen we vaak borrelen en toen is er bij mij iets geknapt. Ik bleef dagen en nachten weg, terwijl ik een zwangere vrouw thuis had. Ik ging dealen om aan geld te komen en kwam met politie en justitie in aanraking. Maar in het begin werkte ik wel gewoon. Het lukte om overdag te functioneren. Vanaf de geboorte van onze oudste zoon tot 2000 heb ik wel tien keer in de gevangenis gezeten wegens diefstal en agressie. Ik had geen geld, geen uitkering en een schuld van een ton. We leefden onder bewindvoering van 25 gulden per week. Luiers en babyvoeding jatte ik in winkels.’’

Als hij over die periode praat wordt het Jansen teveel. Hij ziet zichzelf nog naar een dealer in de Bijlmer gaan. Als hij geen oppas kon regelen, nam hij de kinderen mee. Dropte ze in de speeltuin en deed wat hij moest doen.

,,Dat je zover kunt zakken. Iemand deed een keer een zak over mijn kop. Rot op junk, riep hij. En: stinkende zwerver, dat ga je je kinderen toch niet aandoen. En als je kinderen op bezoek komen in de gevangenis, je schaamt je kapot.’’

Handgranaat

In 2008 stapte Jansen binnen bij het Veteraneninstituut met een handgranaat. ,,Ik zei dat ik hem zou loslaten als ik niemand te spreken zou krijgen die mij zou vertellen wat er met mij aan de hand was. Er volgde een gesprek en na vijf minuten was het duidelijk dat het PTSS was. Ik had echt geen idee wat dat betekende. Ik was een van de zwaarste en meest gecompliceerde gevallen.’’

Sinds Jansen weet wat hij mankeert, probeert hij daarvoor erkenning te krijgen. Het draaginsigne gewonden dat de burgemeester hem in 2011 opspeldde was daarin een eerste stap. Op veteranendag 2016 volgde het draaginsigne dat hoort bij de Nobelprijs voor VN-militairen.

Maar ondertussen bouwde hij aan zijn dossier om aan te tonen dat alle ellende van na 1980 te wijten is aan de uitzending naar Libanon. Jansen wilde ook financiële genoegdoening. Niet direct om het geld, maar als de laatste stap van rechtvaardigheid en erkenning en als vergoeding voor het feit dat het een onbezonnen missie was. ,,Ik was een vrolijke jongen voor ik daarheen ging.’’

Jansen pakt er foto’s bij. ,,Kijk eens wat een bolle kop en een vrolijke ogen. Dat was voor ik vertrok. Deze foto is in Libanon gemaakt. Strak smoeltje, mager, een lege blik, op zijn hoede.’’

Er is een derde foto van Josafat tot aan zijn middel in het water. Een bloot lijf vol tatoeages. ,,Die heeft drie jaar geleden in bushaltes gehangen. Ik kwam mensen van de opera tegen die een veteraan zochten voor een opera over vluchtelingen. Ik heb opgetreden in de Meervaart.’’

Verslaving

De grote doorbraak voor Jansens schadevergoeding was het feit dat het Nederlands Rekencentrum Letselschade zijn drank- en drugsgebruik rechtstreeks toeschreef aan zijn PTSS. ,,Mijn advocaat June van Oers heeft dat voor elkaar gekregen met één oud document van het Gak.’’ De ontwikkelingen van de afgelopen maanden zijn nog steeds niet helemaal ingedaald.

Het bedrag dat Jansen overgemaakt kreeg, stelt hem in staat om zijn droom te volgen. Hij wil als ervaringsdeskundige mensen met PTSS bijstaan. De eerste ggz-opleiding heeft hij al afgerond en hij denkt nu om zich te laten scholen als herstelcoach.

Geld maakt niet goed wat er in Jansens leven is gebeurd. Hij heeft geen winst gemaakt. Tegenover het plezier van een bankrekening staan veel meer diepe dalen. ,,Geld maakt nooit goed wat er kapot is. Ik wist toen ik er aan begon niet eens dat het om geld ging. Ik wilde rechtvaardigheid en erkenning, meer niet.’’

Hij heeft geen spijt. Het had anders gemoeten, maar hij zou zo weer op missie gaan. ,,Ik heb er zelfs over gedacht om naar Syrië te gaan. Als ik zie wat Isis doet, dan zou ik daar tegen willen vechten. Nu denk ik er over om er als hulpverlener heen te gaan.’’

Een tweede droom is het schrijven van een boek. Hij heeft dagboeken uit 1980 als inspiratiebron. ,,Als je dat leest, voel je wat ik heb meegemaakt als 18-jarige jongen. En ik maak het nog steeds mee. Die oorlog zit in mijn kop.’’

Meer nieuws uit Zaanstreek

Meest gelezen