Premium

Kasteel en klooster bij Alkmaar na eeuwen weer in beeld dankzij moderne techniek

1/3
Alkmaar

Riet, water, zompig weiland, een basisschool, de aloude kasseien van de Munnikenweg en een eindje verderop de huizen van de Oudorperpolder, gebouwd aan het begin van de jaren tachtig.

Zo stil als het er nu is, zo druk was het hier zes of zeven eeuwen geleden. Dat blijkt niet alleen uit de talloze nota’s, rekeningen en andere vijftiende-eeuwse bureaucratie die vandaag de dag nog nageplozen kan worden.

Ook de nieuwste technieken van bodemonderzoeken wijzen in die richting. Grondradar, magnetometrie, elektromagnetische inductie: het zijn de jongste methodes van bodemonderzoek die een ander licht op de lokale geschiedenis laten schijnen. Geen schep of graafmachine komt er nog aan te pas.

Quad

Afgelopen najaar reed Ferry van den Oever samen met collega Jan de Geus met een quad over de weilandjes tussen de Munnikenweg en de woningen van de Oudorperpolder. In bedaagd tempo. Aan het vierwielige voertuigje was verfijnde apparatuur verbonden waarmee de bodem in beeld kan worden gebracht.

Dat gebeurt vaker. Saricon, werkgever van Van den Oever en De Geus, krijgt de meest uiteenlopende opdrachten als er inzicht wordt gevraagd in wat zich diep onder ons bevindt. Vaak gaat het om oude kabels of leidingen. Soms moeten oude explosieven worden gelokaliseerd.

Dit keer was de gemeente Alkmaar opdrachtgever. Want stadsarcheologen Nancy de Jong en Peter Bitter wilden nu wel eens weten hoe het nou precies zat met het kasteel Middelburg, het daarnaast gelegen klooster van de Karmelieten bij de Munnikenweg en de muren van het Clarissenklooster op het Bolwerk in de Alkmaarse binnenstad. De resultaten van de door Saricon verzamelde gegevens leidden tot lichte opwinding bij Bitter en De Jong, waar het gaat om de Middelburg en het Karmelietenklooster. De interpretatie van de gegevens die op het Bolwerk zijn verzameld, laat nog even op zich wachten.

Herziening

Archeologische vondsten werpen vaker een iets ander licht op de geschiedenis. Ook dit keer, na het grondonderzoek op de terreintjes langs de Munnikenweg. Het beeld van het gebied tussen Alkmaar en Oudorp zoals het er zes eeuwen geleden uitzag is toe aan herziening.

Als de in computerbeeld vertaalde gegevens van Van den Oever en De Geus op oude landkaarten en luchtfoto’s worden geprojecteerd, ziet dat er voor de leek een beetje uit als een kleurrijk abstract schilderij op een klassieke achtergrond.

Maar De Jong en Bitter lezen er de geschiedenis aan af. Uit de projecties op de kaarten en luchtfoto’s van het gebied rond de Munnikenweg concluderen ze dat er veel meer om de Middelburg zat, dan na de laatste opgravingen - in 1942 - werd gedacht.

Ook de ligging van de voorburcht en de slotgracht is anders dan destijds werd verondersteld. Het hoofdgebouw en de voorburcht moeten aan weerszijden van het water hebben gelegen, denken De Jong en Bitter.

De computerbeelden sluiten naadloos aan bij talloze bewaard gebleven schriftelijke bronnen die bekend staan als de ’grafelijke rekeningen’.

De oudste daarvan dateert uit 1343. Het gaat onder meer om rekeningen voor bouwwerken, bestellingen van grote partijen schelpen waarvan kalk werd gemaakt, of grote hoeveelheden turf, de brandstof van toen. Er is een melding uit 1345 dat er speciaal voor de Middelburg zeven ’windase’ werden gemaakt, een primitief soort hijskraan. Er waren rond de burcht ook ’neerhuizen’, eenvoudige overnachtingsplaatsen voor soldaten. Het complex omvatte een ’bakhuys’, een ’bouwhuys’ en een grote turfschuur. Zo ontstaat het beeld dat zich rond het kasteel veel meer bedrijvigheid afspeelde dan tot nu toe werd aangenomen. Vervolgonderzoek moet dat beeld nader uitwerken, zegt De Jong.

Datzelfde geldt voor het onderzoek naar de resten van het Karmelietenklooster. Net als bij Middelburg kan nu worden vastgesteld waar dat klooster precies heeft gestaan.

De Jong: ,,Op oude kaarten heeft de Munnikenweg een ander verloop gehad dan nu. Tot 1870 zat er halverwege een knik in. Dat duidt op bebouwing, anders was die weg wel recht geweest. Bekend was al dat hier ergens het Karmelietenklooster moest hebben gestaan. Bij de bouw van de huizen aan de Stellingmolen in de Oudorperpolder in 1979 werd al rekening gehouden met de mogelijkheid dat er fundamenten van het oude klooster in de bodem zouden kunnen zitten. Men stuitte op de restanten van waterputten, die vermoedelijk tot het klooster hebben behoord. Maar de exacte locatie van de gebouwen konden ze niet vaststellen. Dat kunnen we nu wel. Het is beschermd gebied, we mogen hier niet graven, maar misschien kunnen we met boringen nog meer puzzelstukjes passend maken.’’

Nader onderzoek moet ook duidelijk maken of er een verbindingsweg was tussen Middelburg en Nijenburg, de iets verderop aan de Munnikenweg gelegen dwangburcht, waarvan de fundamenten zijn geaccentueerd met klinkerpaadjes.

Meer nieuws uit Alkmaar

Meest gelezen