Premium

Muzikaal kindersprookje in Kerk van Zuiderwoude

Muzikaal kindersprookje in Kerk van Zuiderwoude
Gijs van Rhijn (35) is de verteller van het sprookje ’Peter en de Wolf’.
© Jan Lenting

Voor volwassenen is een schoenendoos een schoenendoos. Kinderen gaan erin zitten en zien een auto of een boot. ,,Die verbeelding en creativiteit, daar ben ik absoluut jaloers op.’’ Aan het woord is Gijs van Rhijn (35), de verteller van ’Peter en de wolf’ - het klassieke muzikale kindersprookje van de Russische Sergej Prokofjev - dat deze zondag in de Kerk van Zuiderwoude te zien is.

Een hongerige wolf zit achter een eend, vogel en poes aan. Het slimme jongetje Peter weet daar een stokje voor te steken. Elk personage in het stuk is te herkennen aan de eigen melodie. Pianiste Japke Hartog en bassist Ronald Jonker begeleiden het stuk muzikaal.

Van Rhijn, die in 2011 het Leids Cabaret Festival won, is als kleinkunstenaar gewend om ’zonder vierde wand’ te spelen, ofwel direct in contact te treden met het publiek. Spelen voor kinderen deed hij altijd al graag. Als middelbare scholier liep hij als Aartje Twinkel met een sliert kinderen achter zich aan op grote campings. „We zaten eens aan het water en ik dacht: wat zullen we nu eens gaan doen? Ik gaf ze een houtje en zei: ’We gaan vissen’. Zat er zo’n heel rijtje kinderen geconcentreerd met niets dan een stok in de hand echt te ’vissen’. Vanaf een jaar of twaalf zie je die vrijheid afnemen, zo zonde.”

Boom

In ’Peter en de wolf’ geeft Van Rhijn de verbeelding van kinderen de vrije hand. „In het verhaal heb ik het over een boom, maar daar laat ik expres geen plaatje van zien. Kinderen mogen zelf bepalen hoe groot, klein, dik of dun de boom is.”

„Bij mijn diploma-uitreiking zei de directrice van de kleinkunstopleiding: ’Jammer dat ik je niet heb kunnen leren de remmen volledig los te gooien’. Ik had me bij wijze van spreken de avond daarvoor helemaal klem moeten zuipen en dan gewoon kijken wat er gebeurt.”

Kladden

„Hoe ouder je wordt, des te moeilijker het is de controle los te laten. Ik merk het ook aan mezelf, tijdens het spelen met mijn zoontjes zit ik er bijvoorbeeld te snel bovenop. Dan heb ik ze al in de kladden gepakt voor ze zelfs maar van iets dreigen af te duvelen. Mijn tweejarige draait nog gewoon zonder enige beperking rondjes tot ’ie omvalt. Mooi vind ik dat. Als je voor kinderen speelt, moet je honderd procent in het nu zijn. Al je energie moet naar de zaal gaan, anders maak je geen contact.”

Van Rhijn heeft de drie kwartier durende voorstelling al zo’n zestig keer gespeeld, en met iedere keer wint hij aan vrijheid. „Ik raak eigenlijk in dezelfde staat van zijn als een kind. „Op het einde van de voorstelling zit een optocht, die is normaal imaginair. Pas zag ik op de eerste rij een jongetje precies als Peter zitten. ’Kom maar naar podium’, zei ik. Oh, dit is best leuk, dacht ik en ik riep alle kinderen voor de optocht op het podium en gaf ze een typetje: jij bent de boze wolf, jij de speelse kat, enzovoorts. Het zit nu zo in onze vingers, dat ik kan laveren.”

Virginia Groenendijk

Lees hier de digitale editie



Volg ons