Premium

Hand in hand met de dood in hospice Krommenie

Hand in hand met de dood in hospice Krommenie
Gerda van Oosten (64), scheidend coördinator van hospice De Schelp. In haar armen de handgemaakte quilt waar de overledenen mee worden toegedekt.
© Pascal Fielmich
Krommenie

Al meer dan tien jaar begeleidt Gerda van Oosten (64), scheidend coördinator van hospice De Schelp in Krommenie, haar bewoners in het staartje van hun leven. Ze legt hen zoveel mogelijk in de watten, ,,maar sterven gaat hoe dan ook op momenten pijn doen.” Dag in dag uit de dood in de ogen kijken, daar word je dus niet somber van, zegt ze. „Integendeel: de gastbewoners leren mij alles uit het leven te halen, tot de laatste snik.”

„’Op deze plek wil ik wel doodgaan’, zei ik tegen mijn man toen ik hier ruim tien jaar terug voor het eerst rondliep. ’Wat is dat nu voor een idiote opmerking’, reageerde hij. Maar echt, zo voelde, en voel, ik dat. Dit is mijn tweede huis.”

Symbolisch vindt ze het: een hospice aan de doodlopende Evenwichtstraat. Dat uitvaartcentrum Bennis op een steenworpafstand ligt, is puur toeval zegt ze: „Wij waren er eerst.”

In de bijkeuken van het historische Zaanse pand zuigen zo’n twintig ledkaarsjes energie op uit twee grote opladers. Elke avond zetten vrijwilligers de lichtjes in glazen houders in de vensterbanken. De houten binnenvertrekken baden in het zonlicht. Tulpen op tafel, krantje ernaast.

„Idealiter zijn mensen in hun laatste levensfase thuis, maar wij bieden een mooi alternatief’’, zegt Van Oosten in een comfortabele stoel in de meditatiekamer op zolder. Samen met tachtig vrijwilligers en verpleegkundigen maakt ze het de gastbewoners - ze spreekt liever niet van patiënten - zoveel mogelijk naar de zin: de bedden zijn opgemaakt met lakens van thuis; ook als iemand amper iets binnenhoudt wordt het lievelingskostje gekookt en er zijn twee kappers en een masseur beschikbaar. De zusters houden ’s nachts de handen vast van de angstigen, als de stilte hen naar de keel grijpt. „Het kan meevallen, maar sterven doet op momenten toch fysiek of emotioneel pijn. Wij proberen het dragelijk te maken.”

Dichtbij

„Wat me bijblijft is een moeder van twee pubers. Haar kinderen konden het niet meer aan, een doodzieke moeder thuis. Maar zij wilde helemaal niet weg uit haar vertrouwde omgeving. ’Ik heb het gevoel dat ik het hospice aan je moet verkopen’, zei ik tegen haar, ’en dat wil ik niet. Kom anders gewoon eens kijken’. Toen ze het had gezien zei ze: ’Wat is het mooi. Nu wil ik komen.’ ’’

„Dat zo’n jong iemand moet overlijden, daar word je stil van”, zegt ze met haar hand op haar hart. „Dan komt het heel dichtbij. Een oude man met een voltooid leven herstelde in diezelfde periode weer wat in het hospice en leefde nog zeven maanden thuis door. Had zij zijn ’ticket’ niet mogen hebben, dacht ik toen.”

Quilt

Gemiddeld verblijven de gasten tussen de drie weken en drie maanden in een van de vier kamers. Het kortste verblijf was twee uur, het langste tien maanden. Bijna elke week wordt een overledene naar buiten gereden, toegedekt met een kleurige quilt, handgemaakt door de vrijwilligers. De nabestaanden ontsteken een grote kaars in de gang, die vierentwintig uur blijft branden.

Als verpleegkundestudente van zeventien jaar zocht Van Oosten de dood al op. „Die mensen die waren veroordeeld tot dat bed, hoe ze zo verschillend omgingen met hun lot; achteraf gezien heeft dat me altijd gefascineerd. Na vele omzwervingen in de zorg, wijkverpleging en het onderwijs zag ze in 2008 de vacature van het hospice in het Noordhollands Dagblad voorbijkomen. Lachend: „Mijn collega van de wijkverpleging verstopte de krant nog, anders is ze weg, dacht ze. Maar ik had ’m thuis ook liggen. Ik zie nu dat al mijn vorige banen mij hebben voorbereid op deze functie.”

Maskers af

„Stervenden hebben hun rol als ouder, partner of werknemer ingeleverd, de maskers zijn af.” Maar dat betekent niet dat het leven klaar is zodra de drempel van het hospice wordt overgestapt, weet Van Oosten. Soms is er nog een les te leren, en dat hoeft niet altijd met zijden handschoenen te gebeuren.

Hand in hand met de dood in hospice Krommenie
© Pascal Fielmich

„Het gebeurt dat bewoners de vrijwilligers horendol maken. Dan moet hun bestek precies zo liggen, of moet het eitje precies zo lang gekookt zijn. Dat is meestal een teken van de regie in handen willen houden. En daarmee van angst.”

„Zo’n veeleisende vrouw vroeg eens aan me: ’Vindt u mij aardig?’ Toen zei ik: ’Ik vind uw gedrag naar mijn vrijwilligers niet aardig. U maakt het hen erg moeilijk.’ Ze begon te huilen. ’Ik heb nooit geleerd aardig te zijn’, zei ze. ’Nou, dan beginnen we daar nu mee’, antwoordde ik. ’We gaan u net zo lang feedback geven tot het lukt.’ Met de tijd vielen de harde schillen van haar af. Ze werd vriendelijk en zacht. De ’moeilijke’ mensen vind ik eigenlijk de leuksten”, zegt ze met een ondeugende lach.

Gezondheid

„Ik heb van de bewoners geleerd alles uit het leven te halen, tot de laatste snik. Deze mensen kunnen zo genieten: van wat lekkers bij de koffie, een warme maaltijd of de geborgenheid van familie. We hadden een man die we blij maakten met een simpel voederbakje aan het raam, zodat hij vanuit zijn bed naar de vogeltjes kon kijken. En toen ik eens een baaldag had, wenkte een bewoonster me naar haar kamer en toonde me haar rouwkaart. ’Wat vind je ervan’, vroeg ze. Dat zette me weer met beide benen op de grond.”

„Ik raak nooit uitgekeken op mensen, maar het regelen en roosters maken, dat heb ik nu wel gezien. De bewoners hebben mij doen inzien hoe kostbaar gezondheid is, en hoe snel het weg kan zijn. Daarom wil ik juist nu, in volle gezondheid, met mijn man genieten van ons pensioen. Het zal even afkicken worden, maar daarna wil ik weer vrijwilliger worden. Kinderen voorlezen, of nieuwe Nederlanders taalles geven, even heel iets anders.”

Meer nieuws uit Zaanstreek

Meest gelezen