Nieuwe Romeinse opgraving in Krommenie

Krommenie

Het laatste deel van de Romeinse wachttoren onder de voetbalvelden van de voormalige Krommenieër Voetbal Vereniging (KVV), wordt misschien in september dit jaar opgegraven. De archeologen konden er vorig jaar niet bij vanwege een grote stroomkabel die eroverheen ligt.

De bouwer van de nieuwbouwhuizen, die op deze plek van het Provily Sportpark aan de slag gaat, wil de kabel verleggen omdat dat goed past bij het woningplan. Als dat is gebeurd, kunnen archeologen de laatste resten van het Romeinse bouwwerk omhooghalen.

Bezwaar

Stadsarcheoloog Piet Kleij houdt daarbij wel een slag om de arm. Komende maand presenteert de gemeente het bouwplan. Belanghebbenden kunnen dan bezwaar maken. Mogelijk leidt dat tot een planwijziging. ,,Als dat gebeurt, kan het zijn dat de kabel op dezelfde plek blijft liggen en dat een nieuwe opgraving uitblijft’’, zegt Kleij.

Bijzonder

De Romeinse bouwwerken in Krommenie zijn bijzonder omdat het bewijst dat de Romeinen veel noordelijker zijn geweest dan tot nog toe werd aangenomen. Een archeologenteam verrichtte vorig jaar uitgebreid onderzoek. Alle palen, die de fundering vormden van een wachttoren en een houten verdedigingsmuur, haalden ze naar boven. Ze brachten de ligging ervan in kaart en trokken conclusies. De archeologen baseerden zich op informatie van amateurs die in de jaren zestig eerder de resten opgroeven. Toen ging een specialist ervan uit dat het om een offerplaats van de Friezen ging en noemde de plek ’t Hain.

Het door de gemeente ingeschakelde archeologenbureau onderwerpt nu alle opgravingen aan een onderzoek. Volgens Kleij kan het anderhalf jaar duren tot het rapport verschijnt. De stadsarcheoloog vertelt dat vrijwilligers van Fort aan den Ham in juni dit jaar een tentoonstelling willen houden. Mogelijk worden dan vondsten tentoongesteld. ,,De vrijwilligers van het fort willen Romeins aardewerk laten zien dat vorig jaar ook naar boven kwam’’, zegt Kleij. Hij weet nog niet of dat lukt, omdat specialisten de voorwerpen onderzoeken. Hoelang dat duurt, weet de archeoloog niet. Misschien dat ook houten palen worden tentoongesteld. Kleij vertelt dat als dat gebeurt, de kans groot is dat het niet de beste palen zijn. Die worden geconserveerd en dat proces heeft tijd nodig.

Museum

Kleij hoopt dat als het onderzoek is afgerond, opgravingen in een museum komen te liggen. ,,Het is een van de grootste geschiedkundige ontdekkingen van de streek.’’ De archeoloog denkt daarbij aan het Zaans Museum of aan het Huis van Hilde in Castricum.

Meer nieuws uit Zaanstreek

Lees hier de digitale editie



Volg ons